Berichten met de tag Eieren

Vlakbij mijn huis bevindt zich de perfecte picknickplek. Dichtbij genoeg om met een volle picknickmand naartoe te lopen, maar wel zo ver weg dat je even flink baalt als je de kurkentrekker vergeten bent.

Ik heb hier al behoorlijk wat vrije uurtjes doorgebracht en soms als het heel warm weer is, verplaats ik zelfs mijn kantoor naar buiten en pen ik op een picknickkleedje mijn verhalen neer in mijn kladblok.

Waarom dit de perfecte picknickplek is? Het ligt heerlijk rustig aan het water, met uitzicht over schattige poortwachtershuisjes, woonboten en charmante oude bruggetjes. Omdat je met een trappetje naar beneden moet heb je geen last van fietsers die in je picknickmand proberen te gluren en omdat er de hele dag zon is, is deze plek ’s zomers de ideale stek om te zonnen, zwemmen en lekker buiten te eten.

lees verder

Een verrassing in je eten vinden is niet iets wat ik associeer met een aangename ervaring. Eerder met een lange zwarte haar in m’n croissant of een beestje tussen de sla. Of met dat elastiekje waarvan de kok zou zweren dat het achter het fornuis was beland en daarom maar was gestopt met zoeken.

Ja, als kind wilden we allemaal een happy meal juist omwille van de verrassing. Maar eenmaal boven een bepaalde leeftijdsgrens gaan ‘eten’ en ‘verrassing’ gewoon niet echt meer samen. Als de asperges die op het menu staan er toevallig niet zijn die dag, en de zeewolf derhalve wordt geserveerd met witlof, dan heb je ook liever dat de ober dat van tevoren even komt vertellen in plaats van ze simpelweg op te dienen met een glimlach en een welgemeend „verrassing!!!”

Een tussengerecht of drankje dat u wordt aangeboden door de chef kán een leuke verrassing zijn. Maar  als de chef je iets aanbiedt, is het meestal om iets anders goed te maken. lees verder

‘Ei, ei, ei, en we zijn zo blij’ zingen we als we wat te vieren hebben. Terecht! Want zonder ei geen cake. En wat is een feest zonder cake? Des te belachelijker dat we met Pasen, dé feestdag waarbij het ei centraal staat, een ei degraderen tot geen ei en pas genoegen nemen met drie.

Wat moeten we zonder het ei, met al haar magische eigenschappen. Je kunt lucht vangen met het wit, en vet met het struif. Het doet gerechten tot ver boven de randen rijzen en houdt burgers en ballen bij elkaar.

Alleen op zichzelf al heeft het ei zo veel gedaantes: romig wit van buiten en diep geel van binnen,  gekookt in de schaal, hard of zacht; of plat gebakken in de pan met de glanzende dooier als trofee er midden bovenop. Wat dacht je van geklutst tot een fluweel oranje omelet of een romig roerei. Of chique gepocheerd. Prachtig zoals het ei als een witte wolk uitwaaiert in het water en rondom de zwevende zachte dooier stolt.

Oh, ei.
lees verder

Bij Pasen hoort een paastaart. Nu is algemeen bekend dat banketbakkers en kooktijdschriften vinden dat daar zoveel mogelijk advocaat en slagroom aan te pas moeten komen, pastelkleurige chocolade-eitjes, paarse linten, pluizige kuikentjes en meer van dat soort Paas-parafernalia, maar daar trek ik me niets van aan. De taart die ik ieder jaar met Pasen bak, de taart van Nina, heeft niets frivools, niets hoera-het-is-lente-achtigs, of het moeten de 12 eieren zijn die erin gaan.

Met mijn gezin woonde ik ooit een paar maanden in het zuiden van Portugal, en Nina was onze buurvrouw. Op bestelling bakte ze koekjes en taarten voor restaurants en winkels in de omgeving – een vorm van huisnijverheid die in Portugal nog veel voorkomt. Ik zat graag bij haar in de keuken. Zoals zij balletjes rolde van amandelspijs om er koekjes van te bakken, of zoals ze met een verweerde houten lepel beslag roerde voor amandeltaart; ik kon geen genoeg krijgen van de rust en vaardigheid waarmee ze eindeloos dezelfde handelingen verrichtte. lees verder

Wanneer is de kindertijd voorbij en begint het volwassen leven? Zo’n leeftijdsgrens van achttien zegt me niet zoveel. Daarvoor ken ik teveel kleuters van drieënvijftig en bejaarden van zeven.  Als we ons rijbewijs halen? Op onszelf gaan wonen? Woorden beginnen te gebruiken als  ‘bedachtzaam’ en ‘beheerst’? Inzien dat onze ouders ook mensen zijn, met verlangens, ambities en een gevoelsleven?

Of zijn we onherroepelijk volwassen op de dag dat we pannenkoeken niet meer accepteren als volwaardige maaltijd? Waarop we vinden dat daar iets ‘bij’ moet. Iets hartigs. Iets gezonds. Mijn kinderen klagen altijd als ik ze – voor de flensjes op tafel komen – nog even snel wat sperziebonen of pompoensoep in de maag probeer te splitsen. Terecht. Hoog tijd dat ik ophou met dat laag-bij-de-grondse gedoe. Eens in de zoveel tijd kan een mens best een avondje zonder die opdringerige schijf van vijf.

lees verder

Wat zijn bepaalde zeepgeuren toch sterk verbonden met jeugdherinneringen. Als ik Maja-zeep ruik zie ik direct de vooroorlogse badkamer van mijn opa en oma in Schiebroek voor me. En laatst rook ik in een drukke winkelstraat een vleug appelshampoo en was ik plots weer dertien en waste ik mijn immer vette tienerharen boven de wasbak. Knalgroen was die shampoo en hij rook appeliger dan een echte Granny Smith appel ooit ruiken zal.

Badedas, het badschuim dat mijn vader ieder jaar van Sinterklaas kreeg, bestaat nog steeds. Ik zag de groene fles laatst staan bij de drogist en hoefde de dop er niet af te halen om me te herinneren hoe het ook weer rook: dennenbomen, mos en een beetje pepermunt. En op de rand van ons bad stond altijd een gezinsflacon Fa: Met de wilde frisheid van limoenen. lees verder

Sorry hoor, maar het valt toch ook nauwelijks meer bij te houden met al die nationale themaweken en -dagen? Zo kwam ik er precies zes dagen na de Week van het Gebed, twee dagen voor het einde van de Nationale Voorleesdagen en 17 dagen voor aanvang van de Week van de Nestkast, op Gedichtendag dus, achter dat het de Week van de Vleesverlater was.

Had ik dat eerder geweten, dan zou ik er in de krant van vorige week maandag beslist een stukje aan hebben gewijd. Ik zou een recept hebben gegeven voor een dikke gegrilde entrecote met een vetrandje en erbij hebben geschreven: beste vleesverlater, eet dit, laat de rode sappen langs je kin druipen, geniet van ieder vezeltje, en word daarna vegetariër.

Want wat is dat nou voor ambivalent gedoe, vlees verlaten? Je eet vlees, of je eet het niet. En als je het eet, doe het dan met smaak. Dat is het minste bewijs van respect dat je zo’n koeienbeest kunt tonen. Wil je minder vlees eten? Eet het dan gewoon af en toe, of in kleinere porties. Maar vleesverlaters lijken mij toch iets te veel op mensen die willen stoppen met roken, het niet kunnen, en dan bij elk sigaretje zeggen: „Eigenlijk is het heel vies, maar ja…”

lees verder

Een paar maanden geleden leek het me een goed idee om dit jaar de Nederlandse winter tijdelijk vaarwel te zeggen en een ticket te boeken naar een warm land. Ik besloot naar Thailand te gaan en dat is waar ik me sinds vorige week ook bevind. Een goed excuus om de aankomende weken in de kookcolumn op donderdag aandacht te besteden aan de Thaise keuken.

Het leuke van de Thaise eetcultuur is dat het zich vooral in het openbaar afspeelt. Iedereen eet op straat, bij de enkele restaurants kijk je zo naar binnen en gerechten worden in de buitenlucht bereid. Het aantal rijdende eetstalletjes is overdag al indrukwekkend, maar zodra het begint te schemeren stromen de straten vol met hongerige locals en toeristen en verdriedubbeld het aanbod van noedels en curry’s. Hele straten worden  in de avonduren afgezet voor verkeer en bezet door talloze vriendelijk lachende Thaise vrouwtjes met mobiele minirestaurantjes. lees verder

Iedere kok moet er minstens één hebben:  een ‘altijd-goed-recept’.  De maaltijd waar je haast geblinddoekt inkopen voor kunt doen, iets wat je zo vaak hebt klaargemaakt dat je, als je je pols gebroken hebt of door andere onvoorziene omstandigheden niet aan het fornuis kunt staan, vanuit een luie stoel je huisgenoot kunt instrueren.  Zo’n gerecht waar je minstens 1 x per maand aan denkt, als je even geen inspiratie hebt voor originele culinaire avonturen, en waar je je dan de hele dag stilletjes op verheugt omdat je wéét dat je die avond verschrikkelijk lekker gaat eten. Vandaag deel ik mijn altijd-goed-recept met jullie.

lees verder

De eerste, donkere dagen van 2011. Het lijkt alsof het nooit meer zomer wordt en de mensen om me heen zeggen gekke dingen als: ‘Ik kan geen eten meer zien, na al dat gefeest’. ‘Ik ben op januari-dieet’, of:  ‘Voor mij alleen sla’. Vervolgens wijzen ze hoofdschuddend naar hun buik , die mij eigenlijk niet significant dikker lijkt dan in november. Maar dat zeg ik maar niet, want voor je het weet begin je het nieuwe jaar op slechte voet.

Ik heb er geen last van, van dat post-feestdagen-syndroom. Na een avond uitgebreid tafelen, heb ik de volgende dag altijd gewoon wéér trek. En als ik wakker word met een kater, roep ik natuurlijk ook wel eens dat ik nimmer nooit meer drinken zal, maar ik weet donders goed dat ik daar  ’s avonds weer héél anders over denk.
lees verder