Berichten met de tag Limoen

Vroeg in de ochtend kwam een sms’je binnen. Van een kennis, die de dag ervoor blij had verteld dat hij op de markt een mooie harder had gescoord. De vis zou in moten in de pan gaan en van de kop en de graten zou hij bouillon trekken, voor de soep.

De voorbereidingen waren gelukt maar, rampspoed, hij was vergeten voorgaande nacht het vlammetje onder de bouillonpan te doven. De visresten hadden een parcours gevolgd dat voerde van trekken, via inkoken naar grillen. Het eindstation was, sms’te hij „een helse stank”, die hem net had gewekt. Dit „koksleed” stond er, was vast aan mij besteed. lees verder

Exoten, dieren die hier niet thuishoren, staan in een kwaad daglicht. Japanse oesters nemen de Waddenzee over, heet het, Argentijnse beverratten zouden de dijken ondergraven en Chinese muntjakken gunnen Veluwse reeën het licht in de ogen niet. ‘Halsbandparkiet verjaagt onze specht’, luidde een Telegraafkop al – mijn cursief. Iedere overeenkomst met actuele politieke kwesties berust op louter toeval, hadden ze er aan kunnen toevoegen.

De bozige pers die de Noorse sneeuwkrab ten deel valt, past naadloos in dit rijtje. Halverwege de vorige eeuw lieten sovjetbiologen deze grote, exquise krabben los in de Barentszzee, in de hoop een visserij te starten die aan de Stille Oceaan-zijde van het land al erg profijtelijk was. De beesten voelden zich boven Moermansk eveneens thuis en intussen vangen Noorse vissers ze. Zo belandden ze op onze vismarkten.

lees verder

‘Alles wat je ziet dank ik aan spaghetti”, antwoordde Sophia Loren eens op de vraag hoe ze toch aan haar prachtige figuur kwam. Zo’n uitspraak smeekt erom geparodieerd te worden. Welnu, alles wat je leest dank ik aan kippensoep. zonder kippensoep was dit stukje niet geschreven.

Toen ik een paar maanden geleden ziek werd, bracht vriend S me pannetjes van het spul, zo vol smaak en krachtig dat je er een dode mee tot leven had kunnen wekken. Eenmaal weer voorzichtig op de been, vlijde ik zelf de ene na de andere vette soepkip in een pan water, stookte er een vuurtje onder en beroofde hen van hun levenssappen, opdat ze mij zouden sterken. En sinds het nog iets beter gaat, neem ik minimaal eens per week de tram naar Chinatown om mij te laven aan Aziatische kippensoep in alle denkbare varianten.

Goede soep begint met goede bouillon. De allerheilzaamste, allerlekkerste kippenbouillon trek je van een gepensioneerde legkip of, zoals Surinamers zeggen: een harde kip. Zulke oude dames hebben dijen om u tegen te zeggen, een dito onderhuidse vetlaag en wegen al snel een kilo of 2 à 2,5.

lees verder

Eens even kijken. Walvisvlees, daar kan een vette streep door. En gedroogde tonijnenkuit, bottarga, die je in Sardinië over pastagerechten schaaft, dat hoeft van mij dus ook niet meer. Maar verder staat er nog best veel op de lijst things to eat before you die.

Dat walvisvlees stond op de kaart van een restaurant op het Noorse eiland Andoya: steak Bloody Watson heette het gerecht. Omdat je tot een van de weinige mensen behoorde die een stukje dwergvinvis had gegeten, kreeg je er zelfs een oorkonde bij. Dat maakte je medeplichtig aan een controversiële praktijk. Dat snap ik heus wel, vooral sinds ik voor de Ierse westkust vanaf een eenzame klif zo’n Minke-whale zag langs plonzen. Maar de nieuwsgierigheid won het gewoon.
lees verder

De afgelopen twee dagen schreef ik hier over Hunger for Freedom, een boek van Anna Trapido over het leven van Nelson Mandela. Het is geen gewone biografie, maar eerder een culinair testament, of, zoals Zindzi Mandela zegt op de achterflap: ‘een historische foodprint van een groot man’.

Het boeiendste deel van het boek is het hoofdstuk over het eten in de gevangenis op Robbeneiland, waar Nelson Mandela van 12 juni 1964 tot 11 februari 1990 gevangen werd gehouden. Ik beschreef gisteren al het dieet waarop hij die 27 jaar leefde: maïspap, maïskolven, groente en dunne vleessoep. Een aantal van Mandela’s medegevangenen was iets beter af; zij kregen ook brood en margarine, plus een extra schep suiker voor in de pap. lees verder

De afgelopen twee weken deed ik hier culinair verslag van mijn vakantie in Brazilië. Vandaag alweer de laatste dag, en omdat een impressie van de Braziliaanse keuken incompleet zou zijn zonder aandacht voor doces (zoetigheid) sluiten we af met een fijn tandbedervend recept.

Allemachtig, wat een zoetekauwen daar. Op Ilha Grande, een eilandje op een paar uur rijden ten zuiden van Rio, zag ik iedere avond een man rondlopen achter een vitrinekast op wieltjes. Onder een deksel van glas had hij daarin een assortiment desserts uitgestald waar menig banketbakker een puntje aan kan zuigen. Kokoscake, chocolademousse, taarten, roomtoetjes, karamelpudding, brigadeiros (truffels met hagelslag); die gast deed gouden zaken. lees verder

Het alternatief was de hele dag onder een dekbed kruipen en net doen of ik nog 39 was. Dan toch maar een feestje. Bier en chips, kondigde ik aan. Ik ging nou eens niet een week van tevoren in de keuken staan om pannen soep, bergen pasta en schalen met hapjes te maken. Bier en chips zijn ook gezellig.

Nou ja, íéts te eten kon ik toch wel maken. Hoeveel moeite was dat nou eigenlijk, een paar van die mezze en wat Turks brood. De baba ganoush van vorige week stond nog in de koelkast. Ik kon er hummus bij maken. Olijfjes, rauwkost, dan was ik er al. Om zeven uur, had ik gezegd. Maar op vrijdagavond om zeven uur komt iedereen direct uit zijn werk en heeft niemand nog gegeten. Ik kon mijn vrienden toch niet op een lege maag laten drinken. Of erger, om negen uur weer naar huis laten gaan om daar te eten.

lees verder

Vanuit New Orleans maken we vandaag een Latin Jazz-uitstapje naar Havana. Bij de Cubaanse hoofdstad denk ik aan Castro, Guevara, Hemingway en Ferrer en aan mojita’s, daiquiri’s, Cuba Libre en corona’s. Aan oude mannen, rum en sigaren dus, maar niet direct aan eten. Terwijl de Cubaanse keuken zoveel te bieden heeft.

Net als in Louisiana wordt er veel creools gegeten, de ‘holy trinity’ op Cuba is net even anders en heet ‘sofrito’. Vrijwel alle stoofpotten beginnen met dit mengsel van fijngehakte ui, knoflook en groene paprika. Arroz con pollo, carne con papas, Moros y Christianos. De laatste, een gerecht van zwarte bonen en witte rijst, mag wel het nationale gerecht van Cuba worden genoemd. Erbij wordt gebakken of gekookte cassave gegeten en Maduro’s. Maduro’s zijn schijfjes van heel rijpe bakbananen die in olie zijn gebakken en bestrooid met zout. Ze zijn niet alleen lekker bij de warme maaltijd maar ook als snack.

lees verder