Berichten met de tag Kip

Verslag van een proeverij

Zondagochtend 10 uur lijkt niet het meest voor de hand liggende tijdstip voor een vergelijkende (nep)kipproeverij. Maar wijnproevers proeven niet voor niets zo vroeg mogelijk op de dag; dan zijn de smaakpapillen nog fris. De vragen aan het proefteam zijn: kun je echte kip van plantaardige imitatiekip onderscheiden, en hoe smaakt nepkip? lees verder

Soms is het nodig om even de hulp van een paar vriendinnen in te roepen. Want zo nu en dan zit je gewoon verlegen om wijsheid en goede raad of een lekker recept of keukenattribuut.

Afgelopen week bijvoorbeeld. Goede vriendin J., met wie ik mijn appartement deel,  kreeg vorig jaar een tajine voor haar verjaardag. U weet wel, zo’n aardewerken Noord-Afrikaanse stoofpot. En omdat ik al vanaf dat eerste begin geboeid was door de zware kookpot mocht ik hem uiteraard „wel een keertje lenen”. lees verder

Vorige week ontstond enige ophef rondom het programma Echte meisjes in de jungle, waarin de deelnemers een levende kip moesten ontdoen van haar filet. Presentator Quintis (die gezellige Surinamer van de rijstreclames) kon zijn roti namelijk niet zonder een stukje vlees eten. Deze slachting verliep niet helemaal vlekkeloos, wat enkele dierenorganisaties in het verkeerde keelgat schoot. 

Hoewel de kippen inderdaad niet op diervriendelijke wijze aan hun eind kwamen, heb ik wel de rest van de week met mijn hoofd in Surinaamse rotiwolken gelopen. Daarom moest ik er afgelopen maandag toch maar aan geloven en deed ik een beroep op de Surinaamse supermarkt bij mij om de hoek. Deze week dus het recept voor roti, zonder de kip, maar wel met kousenband, aardappelen en ei. 

lees verder

Als je stukje leest lig ik ofwel zieltogend in bed of sta ik met bonkend hoofd en ontzette maag in het repetitielokaal te spelen dat ik geen kater heb. Ik mag vanavond namelijk naar het boekenbal en ben niet van plan op een verstandige tijd huiswaarts te keren.
Als het echt héél héél erg is kan ik maar beter niet aan eten denken, maar bij een gemiddelde kater smacht ik naar vet. Patat, hamburgers, gebakken eieren met veel gesmolten kaas, dat soort zaken.
Iedereen heeft zo zijn eigen katertips en -rituelen. Een vriendin van me heeft speciaal voor de gelegenheid wat blikken witte bonen in tomatensaus in de voorraadkast. Die stort ze the day after naar Amerikaans gebruik op een geroosterde boterham en daar knapt ze naar eigen zeggen enorm van op. Anderen gaan na een avond grof zondigen juist op de gezonde toer met fruit en smoothies. Not my cup of tea, maar natuurlijk wel verstandiger dan je getormenteerde maagwand nogmaals lastig vallen met een patatje oorlog.
Waarschijnlijk bereid ik morgen iets eenvoudigs met salie. Als je een paar van die mooie, zachtbehaarde blaadjes bakt in wat olijfolie en over een bordje verse ravioli giet heb je een heerlijke, snelle maaltijd. Verkruimel er eventueel nog wat verse geitenkaas over en u bent klaar voor bank en b-film.
Eet meer Salie, zou ik willen zeggen. Zeker bij een kater. Want het is niet alleen lekker, het is ook opwekkend, adstringerend, krampwerend, stimulerend, bloedzuiverend en vochtafdrijvend en helpt bovendien bij onrustig slapen, leverziekten, vergeetachtigheid en zelfs bij verdriet.
Voor 3 a 4 personen

  • 2 blikjes witte reuzenbonen van 400 gram
  • olijfolie
  • roomboter
  • uitje
  • knoflook
  • 4 kippendijtjes
  • citroen
  • sherry
  • salieblaadjes

Salie is ook lekker bij een een eenvoudige bonenpuree. Snij een uitje en een teen knoflook heel fijn en fruit beide langdurig in wat olijfolie op een zacht vuur. Spoel de boontjes goed af en verwarm ze met wat (vers) water, een minuut of tien. Laat ze uitlekken, maar bewaar wat van het kookwater. Doe flink wat (goeie!) olijfolie en citroensap bij de bonen, plus zout, peper en de knoflook en ui en pureer alles met een staafmixer. Roer er eventueel nog wat kookvocht door als u de puree te dik vindt. Bestrooi de kippendijtjes met zout en peper, sprenkel er wat citroen over en bak ze vijftien a twintig minuten in een mengsel van roomboter en olijfolie.
Blus ze af met een scheut sherry. Leg als de alcohol goeddeels verdampt is een stuk of twaalf salieblaadje rond de kip en bak die even mee.
Schep wat bonenpuree op een bord, leg de kippendij en de salieblaadjes erop en lepel er tenslotte een klein beetje sherryjus over. Serveer met sla en een groot glas cola, want dat is nog altijd de aller-, allerbeste remedie tegen kater-leed

Collega van NRC Marjoleine de Vos schreef er op Valentijnsdag ook al over: eetfilms waarin voedsel in verband wordt gebracht met seks. Ik ben niet zo dol op van die rolprenten waarin schaars geklede dames kreunend de soep naar binnen lepelen, terwijl de zwetende kok nog maar eens een extra pepertje in de pan gooit. Maar ik moet bekennen dat ik vorige week, nadat ik acht goddelijke gangen had gegeten in restaurant Solo, bepaalde gevoelens kreeg voor de man die al dat heerlijks had klaargemaakt. Met seks hadden die overigens niets te maken. Eerder met verliefdheid. Ja liefde, zelfs. Toen ik later op de avond een kijkje in de keuken mocht nemen en chef Mohammed El Harouchi een hand gaf, heb ik staan blozen als een bakvis.

lees verder

‘Alles wat je ziet dank ik aan spaghetti”, antwoordde Sophia Loren eens op de vraag hoe ze toch aan haar prachtige figuur kwam. Zo’n uitspraak smeekt erom geparodieerd te worden. Welnu, alles wat je leest dank ik aan kippensoep. zonder kippensoep was dit stukje niet geschreven.

Toen ik een paar maanden geleden ziek werd, bracht vriend S me pannetjes van het spul, zo vol smaak en krachtig dat je er een dode mee tot leven had kunnen wekken. Eenmaal weer voorzichtig op de been, vlijde ik zelf de ene na de andere vette soepkip in een pan water, stookte er een vuurtje onder en beroofde hen van hun levenssappen, opdat ze mij zouden sterken. En sinds het nog iets beter gaat, neem ik minimaal eens per week de tram naar Chinatown om mij te laven aan Aziatische kippensoep in alle denkbare varianten.

Goede soep begint met goede bouillon. De allerheilzaamste, allerlekkerste kippenbouillon trek je van een gepensioneerde legkip of, zoals Surinamers zeggen: een harde kip. Zulke oude dames hebben dijen om u tegen te zeggen, een dito onderhuidse vetlaag en wegen al snel een kilo of 2 à 2,5.

lees verder

Verhuizingen en verbouwingen zijn niet leuk. Er hangt dagenlang metselschorrie, schildermorrie en ander bestelbusgeboefte in je huis rond. Vooral die keer dat een paar mannetjes van het vloerengilde een dagje voor een slordige vier mille stond te verpopnagelen, staat helder voor de geest. Voordat de heren de deur achter zich dichttrokken, draaide een van de trekhaaktronies zich om en zei, duimwijzend op de stapel houtschroot, grit en kromme, voetzoekende schietnieten: „So, u hep wel wat op te ruimen.”
Het gebruik van de keuken is dan meestal ook onmogelijk. Zoals toen dat, zich – noot voor de geluidsman: hier moet hysterisch gelach onder – ‘monteur’ noemend fornuistuig zei toch pas een week later de beloofde nieuwe apparatuur te kunnen leveren – en de oude natuurlijk al had gesloopt. Dan kan je kiezen: óf je veroordeelt jezelf die week tot bremzoute, vette afhaalmeuk, óf je kookt iedere dag een eenpansmaaltijd uit de elektrische magnetrongrill – die met die jaarringen in het interieur.
lees verder

Ik ben bepaald geen held in de keuken. Sommige gerechten maak ik nooit, enkel en alleen omdat er één klein dingetje in het recept staat dat me angst aanjaagt. Bij het woord gelatine bijvoorbeeld, sla ik direct de bladzijde om. Ik weet wel dat het niet werkelijk ingewikkeld is – gewoon een beetje gedoe en geknijp in rare, glibberige velletjes – en toch durf ik het niet aan. Blind bakken; ook zoiets intimiderends. Waarschijnlijk lukt het me heus wel, als ik me er een keertje toe weet te zetten. Maar als ik het in een recept zie staan, denk ik toch: ik zoek nog even verder.

Tegen het maken van een risotto heb ik me ook jarenlang verzet. Als er gesproken werd over de bereiding van dit gerecht begon iedereen namelijk heel streng te kijken en volgden er steevast gruwelverhalen over te gaar of te hard of hélémáál aangebrand. Laat maar zitten, dacht ik dan altijd; ik maak wel wat anders. lees verder

Ik herinner me goed hoe hevig ik als als puber kon verlangen naar het weekend. Vooral als er een of ander school-, tennis- of hockeyclubfeest op stapel stond. De vrijdag trok tergend langzaam en saai voorbij met natuurkunde en een blokuur Grieks, maar dan was het eindelijk zover. Na het avondeten verzamelden mijn vriendinnen en ik in een van onze kamers en daar werd dan eindeloos van kleding gewisseld, gelipglossed en gespeculeerd. Zou die en die er zijn en zou a nou eindelijk met b gaan zoenen? Om een uur of negen was de opwinding in de meisjeskamer tot grote hoogte gestegen.
lees verder

Nigella, eat your heart out! kopte een Britse krant vlak voor het kookprogramma van Lawson’s concurrente Sophie Dahl op de buis kwam, maar het lijkt erop dat de Domestic Goddess de strijd gewonnen heeft. Dahl’s serie krijgt hoogstwaarschijnlijk geen vervolg, terwijl Lawson alweer druk bezig is met opnames voor haar zoveelste reeks programma’s. lees verder