We fietsten door Spanje deze week, de Vuelta vooruit. Na vier dagen trappen, van Catalonië naar Valencia naar Andalusië naar La Mancha, doemt vandaag de eindstreep op. Madrid. Vriend T. woont er doordeweeks. In het weekeinde, wanneer hij in Den Haag is, mogen De Hongerige Man en ik in zijn appartement. Het komt er nooit van. Stom. Madrid is leuk.
Van de laatste keer dat ik er was, vier jaar geleden, herinner ik me het koffiebarretje naast ons hotel – om acht uur ’s ochtends kon je er al kiezen tussen een café solo en een biertje. Ik weet nog wat we betaalden voor een bordje jamon Iberico op een terras (20 euro) en als ik mijn ogen dicht doe ruik ik de geur in de bodega’s die we afstroopten tot ver na middernacht – het bedwelmende aroma van gerijpte vleeswaren, knoflook, zwetende Madrilenen en sigarettenrook.
Ja, Madrid is leuk én lekker. Na een nacht dansen ontbijt je er met churros, gefrituurde deegvingers, die je doopt in stroperige warme chocoladesaus. Je slaapt een paar uur en bingo, om half twee is het alweer tijd voor de lunch. Ik heb nooit begrepen hoe de Spanjaarden zelf dat volhouden. Die moeten ook nog werken tussen al dat feesten door. Volgens T. is siësta het toverwoord. Hij heeft niet eens echt grote wallen onder z’n ogen.
lees verder›