De Febo tegenover het Olympisch Stadion bleek een goede locatie om af te spreken. Zo’n plek die iedereen kent. Niemand van het vaderlands culinair journaille althans, die het niet vinden kon. Iemand nog een kroketje? Opschieten dan, en daarna hopla in de bus. En zo vertrokken we keurig volgens planning, om zeven uur in de avond, richting het zuiden.
Met wie ging ik de komende 24 uur slapeloos doorbrengen? Daar was collega W, en daar waren ook H en M. Wijnschrijver C was er ook, samen met fotograaf D. En ja hoor, mijn grote vriend J was ook op komen dagen. Dat beloofde gezellig te worden. Maar wat een hoge opkomst. Rungis moest wel een magische plek zijn.



