Een van de origineelste feestjes die ik ooit bezocht was een bubbelspartijtje. Dat klinkt een beetje als de ballenbak van Zweeds meubelwarenhuis, maar het was veel leuker (en bepaald niet geschikt voor kinderen): vrienden hadden in de eerste week van januari iedereen opgetrommeld om langs te komen met hun van oudejaarsavond overgebleven flessen mousserende drank, en een avond lang dronken we alleen maar champagne en champagne-achtigen. Het was fascinerend om te merken dat ik weliswaar van bijna elke prikwijn vrolijk word, maar dat qua smaak en mondgevoel toch echt de ene fles bruisend vocht de andere niet is.
Omdat de kookcolumn deze week in het teken staat van alle soorten mousserende wijn, ging ik nadenken over koken met champagne. Ik bedacht me al snel dat eigenlijk elke champagnesaus, -mousse en bonbon-met-champagnevulling die ik ooit heb geproefd, een teleurstelling was – de smaak is meestal niet van gewone witte wijn te onderscheiden, en de typische bruis verdwijnt geheel.
Berichten met de tag Granaatappel
Goed, vroeger had je vast meer wilde ganzen te koop, maar de trend is daar: het gevogelte in het assortiment wordt steeds groter. Dertig jaar terug lag hoofdzakelijk kip in de winkel, maar daar zijn kalkoenen en zelfs struisvogels bij gekomen. Daar is vast aan gerekend. Tegelijkertijd vraag je je af, uit puur economische nieuwsgierigheid, waarom de gevogeltebranche geen kléinere vogeltjes is gaan kweken. Uit het wild vangen mag natuurlijk niet, maar fokken: waarom niet?
Neem nu de ortolaan, een klassieke delicatesse. Petieterig, maar exquise. Voor de doodzieke Franse president Francois Mitterrand in 1996 Magere Hein verwelkomde, bestelde hij een galgenmaal van oesters, foie gras en ortolaan. Hij at het gebraden beestje met ingewanden en al op, gedoken onder een doek, zodat de fijne geuren niet verloren gingen. Kijk, dat maakt toch nieuwsgierig – en de marketing ligt voor het oprapen.
Tot die ortolanen er zijn, moeten we het doen met de kleinste voorhanden vogels: kwartels. Met deze Arabische versie kan smaaktechnisch niets verkeerd gaan, als je je maar aan de simpele regel houdt dat in Arabische vleesvulling altijd noten zitten, iets zoets van vruchten en een hint van ras-al-hanout, wat zoiets betekent als “het beste van de winkel.”
Dat laatste is een kruidenmengsel. Er zijn dus geen ras-al-hanout-planten, net zo min als er kerriestruiken zijn. Er zit ondermeer kruidnagels, chilipeper, koriander en komijn in.
Het was maar een klein bericht in deze krant vorige week, maar mijn hart maakte een sprongetje. ‘Het eten van bijna drie ons rauwe groente en fruit per dag vermindert het risico op een beroerte met ruim eenderde,’ zo bleek uit onderzoek van de Universiteit Wageningen. Nu is er weinig zo onzeker als de wetenschap, en zijn dit soort resultaten slechts geldig tot een concurrerende universiteit het tegendeel heeft bewezen. Maar toevallig ben ik verzot op rauwe groenten en fruit, en dus laat ik me in dit geval graag verleiden tot een bescheiden media-hypetje.
We gaan volledig rauw deze week.
Die bijna drie ons intrigeert trouwens. Hoeveel is precies bijna drie ons? Geen 250 gram zou je zeggen, anders had dat er wel gestaan. 299 gram? 298? 295 misschien? Hoeveel het ook is, het is best te doen. Een beetje appel weegt als snel 150 gram. Hap er twee weg en je hebt zomaar 33,33% minder kans op een beroerte.
Behalve Pippi Langkous ken ik maar één kind dat niet van snoep houdt. Wat er ook wordt uitgedeeld, dit meisje schudt ongeïnteresseerd haar hoofd. Merkwaardig. Alle andere kinderen die ik ken zijn er namelijk net zo gek op als grote mensen op geld. Snoep is hun raison d’être.
Zodra je het s-woord laat vallen beginnen hun oogjes te glinsteren. Lego, stiften en nunchuk veranderen op slag in waardeloze bijzaken. Snoep! Nog voor je de p hebt uitgesproken zwermen ze om je heen, de mollige klauwtjes zwevend boven de schatkist, als grijparmen boven een bak vol goedkope horloges op de kermis. En dan begint het. Het gemarchandeer.
‘Hoeveel mogen we er?’ ‘Hoezo, hoeveel mogen we er? Eén natuurlijk.’ ‘Maar hij neemt een lolly en dat is veel meer dan een winegum.’ ‘Dan neem jij toch ook een lolly.’ ‘Nee, ik wil geen lolly. Ik wil drie winegums, want dat is net zoveel als een lolly.’ ‘Net zoveel wat?’ ‘Gewoon, net zoveel. Hoeveel mag ik er nou?’ ‘(Zucht)… Je mag twee winegums.’



