Berichten met de tag Kalfsvlees

Natuurlijk had ik de berichten wel gelezen over de vieze, bittere nasmaak die sommige pijnboompitten achter kunnen laten, maar ik had  die verhalen eerlijk  gezegd altijd afgedaan als gezeur en aanstellerij. Ik roosterde  regelmatig een lading pitten voor door de pesto Genovese (hopeloos passé, volgens de culi-trendwatchers , maar ik ben nu eenmaal niet zo hip) en ik had nooit last van die veelbesproken vieze nasmaak.
Welnu: hoogmoed komt voor den val, zoals wij allen weten, en een paar weken geleden kregen die ellendige pitten ook mij te pakken. Het gemene is: terwijl je ze eet denk je niet: ‘Bah, wat vies’. Pas een dag of twee later registreren je papillen ineens alleen nog maar bittere, metalige narigheid en smaakt niets, maar dan ook niets meer lekker. Zelfs mijn wijn liet ik staan. ‘Misschien krijg je griep’, zei echtgenoot. Maar ik wist wel beter: ik had het pijnboompittenvirus.

lees verder

Mulisch niet. Hermans wel. ’t Hart niet. Reve wel. Je kunt aan de meeste schrijvers aflezen of ze wel of niet van eten houden. Écht van eten houden, bedoel ik.
Iedere auteur schrijft eetscènes. Een maaltijd is immers een ideale arena voor dramatische ontwikkelingen. Zet twee geliefden, een familie of een stel oude vrienden aan een tafel en ze gaan vanzelf ruzie maken, geheimen opbiechten, huilen of zich uitkleden. Maar waar er bij de schrijver-die-niet-echt-van eten-houdt iets onbestemds op tafel komt, gaat de ware liefhebber helemaal los op culinaire details.
Ter ere van de Boekenweek slaan we hier de komende dagen aan het eetlezen. En dan heb ik het niet over hardcore culiliteratuur, maar juist over die kleine, maar oh zo fijne passages in het werk van literaire lekkerbekken.

lees verder

Afgelopen dinsdag schreef ik over de gargantueske T-bonesteak, een costata alla fiorentina, die De Hongerige Man en ik bij wijze van lunch verschalkten in een Umbrische osteria. Niet alleen wijzelf waren na afloop verbaasd dat we dat monstrum saampjes hadden weg gehakt. Zelfs de ober was onder de indruk. Hij had DHM immers voorafgaand aan de steak ook nog een bordje antipasta en een spaghetti pecorino e pepe (met schapenkaas en zwarte peper) geserveerd.

Toen we een week later weer binnen liepen, lachte hij ons breed toe. „Fiorentina?” Nee, nee, we houden het bescheidener vandaag, lachten wij terug. Van de dieetliteratuur uit de vorige eeuw – een leven lang fit, de methode Montignac – is me weinig bijgebleven, maar dat een mens er zo’n zes uur over doet om dierlijk spierweefsel te verteren, is om een of andere reden blijven hangen. Het was al tien uur in de avond, en het vooruitzicht tot vier uur ’s nachts zo’n halve koe te liggen verteren sprak ons niet erg aan. Dus bestelde DHM een ‘gewone biefstuk’ en ik een tagliata di vitello.

lees verder

We hadden braaf het San Marcoplein bezocht, het Dogenpaleis bekeken, de Rialtobrug beklommen. We hadden uitgebreid de behendigheid der gondeliers bewonderd en een stukje over het Canal Grande gevaren met de vaporetto. We hadden ijsjes gekocht en ook twee carnavalsmaskers waarvan de veren en parels al na vijf minuten loslieten en die de gezichtjes van mijn kinderen bedekt met gouden glitters achterlieten. Kortom, we hadden alles gedaan wat er van verantwoordelijke ouders mocht worden verwacht wanneer zij met het hele gezin een dagje Venetië doen.

lees verder

Je werkt als voedingsdeskundige in een ziekenhuis. Je moet een operatie ondergaan. Tijdens de operatie krijg je een hersenbloeding. Je raakt in coma. Na maanden word je wakker. In je eigen ziekenhuis. Je bent halfzijdig verlamd. Wat doe je dan?

Dan schakel je de hulp in van een aantal chef-koks, waaronder Cas Spijkers en Nico Boreas en schrijf je Eén handig kookboek, een kookboek voor mensen met één hand en anderen die niet zo handig in de keuken zijn. Je bestemt de volledige opbrengst van het boek voor Stichting Vrienden van de Tolbrug (een revalidatiecentrum) en voor gehandicaptenvereniging De Zonnebloem. Tenminste, dat deed Anita van Gelder.

lees verder