Berichten met de tag Koriander

Vroeg in de ochtend kwam een sms’je binnen. Van een kennis, die de dag ervoor blij had verteld dat hij op de markt een mooie harder had gescoord. De vis zou in moten in de pan gaan en van de kop en de graten zou hij bouillon trekken, voor de soep.

De voorbereidingen waren gelukt maar, rampspoed, hij was vergeten voorgaande nacht het vlammetje onder de bouillonpan te doven. De visresten hadden een parcours gevolgd dat voerde van trekken, via inkoken naar grillen. Het eindstation was, sms’te hij „een helse stank”, die hem net had gewekt. Dit „koksleed” stond er, was vast aan mij besteed. lees verder

Soms is het nodig om even de hulp van een paar vriendinnen in te roepen. Want zo nu en dan zit je gewoon verlegen om wijsheid en goede raad of een lekker recept of keukenattribuut.

Afgelopen week bijvoorbeeld. Goede vriendin J., met wie ik mijn appartement deel,  kreeg vorig jaar een tajine voor haar verjaardag. U weet wel, zo’n aardewerken Noord-Afrikaanse stoofpot. En omdat ik al vanaf dat eerste begin geboeid was door de zware kookpot mocht ik hem uiteraard „wel een keertje lenen”. lees verder

Bij falafel moet ik altijd direct denken aan een hele ordinaire snacktent in mijn woonplaats waar niemand overdag überhaupt naar omkijkt. ’s Nachts is het een ander verhaal. Zodra de kroegen de tap opengooien zet/de falafelkoning zijn frituur aan. Dan staan ze met rijen dik te dringen voor toonbank. Want als de drank in de man is, dan komen ze wel, lallende hongerhalzen op zoek naar een nachtelijke snack.

Om van deze falafel te kunnen genieten is het maar beter dat je op dat moment niet helemaal toerekeningsvatbaar bent, want tussen de sla en schijfjes komkommer liggen verdwaalde sigarettenpeuken en je moet uitkijken dat je je nek niet breekt als je struikelt over opgerolde kroegtijgers die her en der in  de toko   hun roes aan het uitslapen zijn. lees verder

Op bezoek in het zuiden van Spanje, in de streek rond Jabugo, de hoofdstad van de beroemde serranoham. Niet die beunhammen die de grootsuper hier laatst met Kerst aan de man bracht, maar echte – kijk hier fronsend en gedecideerd bij – jamón ibérico.

De leveranciers van deze prijzige vleeswaren – een tientje per ons is geen uitzondering – zijn de matzwarte varkens van het Ibérico-ras. Dat zijn nog eens schárrelvarkens: per hectare kurkeikbos loopt misschien een dozijn dieren rond. Beetje wroeten, beetje eikels opsmakken, beetje rug tegen eik schurken.  Wanneer je langs het hek loopt knorren ze gezellig naar je – ze moesten eens weten. lees verder

Omdat Thailand niet naast de deur ligt, ontkwam ik er de afgelopen weken niet aan om het vliegtuig en het daarbij behorende cabinevoedsel te ontlopen. Vliegtuigeten wordt over het algemeen als smakeloos ervaren en ik moet eerlijk zeggen dat ik ook niet uitkijk naar de warme maaltijden in de lucht. Ik probeer altijd een zakje knabbels in mijn handbagage mee te nemen zodat ik in ieder geval altijd iets te snacken in de buurt heb.

Nu is deze kieskeurigheid van verwende vakantiegangers zoals ik niet alleen maar snobisme. Vliegtuigeten smaakt minder lekker dan op de grond omdat hoog in de lucht de smaak verandert door de omstandigheden in de cabine.  Je neus doet bijvoorbeeld minder goed zijn werk door de droge lucht en een het geluid van de vliegtuigmotoren heeft een negatieve invloed op de smaakbeleving.

lees verder

Exoten, dieren die hier niet thuishoren, staan in een kwaad daglicht. Japanse oesters nemen de Waddenzee over, heet het, Argentijnse beverratten zouden de dijken ondergraven en Chinese muntjakken gunnen Veluwse reeën het licht in de ogen niet. ‘Halsbandparkiet verjaagt onze specht’, luidde een Telegraafkop al – mijn cursief. Iedere overeenkomst met actuele politieke kwesties berust op louter toeval, hadden ze er aan kunnen toevoegen.

De bozige pers die de Noorse sneeuwkrab ten deel valt, past naadloos in dit rijtje. Halverwege de vorige eeuw lieten sovjetbiologen deze grote, exquise krabben los in de Barentszzee, in de hoop een visserij te starten die aan de Stille Oceaan-zijde van het land al erg profijtelijk was. De beesten voelden zich boven Moermansk eveneens thuis en intussen vangen Noorse vissers ze. Zo belandden ze op onze vismarkten.

lees verder

Het is altijd riskant voedsel dat  ooit ergens ver weg goed smaakte, thuis te reproduceren. Zouden bijvoorbeeld deze Georgische khinkali wel net zo magisch zijn zonder de ingrediënten kristalheldere lucht, loslopende paarden, witbesneeuwde toppen, net-een-hele-hoge-berg-beklommen, en – jawel – mannen met baarden?

Ik moet eerlijk zijn: nee. Niet nét zo magisch. Dat kan ook bijna niet. In die omstandigheden zijn zelfs paardenvijgen een lekkernij.  Maar de gehaktdumplings, die de Georgiërs na een kortstondige Mongoolse overheersing al eeuwen eten, zijn ook hier onder grijze wolkenluchten goed feesteten. lees verder

Een paar maanden geleden leek het me een goed idee om dit jaar de Nederlandse winter tijdelijk vaarwel te zeggen en een ticket te boeken naar een warm land. Ik besloot naar Thailand te gaan en dat is waar ik me sinds vorige week ook bevind. Een goed excuus om de aankomende weken in de kookcolumn op donderdag aandacht te besteden aan de Thaise keuken.

Het leuke van de Thaise eetcultuur is dat het zich vooral in het openbaar afspeelt. Iedereen eet op straat, bij de enkele restaurants kijk je zo naar binnen en gerechten worden in de buitenlucht bereid. Het aantal rijdende eetstalletjes is overdag al indrukwekkend, maar zodra het begint te schemeren stromen de straten vol met hongerige locals en toeristen en verdriedubbeld het aanbod van noedels en curry’s. Hele straten worden  in de avonduren afgezet voor verkeer en bezet door talloze vriendelijk lachende Thaise vrouwtjes met mobiele minirestaurantjes. lees verder

De beschaving van een land is af te meten aan de manier waarop men omspringt met gevangen vis. Libië zal niet beschaafd zijn, want het land sjoemelt met de vangstcijfers van de bedreigde blauwvintonijn. De Filippijnen staan er ook fraai op, maar niet heus. Veel vis op de markten daar is gebutst en gemangeld. Van het dynamietvissen.
China is een twijfelgeval, want ook dat land hield voor de mondiale visautoriteiten jarenlang een oneerlijke boekhouding bij. Maar daar staat tegenover dat de gemiddelde Chinees zijn vis het liefst levend in een zeeaquarium aanwijst aan de kok: dat is culinaire civilisatie.

Langs deze zeevismeetlat gelegd, is Oman zeker een geciviliseerd land. Dat bewees nog eens een bezoek, twee weken terug, aan twee vismarkten in het sultanaat, eentje in de hoofdstad Muskat en eentje in het noordelijker gelegen Sohar – volgens de Omani overlevering de geboorteplaats Sindbad de Zeeman. lees verder

‘Al die recepten, verzin je die nou zelf? Ik zal niet de enige blogger en receptenschrijver zijn die regelmatig deze vraag krijgt. Ik weet nooit zo goed wat ik erop moet zeggen. Iets écht nieuws verzinnen wat ook nog lekker smaakt (want ik kan wel iets spannends van bloemkool met dropsaus creëren, maar wie wil dat eten?) is verschrikkelijk moeilijk. Soms denk je dat je iets bedacht hebt, blijkt een andere kok in een ander land in een ander tijdperk je allang voor te zijn geweest.

Wie gasten en huisgenoten met iets origineels wil verrassen kan, in plaats van rare combinaties in de  pan te gooien, maar beter op zoek gaan naar onbekende keukens. Zo raakte ik een paar jaar geleden gefascineerd door de keuken van Perzië. Er worden weinig rare of moeilijk verkrijgbare spullen in gebruikt, en met uitzondering van een paar bewerkelijke rijstgerechten is het ook allemaal niet ingewikkeld. Maar de smaken! Verveelde eters veren op. In de lente maakte ik een stoofpotje van lamsvlees, munt en rabarber. Niemand snapte wat erin zat, maar iedereen wilde het recept hebben. Subtiel, intrigerend, verfijnd. Alles smaakt zo sprookjesachtig als het klinkt: Fesenjan. Kuku Sabzi. Shula Kalambar. Khoresht en Shirin Polow.

lees verder