Berichten met de tag Garnalen

Afgelopen weekend bezocht ik een culinair evenement in Alphen aan den Rijn. Ik was daar niet alleen omdat ik zelf van lekker eten houd, maar ook voor mijn werk als verslaggever bij de lokale krant van Alphen. Nu vind ik het moeilijk te zeggen of ik daar liever in mijn vrije tijd of voor mijn werk naartoe ga.
In je eigen tijd kun je op een dergelijk festivalletje lekker uitgebreid dineren onder het genot van een wijntje, geniet je van muziek van dat ene leuke bandje en wie weet maak je nog wel een dansje. Ondertussen kun je urenlang bijpraten met het gezelschap dat je hebt meegenomen en is het allemaal leuk, lekker, sociaal en heel gezellig.  Aan de andere kant word je als verslaggever als een koningin ontvangen.
Tijdens interviewtjes bij de verschillende restaurantjes werd ik volgepropt met heel veel eten. Na de vraag, ‘Wat is het lekkerste gerecht op uw kaart’, kwam elke chefkok binnen vijf minuten met het bewuste hapje op de proppen. Of ik niet even wilde proeven, en of ik er niet een lekker drankje bij wilde drinken. ‘Mjum’, zei ik dan na een paar happen, terwijl ik over mijn buik wreef en mijn handen langs mijn wangen zwaaide.
Toen ik die middag aantekeningen maakte en chefkoks het vuur na aan de schenen legde, kon ik tussen het proeven door ook even aanschuiven bij een cursus barbecuen. Ik viel binnen terwijl de cursisten druk bezig waren met het maken van een barbecuesaus. Deze roze saus, gemaakt van tomaten en olie en pijnboompitten is binnen no-time klaar en doet het goed bij visgerechten.
Zoals bij onderstaande garnalenprikkers bijvoorbeeld.

  • 15 grote garnalen
  • handje pijnboompitten
  • twee romatomaten
  • 2 el fijngehakte peterselie
  • 2 tenen knoflook
  • snuf pittige paprikapoeder
  • citroen olijfolie
  • goede azijn
  • versgemalen peper en zout
  • lange satéprikkers

 

Maak allereerst een marinade voor de garnalen. Doe dit door een scheutje olijfolie, de peterselie, fijngehakte knoflook en peper en zout met elkaar te mengen. Leg de garnalen in het mengsel en zet een uurtje apart om te marineren.
Laat de garnalen vervolgens goed uitlekken en prik per drie op een satéprikker. Rooster ze op de barbecue, knijp er een half citroentje boven uit en serveer met het sausje.
Voor de saus rooster je de pijnboompitten in een droge koekenpan. Maal ze fijn met een vijzel. Snijd de tomaten klein en voeg toe aan het pittenmengsel. Blijf malen en doe er een snufje paprikapoeder, een scheutje azijn en een flinke hoeveelheid olijfolie bij.
Meng alles goed door elkaar en breng op smaak met peper en zout en wat citroensap. De saus mag lekker dun zijn. Proef tussendoor en voeg eventueel meer peper en zout toe.

Afgelopen weekend was ik op bezoek bij vrienden in Valencia. Naast een korte introductie met de stad en omgeving maakte ik ook kennis met de ambachtelijke Spaanse paella. Ik heb wel eens paella gegeten in een toeristenrestaurant in Barcelona, maar dat mag ik eigenlijk niet meetellen.

Paella eet je namelijk niet tijdens het avondeten, maar ’s middags (en dan het liefst op zondag) tussen twee en vier. Dus werd het tijd voor een herkansing en dat kan nergens beter dan in Valencia, waar de paella oorspronkelijk vandaan komt.  lees verder

Toen ik aankondigde dat ik een paar weken in Thailand zou verblijven, leek het mijn omgeving een goed idee om mij vol te proppen met goedbedoelde adviezen en wijze raad.

Volgens vriendinnen kon ik het beste naar eiland zus en eiland zo, want daar waren de mooiste stranden. Via via hoorde ik dat ik op zoek moest naar dat ene kleine dorpje waar de toeristen nog niet in de meerderheid zijn. Mijn moeder drukte me op het hart niet met vreemden mee te gaan, en de vrouw die mijn vaccinaties in mijn arm spoot waarschuwde me om vooral niet in binnenlandse wateren te zwemmen en dat ik absoluut geen kraanwater mocht drinken. lees verder

Een paar maanden geleden leek het me een goed idee om dit jaar de Nederlandse winter tijdelijk vaarwel te zeggen en een ticket te boeken naar een warm land. Ik besloot naar Thailand te gaan en dat is waar ik me sinds vorige week ook bevind. Een goed excuus om de aankomende weken in de kookcolumn op donderdag aandacht te besteden aan de Thaise keuken.

Het leuke van de Thaise eetcultuur is dat het zich vooral in het openbaar afspeelt. Iedereen eet op straat, bij de enkele restaurants kijk je zo naar binnen en gerechten worden in de buitenlucht bereid. Het aantal rijdende eetstalletjes is overdag al indrukwekkend, maar zodra het begint te schemeren stromen de straten vol met hongerige locals en toeristen en verdriedubbeld het aanbod van noedels en curry’s. Hele straten worden  in de avonduren afgezet voor verkeer en bezet door talloze vriendelijk lachende Thaise vrouwtjes met mobiele minirestaurantjes. lees verder

Ieder jaar, ergens begin december, stroomt mijn mailbox vol kerstmenu’s. Slagerijen, restaurants, supermarkten, allemaal willen ze hun culinaire plannen wereldkundig maken. Het worden er steeds meer. En wat maken ze ons het leven toch makkelijk. We hoeven komende Kerst nog geen kwartier de mouwen op te stropen om onze gasten toch te verrassen met een kerstdiner uit eigen keuken. Dat wil zeggen: in eigen keuken opgewarmd, op schalen gedrapeerd en voorzien van een toefje peterselie.
Voor wie graag kookt is de verlokking van die schalen zalmmousse, de voorgemarineerde kalkoenrollades  en plastic glaasjes tiramisu moeilijk te begrijpen. Maar mensen die een hekel hebben aan koken, beschouwen dit kant- en klaaraanbod als een zegen. Wel het gezellig samenzijn rond een feestelijk gedekte, goedgevulde tafel, geen stress. Prima.

Alleen tegen wie wél van koken houdt maar het met Kerst simpelweg niet durft – omdat er veel mensen komen eten, en alles perfect zou moeten zijn en je daarvan bij voorbaat al doodzenuwachtig wordt – zou ik willen zeggen: ontspan. Een kerstdiner koken is helemaal niet zo zenuwslopend als al die slagerijen, restaurants en supermarkten ons met hun traiteursmenu’s willen doen geloven. Laat je niks wijsmaken; iedereen kan koken.
lees verder

Schol heeft een nogal blanco smaak. De platvis is daardoor de visversie van de kip – als in: vis, het meest veelzijdige stukje vlees. Een soort armeluistong. Een beetje opwaardering kan dus geen kwaad, moet het Visbureau hebben gemeend, reden waarom september tot de Maand van de Schol is uitgeroepen. De belangenorganisatie krikt de neutrale reputatie van de diertjes dus op door de consumptie ervan aan een seizoen te koppelen. Dat is niet onverstandig. In het voorjaar paaien ze namelijk en dat maakt ze, zoals alle wezens, neerslachtig en dat proef je.
Nu zijn ze op hun best, en dat proef je ook. Volgens de jongste statistieken zijn de populaties van de schol in de Noordzee weer gezond – hoewel ze wel nog te vaak met de boomkor van de bodem worden geschraapt.

Maar schol kan dus best een goede saus of een andere bereidingswijze gebruiken die de smaak robuuster maakt. Eigenlijk is het in dat opzicht jammer dat in Nederland geen regionale keukens bestaan met eigen scholvarianten. Katwijkse, Volendamse, Groningse of, van mijn part, Doetinchemse schol. Die zijn er bij mijn weten niet.

lees verder

De afgelopen twee dagen schreef ik hier over Hunger for Freedom, een boek van Anna Trapido over het leven van Nelson Mandela. Het is geen gewone biografie, maar eerder een culinair testament, of, zoals Zindzi Mandela zegt op de achterflap: ‘een historische foodprint van een groot man’.

Het boeiendste deel van het boek is het hoofdstuk over het eten in de gevangenis op Robbeneiland, waar Nelson Mandela van 12 juni 1964 tot 11 februari 1990 gevangen werd gehouden. Ik beschreef gisteren al het dieet waarop hij die 27 jaar leefde: maïspap, maïskolven, groente en dunne vleessoep. Een aantal van Mandela’s medegevangenen was iets beter af; zij kregen ook brood en margarine, plus een extra schep suiker voor in de pap. lees verder

Een van de heerlijkste gerechten die ik in Brazilië heb geproefd was een stoofpotje van vis en garnalen luisterend naar de naam moqueca. Dat was op Ilha Grande, een eiland op drie uur rijden van Rio de Janeiro, waar reisgenoot M en ik enkele dagen naartoe reisden om een beetje bij te komen van de pre-carnavalshectiek in de grote stad.

Ook in Rio kun je moqueca eten – het is naast de feijoada die ik gisteren beschreef een van de meest traditionele schotels uit de Braziliaanse keuken. Maar waar beter dan op een plek die rechtstreeks gekopieerd lijkt uit een Bounty-reclame, aan een wankel tafeltje bij de Rei da Mocequa (de mocequakoning), onder de heldere sterrenhemel, met je blote voeten in het zand en een caipirinha in de hand? lees verder

Ik had nog nooit van Jonathan Waxman gehoord, tot ik twee jaar geleden op de kookboekenafdeling van een New Yorkse boekhandel op een ladder stond en vertwijfeld om me heen keek. Ik zocht een boek dat me de essentie van de Amerikaanse keuken zou kunnen leren. Maar er stonden er duizenden, en wat was kaf en wat koren?

Op goed geluk sprak in een man aan die al een tijdje stond te snuffelen in een stapel tweedehands materiaal. „Kunt u mij misschien een goed Amerikaans kookboek aanbevelen?”  De man bleek een wijnschrijver uit Oregon en voor enkele dagen in New York om wat hoofdstedelijke gastronomie op te snuiven. Tot ons beider verbazing hadden we de avond ervoor allebei bij Babbo’s gegeten. We praatten een poosje, waarbij hij me nog enkele restauranttips gaf (Balthazar’s, Prune) en toen zei hij: „Jonathan Waxman, die moet je hebben.”

lees verder

We maken een rondje door de Spaanse keuken deze week, met de route van de Ronde van Spanje als leidraad. Vandaag stappen we van de fiets in Valencia, waar de Vuelta-renners aanstaande zaterdag een tijdrit te wachten staat.
Wie Valencia zegt, zegt paella. Het lagunegebied ten zuiden van de stad is goed voor een derde van de Spaanse rijstproductie. Het verhaal wil dat paella in de Middeleeuwen werd uitgevonden door landarbeiders die bij wijze van lunch rijst kookten in een platte pan boven een houtskoolvuurtje. Ze deden er slakken bij als vulling en als het meezat ook konijn, twee ingrediënten die nog steeds thuishoren in een traditionele paella Valenciana.
Over traditie gesproken. Ik heb jaren geen paella durven koken nadat vriendin M. een paellapan had gekregen van haar Spaanse schoonmoeder met de intimiderende tekst: „Als je goed oplet bij mij in de keuken, kun je het over tien jaar zelf maken voor mijn zoon.” Inmiddels heb ik die banvloek van mij afgeschud en wat ik nu ga schrijven is dan ook niet ontmoedigend bedoeld, maar juist stimulerend: Een lekkere paella maken is eenvoudig. Een perfecte paella het moeilijkste dat er is.

lees verder