Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. Met koken dan, bij het roken van zware shag ligt dat weer heel anders. Kijk, ik ga niet beweren dat ik al foutloze meringues afleverde toen ik vijf jaar was. Of dat ik wist hoe ik aardappelen moest koken toen ik zestien was; mijn moeder was de onbetwiste kok bij ons thuis, zij het niet per se van het keukenprinsessensoort.
Maar in het leven van vrijwel iedereen breekt het moment aan dat zelf koken aantrekkelijk wordt – daarbij laat ik het kinderritueel van samen koekjes bakken en je misselijk eten aan het deeg even buiten beschouwing.
Mijn eerste ‘echte’ gerecht was tomatenfondue, iets dat het midden houdt tussen tomatensoep en kaasfondue. Jaren gedacht dat het een verzinsel was van een of andere hobbykok, maar ze blijken het in Zwitserland al eeuwen te eten. Ik weet niet meer waar ik het recept vandaan had, maar het is opgeschreven en bewaard gebleven.
Berichten met de tag Fondue
Boeken over de Tweede Wereldoorlog hebben doorgaans weinig te zoeken in een kookrubriek, tenzij het om recepten met suikerbieten of tulpenbollen gaat. Maar dat geldt niet voor het jongste spionagewerkje van Ben Macintyre: Operation Mincemeat. Dat verhaalt over een misleidingsoperatie van de Britse inlichtingendienst die in 1943 een anoniem lijk opdoft tot hoge ome, voorziet van een aktetas met verzonnen documenten en op de Spaanse kust laat aanspoelen. Dit om de Duitsers te laten denken dat een invasie in Griekenland of Sardinië aanstaand is en niet in Sicilië. Daar is al eens een film over gemaakt: The man who never was.
Het boek heeft niets met dat mincemeat, ‘gehakt’, te maken, maar snijdt zijdelings een ander intrigerend culinair onderwerp aan: exotische kaassoorten. De bedenker van de list, inlichtingendiender Ewen Montagu, had namelijk voor de oorlog aan de wieg gestaan van het studentikoze gezelschap The Cheese Eaters League.
lees verder›
‘My girlfriend is a vegetarian, which pretty much makes me a vegetarian’, zegt Samuel L. Jackson in Pulp Fiction. Afgaand op de reacties op het kookblog deze week, is hij niet de enige. Bij de meeste vega/vlees-stellen blijkt de carnivoor de meest flexibele te zijn. Binnenshuis wordt nauwelijks of geen vlees geconsumeerd.
Maar heel ver zat ik er ook weer niet naast toen ik me afgelopen dinsdag hardop voorstelde hoe een relatie kan worden ontwricht door verschil in eetgewoonten. Lees het hartverscheurende verhaal van Joost, een jongeman die, als we zijn enthousiaste verslagen op het kookblog mogen geloven, zo’n beetje alle vlees- en visloze recepten van het afgelopen jaar gekookt heeft voor zijn vegetarische sinds-kort-ex-vriendin (alias de prinses).
Hij maakte nooit vlees voor zichzelf, mede omdat zijn vriendin vlees wél lekker vond rúiken, „en dan vond ik het weer zielig voor haar.” Intussen had de prinses zelf minder scrupules. Bij ruzie was ze zelfs ronduit radicaal, en vond Joost „na een aanvaring mijn schaarse vleeswaren uit wraak in de prullenbak gedeponeerd.”
Deze week was gewijd aan de gezinshap. Praktische maaltijden die meestal een compromis vormen tussen de smaak van de ouders en die van de kinderen. Je wilt tenslotte niet elke avond bakkeleien over hoeveel hapjes er nog moeten worden gegeten voor het toetje is verdiend.
Dergelijke onderhandelingen zijn trouwens streng verboden door de opvoedpolitie, wist je dat? Als je een toetje als beloning gebruikt, zeg je eigenlijk dat het gezonde eten dat eraan vooraf gaat een straf is. En voor je ’t weet raakt zo’n kind daardoor verkeerd geprogrammeerd en zit het in zijn puberteit broodmager dan wel veel te dik bij de eetpsycholoog.
Het moet gezegd, er zit best logica in die redenering. Maar in de praktijk ken ik niet één gezin waar aardbeienyoghurt, dubbelvla of danoontjes géén smeermiddel vormen. Té effectief, denk ik.
1 portie viskoekjes, 1 grote portie varkenssaté (24 stokjes) en 1 kleine portie (12 stokjes), 1 schaal inktvissalade, 1 pannetje sukiyaki-soep met vis en zeevruchten, 1 portie krab met knoflook en zwarte peper, 1 schaal gebakken rijst (met garnalen), 1 schaal gebakken noedels, 2 halve literflessen Singha-bier, 1 flesje rode Fanta (kersensmaak), 1 flesje groene Fanta (bananensmaak) en 1 fles water. Een maaltijd die ons 720 baht kostte, en volop bewonderende blikken opleverden. Nog nooit hadden de Thai een vierkoppig gezin zoveel zien eten.
Tja, moesten ze maar niet zo gruwelijk lekker koken, daar op de hoek van Naebkehardt Road en Dechanuchit Road in Hua Hin. Door de stad heen zitten talloze van dit soort straatrestaurantjes, maar toen we deze eenmaal ontdekt hadden, wilden we er steeds weer terug. Met name voor de krab – kleine softshellkrabbetjes, door rijstmeel gehaald, gefrituurd en vervolgens roergebakken met een indrukwekkende hoeveelheid knoflook en peper; het recept houd je tegoed – maar ook voor de sukiyaki-soep.
lees verder›



