Water tot zout
De ruimte had de grootte van een klaslokaal, maar leek kleiner door een sluierende nevel. Het lage formica plafond huilde vette tranen. Zilte, warme lucht en drie vierkante bassins van roestvrij staal. Water met de kleur van opgedroogd snot. Het borrelde niet, maar liet af en toe een ploemp zien, als lava in een sluimerende vulkaan. Had ik niet geweten waar ik was, zou ik gegokt hebben op een Oost-Duits kuuroord.
Waar ik was, was in het heilige der heilige van The Maldon Crystal Salt Company. Hier geschiedde het wonder. Water tot zout. Een man met een doorzichtig plastic voorschoot en een wit petje joeg een hark die groter was dan hijzelf door het middelste bassin. Tegen de wand hoopten zich vlokkerige witte heuvels op. Ik stak mijn vingers erin. Het voelde als warme sneeuw.
Zoutpannen heb ik eerder gezien. In het zuiden van Portugal, op Sicilië en in Thailand. Een lappendeken van rechthoekige bekkens, waarin zeewater geduldig ligt te wachten tot de zon haar verdampende werk verricht, net zolang tot er niets rest dan grauwe zoutkristallen. Maar in Maldon schijnt de zon slechts mondjesmaat. Daar nemen ze het woord zoutpan letterlijk. Lees verder