De afgelopen jaren heb ik geprobeerd om – geleidelijk aan – wat minder vaak vlees op tafel te zetten. Liever af en toe een biologische kip, dan iedere dag dat eeuwige tartaartje. Makkelijker gezegd dan gedaan, want mijn zoon blieft graag speklappen en mijn echtgenoot eet het liefst biefstuk of entrecote.
Ik zal even voor je uittekenen wat er gebeurt als ik vanavond deze linzenburgers op tafel zet. Mijn dochter kijkt vies, mijn zoon houdt het bij een simpel: ‘yek’ en mijn man mompelt ‘Goh, jeetje, wat is dat nou voor bijzonders?’ Hij heeft namelijk geleerd zich op een sociaal aanvaardbare wijze te gedragen. Maar er loopt onmiskenbaar een rilling langs zijn ruggengraat.
Ik kan hem zijn reactie niet kwalijk nemen, want mijn echtgenoot gaat gebukt onder een zwaar post macrobiotisch trauma. In zijn jeugd heeft hij jarenlang uitheemse graansoorten, tofoeblokken en rauwe groente voorgezet gekregen. Sindsdien werkt het woord ‘gierst’ bij hem als een rode lap op een stier en alles wat riekt naar peulvruchten kan op zijn achterdocht rekenen.
lees verder›
Berichten met de tag Linzen
Slapeloze nachten? Eet meer yoghurt. Gestresst? Van linzen word je kalm. En nog een handige tip: als je aan het eind van de maaltijd een bosje verse kruiden eet, kun je er op vertrouwen dat je man niet vreemd zal gaan.
In de Perzische keuken is eten meer dan alleen maar lekker of voedzaam: veel ingrediënten en gerechten hebben een symbolische betekenis. Zo is er een ‘belofte-soep’, die gemaakt wordt als er iemand ziek is, of vertrekt op een verre reis. Om de soep te laten werken moeten alle ingrediënten (en dat zijn er nogal wat, zo’n 12 verschillende bonen, groenten en granen) gedoneerd worden door buurtbewoners, die ook allemaal komen helpen bij het klaarmaken van de soep. Knapt de zieke op, of komt de reiziger veilig thuis, dan moet de soep jaarlijks opnieuw gemaakt en uitgedeeld worden. Zouden in het Iran van vandaag nog steeds alle buurvrouwen bij elkaar komen om in een pot soep te roeren, als hun kinderen op vakantie gaan?
lees verder›
Geen enkele keuken laat zich samenvatten in vijf krantenkolommen van 450 woorden, en zeker niet de Indiase keuken. Het aantal variaties op curry alleen al is schier oneindig. Al die specerijen die bij ieder gerecht in een net weer andere samenstelling samensmelten tot een geheel nieuwe smaaksensatie, je zou een mensenleven lang Indiaas kunnen koken zonder ooit precies hetzelfde te eten.
Maak je geen zorgen, dat gaan we niet doen. Ik plak aan vorige week nog slechts een paar dagen, waarin ik nog één curry wil behandelen, en we ons verder concentreren op een aantal bijgerechten. Een curry staat namelijk nooit op zichzelf. De gemiddelde maaltijd in India bestaat uit minimaal vier, maar meestal nog meer componenten, die vaak samen worden gepresenteerd op een thali, een platte metalen schaal met een heleboel kleine bakjes.
We eten gewoon. Dat had ik me althans voorgenomen bij wijze van kookthema deze week. Maar wat is gewoon? De andijviestamppot met gehaktballen van gisteren, die was echt gewoon, toch? Of was-ie alweer iets te ongewoon door de knoflook en ketjap in de ballen? Of door het tomaatje in de jus?
Het zou eigenlijk best interessant zijn te weten wat nou echt het gewoonste eten van Nederland is, of, om het iets overzichtelijker te houden, het gewoonste januari-eten. Is dat inderdaad stamppot? Witlof met ham en kaas? Erwtensoep? Of is het pasta met spekjes en spinazie? Als ik het goed heb wordt dinsdag beschouwd als de gewoonste dag van de week. Doordeweekser dan de dinsdag schijnt er niet te zijn. Dus: Wat eten jullie op dinsdag? Je kunt erover meepraten op het kookblog, nrcnext.nl/koken. lees verder›
We koken deze week uit Specerijen, een inspirerend naslagwerk van de Australische Jane Lawson (uitgeverij Unieboek). Behalve ruim veertig individuele specerijen behandelt ze ook een aantal specerijenpasta’s (chermoula, Spaanse peperpasta, Aziatische currypasta’s en harissa) en
een vijftiental specerijenmengsels.
Voor elk van die specerijenmengsels geeft Lawson een ingrediëntenlijstje, plus een aantal recepten om ze in te verwerken. Die ingrediëntenlijstjes zijn handig want hoewel je de meeste mengsels kant- en klaar kunt kopen, verliezen specerijen eenmaal gemalen snel hun aroma en dus zijn dit soort mixen altijd het lekkerst wanneer je ze zelf, vers bereidt. lees verder›
In culturen waarin rijst het basisvoedsel vormt, wordt het als goddelijk beschouwd. In Japan is rijst zelfs zo heilig, dat de naam voor gekookte rijst dezelfde is als voor die voor een maaltijd: gohan.
Juist vanwege die spirituele rol, wordt rijst in de meeste Aziatische landen zo eenvoudig mogelijk geserveerd. De bijgerechten mogen nog zo ingewikkeld zijn, aan de rijst zelf geen polonaise. Desondanks zijn wereldwijd ontelbare rijstrecepten ontstaan die verder gaan dan alleen koken in water of stomen. Voor bijvoorbeeld risotto, paëlla, pilav, jambalaya en khichri worden de rijstkorrels eerst gebakken, waarna er vocht aan toe wordt gevoegd om de rijst verder te laten garen. lees verder›
Carnivoren die het doen met vegetariërs, delven binnenshuis het onderspit, zo blijkt uit de reacties op het kookblog deze week. Buitenshuis wordt de schade echter vrolijk ingehaald. Nou ja, vrolijk. Uit eten met de vegetarische medemens is niet altijd even lollig.
Op het kookblog schrijft ervaringsdeskundige Erik hoe jammer het is dat de meeste restaurants geen fatsoenlijke vegetarische gerechten op het menu hebben. Altijd weer die salade met geitenkaas… „Dat is dan toch vervelend als je een leuk avondje uitgaat.”
Inderdaad, Erik. Het is triest gesteld met de vegakeuken in Nederlandse restaurants. Staan er 15 vlees- en visgerechten op de kaart, kun je als dierenvriend kiezen uit pasta met pesto en pasta met pesto. En stort jij je als tafelgenoot maar eens vol overgave op je sappige chateaubriand, als je lief aan de overkant lusteloos in zijn of haar bordje zit te prikken.
lees verder›
‘De dag der ongezuurde broden kwam, waarop het Pascha geslacht moest worden. En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, maakt het Pascha voor ons gereed, opdat wij het kunnen eten.’ Zo staat geschreven in Lucas 22, vers 7 + 8. Jawel, ik lees de bijbel deze week. Het is net als met fietsen, je verleert het nooit.
‘Hij’ is Jezus Christus, dat lijkt me duidelijk. Het Pesachfeest (dat vandaag begint) is het feest van de ongezuurde broden. Het ‘Pascha’, dat moet dan wel het lam zijn dat volgens de Joodse traditie geslacht wordt voor Pesach. Ergo, het laatste avondmaal, de maaltijd die Jezus samen met zijn discipelen gebruikte op de vooravond van zijn arrestatie en kruisiging, bestond uit lam.
Gek, dat heb ik me nooit eerder gerealiseerd. Dat Jezus het Lam Gods genoemd wordt, zijn offer aan de mensheid symboliserend, is me bekend. Dat er die avond brood werd gegeten en wijn gedronken ook. Brood en wijn vormen de basis van de katholieke eucharistie en het protestantse Heilig Avondmaal. Maar lamsvlees?
Behalve veel en goed vlees schafte de Umbrische pot nog een paar typische zaken. Zoals peulvruchten en olijfolie. Als antipasto bestelde ik een keer fagioli all’olio, een gerecht dat officieel als contorno (bijgerecht) op de kaart stond. Ik kreeg een diep, wit bordje met bruinroze borlottibonen en een fles Umbrische olijfolie ernaast. Niets meer en niets minder. Ik kneusde de fluwelen boontjes met mijn vork, schonk er een royale golf gouden olie over en wenste dat ik op slag straatarm werd zodat ik iedere dag bonen moest eten.
Soep op het vuur
is
als
een goede vriend in huis.
Extra lekkere soep
is
als nieuwe familie.
Mooier dan Ischa Meijer krijg ik soep niet in woorden gevat. Een goede soep is meer dan de som der bestanddelen. Wat er precies gebeurt wanneer je een paar wortels, een prei en een vette kip in een plas water gooit en er een vuurtje onder stookt, is niets minder dan een mysterie. Zelfs de processen die op moleculair niveau plaatsvinden – gelatine die oplost, smaakstoffen die zich concentreren, aminozuren die reageren met suikermoleculen – kunnen het magische resultaat niet afdoende verklaren. Ik zou althans durven beweren dat een pan goede soep het fysische overstijgt.



