Berichten met de tag Kaneel

Soms is het nodig om even de hulp van een paar vriendinnen in te roepen. Want zo nu en dan zit je gewoon verlegen om wijsheid en goede raad of een lekker recept of keukenattribuut.

Afgelopen week bijvoorbeeld. Goede vriendin J., met wie ik mijn appartement deel,  kreeg vorig jaar een tajine voor haar verjaardag. U weet wel, zo’n aardewerken Noord-Afrikaanse stoofpot. En omdat ik al vanaf dat eerste begin geboeid was door de zware kookpot mocht ik hem uiteraard „wel een keertje lenen”. lees verder

Iedere ochtend bezoek  ik op station Utrecht Centraal het filiaal van  Starbucks . Bij deze uit Amerika overgewaaide koffie-keten staat altijd een aanzienlijke rij, maar daar laat ik me niet door afschrikken. De cappuccino is er goed en terwijl ik wacht valt er genoeg te zien en te beleven.

Voor mij in de rij staan vier meisjes van een jaar of vijftien. Hun reeënbenen steken in plompe Uggs en ze doen hun best om zo ongeïnteresseerd mogelijk te kijken. Ze spelen dat ze in New York wonen, dat ze fotomodel zijn en onaantastbaar. Net als Carrie Bradshaw in Sex and the City bestellen ze een grande skinny latte en leggen daar meer dan vier euro voor neer. Een flink bedrag, maar dat hebben ze ervoor over. Die Starbucks-beker is belangrijk. Een cool accessoire. Ik rookte vroeger om me een houding te geven, deze tieners drinken latte. lees verder

Na een zondagse boswandeling zit ik op een Goois terras van de herfstzon te genieten als naast me een echtpaar neerstrijkt. Verzorgde zestigers, met verstandige wandelschoenen en allebei een Burberry-sjaal. Ze zien eruit alsof ze al een mensenleven bij elkaar zijn en niet meer naar woorden hoeven te zoeken.

Waar ze ook niet naar zoeken is de menukaart. Als de serveerster komt, bestellen ze zonder aarzelen, in één adem en zonder dat typerende stellen-overleg (‘Wat neem jij?’, ‘Zou je dat wel doen, we gaan zo eten’). Zij een cappuccino, tomatensoep en een kroket zonder brood, hij een gewone koffie, cola light zonder ijs en een broodje kroket. Zouden ze dit elke zondagmiddag eten? Of zijn dit gewoon mensen die heel goed weten wat ze willen? Hoe dan ook, ik heb er ontzag voor. Ik vind kiezen wat ik wil eten namelijk lang niet makkelijk. Het liefst ga ik naar restaurants met een kleine menukaart waar ik alleen maar hoef te beslissen of ik vis, vlees of vega wil, en het verrassingsmenu is voor mij helemaal geweldig. „Geen rauwe ui en geen passievrucht alstublieft, verder is alles goed.” Maar uitgebreide kaarten vind ik een ramp. Ténzij er eend op staat. Tam of wild, gebraden of geconfijt, borst of bout, gerookt of rosé: als ik eend zie, bestel ik het. Het rare is dat hoe lekker ik het ook vind, eend voor mij vooral restauranteten is en dat ik het thuis zelden klaarmaak. lees verder

Soms heb ik schoon genoeg van de makkelijke, gevaarloze gezinsmaaltijden die hier elke dag op tafel komen. Hoeveel spaghetti carbonara en vissticks kan een mens hebben, vraag ik mij wel eens af. Helaas kan ik, als ik hier in de vinexwijk eens iets dols wil, geen kant op. Het meest exotische restaurant is een Chin. Ind. Rest. genaamd De Gouden Kom en daar krijg je me met geen stok naartoe.

Ik heb in mijn leven  namelijk al veel teveel Chinese restaurants van binnen gezien. Tien jaar lang reisde ik met een theatergezelschap door het land. Als we na een eeuwigheid in de file veel te laat in Oss, Kerkrade of Emmen uit de bus stapten, zat er maar een ding op. Want alleen bij de Chinees knikken ze vriendelijk als je  binnenkomt met de tekst: ‘Ik wil graag wat eten, maar ik moet over 9 minuten in de schouwburg zijn’. lees verder

De beschaving van een land is af te meten aan de manier waarop men omspringt met gevangen vis. Libië zal niet beschaafd zijn, want het land sjoemelt met de vangstcijfers van de bedreigde blauwvintonijn. De Filippijnen staan er ook fraai op, maar niet heus. Veel vis op de markten daar is gebutst en gemangeld. Van het dynamietvissen.
China is een twijfelgeval, want ook dat land hield voor de mondiale visautoriteiten jarenlang een oneerlijke boekhouding bij. Maar daar staat tegenover dat de gemiddelde Chinees zijn vis het liefst levend in een zeeaquarium aanwijst aan de kok: dat is culinaire civilisatie.

Langs deze zeevismeetlat gelegd, is Oman zeker een geciviliseerd land. Dat bewees nog eens een bezoek, twee weken terug, aan twee vismarkten in het sultanaat, eentje in de hoofdstad Muskat en eentje in het noordelijker gelegen Sohar – volgens de Omani overlevering de geboorteplaats Sindbad de Zeeman. lees verder

Laatst had ik een kleuter te eten. Aangezien mijn eigen huishouden uit louter volwassenen bestaat, ben ik altijd licht nerveus als ik voor kinderen moet koken. Angstdromen over spaghettislierten die door de kamer worden geslingerd en vlekken die nóóit meer uit de placemats gaan, of  – het ergste wat je als thuiskok kan overkomen  – dat je gast naar het bord kijkt en zegt (of huilt, of schreeuwt): „Dat lust ik niet!”

Gelukkig bleek de kleuter in kwestie een makkelijke eter. Van tevoren had ik even geïnformeerd naar allergieën of wensen. De antwoordmail van zijn moeder stelde gerust: „Er zijn geen allergieën. En hij houdt van vis. En van kip. En van worst. En van pannenkoek. En van ei. En van stokbrood. En van aardbeien!” lees verder

In de vinexwijk waar ik woon, zie ik regelmatig gloednieuwe babybadjes en buggy’s bij het grofvuil staan. Prima spullen die op dinsdag zonder pardon in de vuilniswagen verdwijnen. In een kinderrijke buurt als dit is een kringloopwinkel eigenlijk onontbeerlijk. Al die driewielers en rollerskates waar kleuters al na een half jaar uitgegroeid zijn, kunnen dan tenminste doorgegeven worden. Met een aantal buurtbewoners hebben we een plan ingediend om hier zo’n winkel op te zetten, maar dat is helaas nog niet van de grond gekomen.

Ook eten weggooien vind ik steeds onverkwikkelijker. Na het grootschalige diner van vorige week had ik allerlei lekkere dingen over en daar heb ik nog dagen plezier van gehad. Deze week een aantal ideeën voor fijne rest-recepten. Vrees niet: dit worden geen deprimerende stukjes waarin om de haverklap het woord ‘kliekje’ valt. Ik word altijd een beetje treurig van die uitdrukking. En zeg nu zelf:  Drie kippendijtjes, een zak geraspte parmezaanse kaas, twee ons gepelde walnoten en een half kletzenbrot, dat kun je toch geen kliekjes noemen? Dat zijn goddelijke ingrediënten. lees verder

We rijden op Highway 24 in Zuidwest Amerika. Voor ons, achter ons, naast ons rotsige woestijn. Ik ben moe en een beetje kribbig. We reizen al een paar dagen door de staat Utah, waar ze hele rare alcoholwetten hebben (bier van 3,2 procent, wat moet je er mee?) en hoe indrukwekkend het landschap ook is, we beginnen onderhand genoeg te krijgen van de stoffige rotsformaties. We hebben de vaart erin. Dan ga ik ineens rechtop zitten: „Ik zag een bakker!” We keren om en jawel, een klein gebouwtje, een moestuin, een paar slaperige honden, en binnen een allervriendelijkste meneer die ter plekke de bonen voor mijn koffie maalt. „Hoe kwam je er zo bij om hier een bakkerij te beginnen?” vraag ik. „We needed bread. I baked some. Before I knew it, I was running a bakery.”
We nemen koffie en kaneelbroodjes, de specialiteit van het huis, mee naar het terras. Uit een krakende radio komt de stem van Stevie Wonder. Met de honden aan onze voeten kijken we de woestijn in. Die lijkt ineens een stuk minder onvriendelijk.
lees verder

Geen enkele keuken laat zich samenvatten in vijf krantenkolommen van 450 woorden, en zeker niet de Indiase keuken. Het aantal variaties op curry alleen al is schier oneindig. Al die specerijen die bij ieder gerecht in een net weer andere samenstelling samensmelten tot een geheel nieuwe smaaksensatie, je zou een mensenleven lang Indiaas kunnen koken zonder ooit precies hetzelfde te eten.

Maak je geen zorgen, dat gaan we niet doen. Ik plak aan vorige week nog slechts een paar dagen, waarin ik nog één curry wil behandelen, en we ons verder concentreren op een aantal bijgerechten. Een curry staat namelijk nooit op zichzelf. De gemiddelde maaltijd in India bestaat uit minimaal vier, maar meestal nog meer componenten, die vaak samen worden gepresenteerd op een thali, een platte metalen schaal met een heleboel kleine bakjes.

lees verder

Niet dat ik er ooit geweest ben, maar in India schijn je geweldig goed vegetarisch te kunnen eten. In grote delen van het land wordt zelden of nooit dierlijk voedsel geconsumeerd, ofwel vanuit religieuze overtuiging, ofwel omdat de bevolking er simpelweg te arm voor is. En meestal geldt: hoe minder vlees of vis er in een streek op tafel komt, hoe kruidiger en creatiever de keuken.

Deze bloemkoolcurry uit Mangalore wordt het lekkerst met verse kokosnoot. Het is nogal een karwei om zo’n noot te kraken, het hagelwitte vruchtvlees eruit te wippen en het te ontdoen van z’n bruine schilletje. Ik was daar afgelopen zondag een half uur mee kwijt, met 2 snijwonden in m’n vingers en een schaafwond op m’n knokkels als gevolg. Maar ik heb dan ook twee linkerhanden, en het zou ook moeten kunnen zonder bloedvergieten. Hier vind je een handige instructie.  Wie er geen zin in heeft gebruikt  75 gram geraspte, gedroogde kokos voor de currypasta en een blik kokosmelk voor de saus.
lees verder