Berichten met de tag Chocolade

Een verrassing in je eten vinden is niet iets wat ik associeer met een aangename ervaring. Eerder met een lange zwarte haar in m’n croissant of een beestje tussen de sla. Of met dat elastiekje waarvan de kok zou zweren dat het achter het fornuis was beland en daarom maar was gestopt met zoeken.

Ja, als kind wilden we allemaal een happy meal juist omwille van de verrassing. Maar eenmaal boven een bepaalde leeftijdsgrens gaan ‘eten’ en ‘verrassing’ gewoon niet echt meer samen. Als de asperges die op het menu staan er toevallig niet zijn die dag, en de zeewolf derhalve wordt geserveerd met witlof, dan heb je ook liever dat de ober dat van tevoren even komt vertellen in plaats van ze simpelweg op te dienen met een glimlach en een welgemeend „verrassing!!!”

Een tussengerecht of drankje dat u wordt aangeboden door de chef kán een leuke verrassing zijn. Maar  als de chef je iets aanbiedt, is het meestal om iets anders goed te maken. lees verder

“Een ‘compacte krant’ betekent geenszins ‘minder krant’,” schrijft hoofdredacteur Peter Vandermeersch over het vernieuwde NRC Handelsblad, dat vanaf vandaag op tabloidformaat verschijnt. Zelfde inhoud, handiger verpakking. Is dat niet ideaal? En zou dat concept eigenlijk niet op meer dingen in het leven van toepassing moeten zijn, zeg, op eten?

Een bijdehante Bosschenaar schijnt onlangs een speciaal schoteltje te hebben ontworpen voor het beroemdste gebak van zijn stad. De Bossche bol is notoir lastig te eten. Zet er je tanden en de slagroom zit tot aan je oren. Doe het met een vorkje, en de bol vliegt van het schoteltje, pardoes in je schoot.

Ik heb er een paar maanden geleden nog eens een geprobeerd, bij bakkerij Jan de Groot aan de Stationsweg zelve uiteraard, want daar maken ze nog altijd de beste. Kansloos geklieder. Maar nu is er dus dat schoteltje, met in het midden een kegeltje waarop je de soes vast kunt pinnen. Slim bedacht. Alleen zou het allicht nog slimmer zijn om de bol zelf te restylen.

Zonder de inwoners van ’s Hertogenbosch voor het hoofd te willen stoten – ik zou niet durven tijdens carnaval – moet gezegd dat hun geliefde sjekladebollen feitelijk gewoon grote soezen gevuld met slagroom en geglaceerd met gesmolten pure chocolade zijn. Dat knappende glazuur maakt wel het grote verschil met moorkoppen, die het moeten doen met een armzalig laagje cacaovernis. U leest, lieve Bosschenaren, ik ben heus pro-Bossche bol. Maar vandaag pas ik er de NRC-formule op toe: compacter, maar beslist niet minder.

Voor een stuk of 40 eenhaps-soesjes:

  • 75 ml melk
  • 100 gram roomboter
  • 3 eetlepels + ½ theelepel suiker
  • ½ theelepel zout
  • 150 gram bloem
  • 4 middelgrote eieren
  • 400 ml slagroom
  • 150 gram pure chocolade

Verwarm de oven op 180 graden. Breng melk, 50 ml water, de boter, een halve theelepel suiker en het zout in een steelpan aan de kook. Neem de pan van het vuur en voeg de bloem toe. Roer stevig met een houten lepel, tot een deegbal ontstaat. Zet de pan terug op matig vuur en blijf een minuut roeren, tot het deeg lichtjes gaat glanzen. Stort het deeg in een kom en voeg, onverdroten roerend, de eieren toe. Vul een spuitzak met grove kartelmond en spuit kleine deegbergjes op twee met bakpapier beklede bakplaten (of gebruik twee lepels).
Bak de soesjes in ongeveer 20 minuten goudblond en gaar (open de ovendeur pas op zijn vroegst na een kwartier) en laat afkoelen op een rooster. Maak een kleine inkeping in de onder- of zijkant van de soesjes. Klop de slagroom op met suiker en vul ze hiermee. Laat de chocolade au bain marie smelten en doop de soesjes met hun bolle bovenkant in de chocola. Serveer wanneer de chocolade gestold is (of maak er terwijl de chocola nog kleverig is een mooie soesjesberg van.)

Januari is de gouden maand, zo lazen we van de week in NRC Handelsblad. Althans voor sportschoolhouders en afslankkuurverkopers. Op stoppen met roken na, is afvallen waarschijnlijk het populairste goede voornemen. En dus een uitgelezen thema voor een kookrubriek in de eerste week van januari.

Het is direct ook het meest afgezaagde thema voor een kookrubriek in de eerste week van januari. Zo zouden we samen gezellig zelf knäckebröd en hüttenkäse kunnen maken. Of nog eens het mantra herhalen dat alles gezond is, zolang je het maar met mate nuttigt. Maar dat is saai en daarbij schieten we er niets mee op.

lees verder

Naast goede wijn en whisky zijn er weinig dingen die er beter op worden naarmate ze langer liggen.
Misschien een goede kaas of tafelzuur. En zo zijn er vast nog wel een paar te bedenken, maar het blijft weinig vergeleken bij de hoeveelheid dingen die er níét beter op worden als je ze laat liggen.
En zelfs zo’n goede wijn of een heerlijke overjarige kaas heeft op een gegeven moment zijn beste tijd gehad. Dus komt het rijpen van dranken en spijzen, zoals alles in het leven, aan op timing.

Zo is het ook met stoverij. lees verder

Ik ben een beetje een snobistische zoetekauw. Fabriekssnoep zoals drop, winegums en supermarktcake kan ik heel goed aan me voorbij laten gaan. Ik eet liever een zelfgemaakte boterkoek, of een taartje van een echte goede banketbakker. Maar in Amerika maak ik een uitzondering voor alles waar ‘Reese’s’ op staat: goedkoop snoepgoed van chocola en pindakaas. Geen tankstation is veilig. Ik moet alle schappen scannen op mij nog onbekende variaties.

De originele Reese’s Peanut Butter Cup (een bakje van chocola met een zachte pindakaasvulling) werd in 1928 uitgevonden door Harry Burnett Reese. Veertig jaar later kon hij zijn snoepbedrijfje voor een slordige 23 miljoen dollar verkopen aan zijn voormalige werkgever, chocoladefabriek Hershey. Ik ben kennelijk niet de enige fan van Reese’s snoepgoed. lees verder

Het moest nog Pasen worden toen een vriendin mij met klem verzocht om paaseitjesverwerkende recepten. Gerechten dus waarmee je jezelf in één klap van al die witte-, melk- en pure chocoladeitjes waarvan je je al wekenlang ongans hebt gegeten en die dus inmiddels giga je neus uitkomen, kunt bevrijden.

Om een of andere reden heb ik veel begrip voor die vraag. Daarom vandaag drie paaseitjesverwerkende recepten, die doodsimpel en nog leuk om te maken zijn ook, en waarvoor je, behalve die paaseitjes, kunt gebruiken wat je toevallig in huis hebt.

  lees verder

De website Spunk.nl, een soort junior nrc.next met humor om te lachen, publiceerde een paar jaar geleden een chocopastatest. Daarin werden belangwekkende onderzoeksvragen beantwoord als ‘hoe smaakt het op een tosti?’ en ‘hoe mengt het met pindapasta?’. De ruim bemeten onvoldoendes en kwalificaties als ‘de geur is nogal diareeërig’ maakten duidelijk dat je voor de bevrediging van je chocopastabehoefte de supermarkt beter kunt mijden.  Dat wordt dus zelf maken.

lees verder

Wat zullen we met Kerst eten? Ik vroeg het me begin oktober al af. Het eind van het jaar is een drukke tijd in de culischrijverij en dus kun je niet vroeg genoeg beginnen met plannen maken. Vorig jaar hadden we een vegetarisch kerstdiner in nrc.next. Het aantal vegetariërs in Nederland groeit, maar ze zijn nog altijd in de minderheid. Daarom nu toch weer vlees op tafel. Alleen dan wel zo duurzaam mogelijk.

Nog een overweging dit jaar: geld. Of die kredietcrisis nu op z’n einde loopt of niet, veel mensen zitten er nog middenin. Dus moest het een low budget-kerstdiner worden. Het ligt aan wat je aan basisspullen in huis hebt, en wat je nog moet kopen, maar in principe kost dit 8-persoonskerstdiner je niet meer dan 100 euro. Zonder drank. Dat dan weer wel. lees verder

Een mens zit vol vooroordelen. Aan sommige van de mijne ben ik zeer gehecht. Zo zal ik niet snel afstappen van mijn overtuiging dat mannen met pinkringen eng zijn en krijg je mij van z’n lang zal ze leven niet in Uggs, zelfs al waren het de laatste schoenen op aarde.

Ook op eetgebied koester ik mijn taboes. Wie vaker een stukje van me heeft gelezen zal zich niet verbazen over de volgende, beslist niet-uitputtende opsomming: margarine, yogonaise, crème fraîche light, aardappelpuree uit een pakje, soep uit een zakje en chicken tonight.

lees verder