Berichten met de tag Mayonaise

Moet je ze nou verdoven voor je ze dood maakt, of niet? De vraag is actueel: eind maart opende het Oosterscheldekreeftseizoen, om ergens half juli weer te sluiten. Kreeften kunnen geweldig tekeer gaan wanneer ze in een pan kokend zeewater terecht komen, een bestemming die ze al sinds mensenheugenis hebben. Ze klappen met hun staart en soms hoor je zelfs een gierend geluid: ze lijken het uit te schreeuwen van pijn. Kreeften willen dus net zomin dood als wij, lijkt het. Ergo: verdoven.

De bekende Zeeuwse kreeftendeskundige Gerard Heerebout heeft aannemelijk gemaakt dat deze empathie een valkuil is. Een kreeft, zegt hij, heeft ongeveer 100.000 zenuwcellen en wij, net als andere zoogdieren, hebben er vele miljarden. Die kreeft vertoont dus wel heftige reflexen, maar om die nu meteen gelijk te stellen aan “pijn” zou te ver gaan. Volgens dezelfde redenering zou je medelijden met het dier moeten hebben, omdat dit zijn leven moet slijten in de natte, koude diepte. En dat schreeuwen komt alleen maar door ontsnappende lucht. lees verder

Mijn weg in de keuken weet ik inmiddels wel te vinden, maar de tuin is daarentegen nog compleet onbekend terrein. Al regelmatig heb ik een poging ondernomen om zelf kruiden en plantjes te kweken, maar het tuinieren zit me nog niet in de vingers. Dit in tegenstelling tot mijn moeder, die vroeger met succes munt in haar achtertuin had groeien.

Helaas eindigen mijn eigen probeersels altijd in een catastrofe. Zelfs de op het oog simpelste dingen weet ik te verknallen. Het begon een paar jaar geleden met mijn eerste basilicumplantje. In blakende gezondheid stond hij in de supermarkt op me te wachten. lees verder

Je hebt twee soorten mensen. De ene soort deelt de rest van de mensheid altijd in twee categorieën in. Het andere type doet dat niet. De keuken is vruchtbaar terrein voor de eerste soort. Als kok maak je snel onderscheid tussen vegetariërs en carnivoren, kluivers en servetmensen, grote en kleine eters, steakverslinders en tofugrazers. Tussen de meeste categorieën is nog wel een middenveld of een overlap te vinden, maar ware schisma’s zijn er ook. Foie gras bijvoorbeeld, daarvan bestaan slechts haters óf aanbidders en dat geldt ook voor sashimi en zelfs voor het gehele assortiment van McDonald’s.

Kennis van die culinaire categorisatie is nuttig bij het samenstellen van een menu. Natuurlijk: je moet het zoveel mogelijk gasten naar de zin maken. Dat is ook precies de reden dat deze rubriek deze week geen thema krijgt. Want voor je het weet, sluit je een categorie lezers op voorhand uit, omdat deze niets heeft met, doe eens iets, de middeleeuwse keuken, Litouwse zuivel of niet-westerse fermentatie – dat dit een kookrubriek is, is eigenlijk al erg genoeg.

lees verder

Hoe beschrijf je de keuken van een land waar je nog nooit bent geweest? Hoe weet je hoe iets smaakt zonder het ooit geproefd te hebben, geroken of zelfs maar van dichtbij gezien?

Een gastronomische ontdekkingsreis naar Zuid-Afrika zat er niet in dit voorjaar en dus belde ik ter voorbereiding van deze Zuid-Afrikaanse serie mijn vriendin Jonah Freud, die in Amsterdam De Kookboekhandel drijft. Het blijft de next best thing, maar met een stapel kookboeken kom je een heel eind. lees verder

Mailtje van oud-dispuutsgenoot N.: ‘Hee Janneke, lang niet gezien. Je verhalen over de studentenkeuken doen me denken aan de vissoep met rouille die jij ooit voor ons maakte. Kun je die uit studentennostalgie nog eens uit je geheugen opdiepen?’

Verdraaid. Die vissoep. In geen vijftien jaar aan gedacht en pling, daar had je hem. Alsof het gisteren was. Eerst alleen de smaak, die voornamelijk bepaald werd door de indringende aanwezigheid van meerdere tenen rauwe, geperste knoflook in de rouille. Daarna een beeld. De ansichtkaart die mijn broer me stuurde met daarop het recept van de vissoep die ik bij hem had gegeten en zo lekker vond dat ik hem onmiddellijk wilde reproduceren; een olijk visje in de kantlijn getekend. Tot slot kropen flarden recept mijn geheugen binnen. Ui, ansjovis, tomatenpuree, bouillonblokjes, mayonaise, knoflook. lees verder

We hebben deze week meerdere mayonaisetechnieken voorbij zien komen. De klassieke manier, de staafmixermethode en eentje waarbij het ei au bain marie werd verhit. Maar wat te doen als de mayonaise een keertje niet lukt? Als hij ondanks verwoed kloppen niet wil dikken of als hij schift onder je handen?

Zoals ik woensdag schreef, is mayonaise in feite een netwerkje van piepkleine oliedruppeltjes die elk zijn gevat in een dun laagje water. Een van de redenen waarom de emulsie kan gaan schiften is dan ook dat er niet voldoende water aanwezig is. Vaak kun je de mayonaise op zo’n moment nog redden door een of twee eetlepels water toe te voegen. Als dat niet lukt, heb je waarschijnlijk te veel, te koude of te warme olie toegevoegd of te veel tegelijk. In dat geval kun je het beste opnieuw beginnen. Maak een nieuwe basis van een eidooier, een paar korrels zout en een lepel azijn en voeg in plaats van olie de te dunne of geschifte mayonaise druppelsgewijs toe.

lees verder

Mayonaise is in feite een klein wetenschappelijk wonder, begrijp ik uit Cook & Chemist, het doe-het-zelfboek voor moleculair koken van Eke Mariën en Jan Groenewold. Een mengsel van twee stoffen die elkaar van nature afstoten: watermoleculen zijn polair (ze hebben zowel een positieve als een negatieve elektrische lading) en oliemoleculen zijn apolair (hebben geen duidelijke positieve of negatieve lading).

Die twee hebben net zo weinig aanknopingspunten als de families Montague en Capulet op de jaarlijkse kermis in Verona. Er moet een derde soort aan te pas komen, een zogenaamd tweeslachtig molecuul (priester Law-rence), om ze met elkaar te verzoenen. Zo’n tweeslachtig molecuul zal zich, teneinde zowel zijn polaire als zijn apolaire zelf tevreden te stellen, tussen een water- en een oliedruppel willen nestelen. Het enige wat hij voor zijn rol als matchmaker nodig heeft is forse beweging (in onze literaire case abominabele timing).

lees verder

Minstens drie generaties adoptiekippen en meer zonnebloemen dan Vincent van Gogh ooit in zijn miserabele leven heeft gezien, heb ik eraan verspild. Eidooier in de mengbeker, lik mosterd erbij, lepeltje wittewijnazijn, zout, deciliter of wat zonnebloemolie. „En dan plaatst u de staafmixer in de beker, schakelt hem in op de hoogste versnelling, trekt hem in een soepele beweging omhoog en klaar is uw zelfgemaakte mayonaise.” Talloze malen zag ik deze goocheltruc voorbij komen in kookprogramma’s op televisie. En telkens wilde ik dat ook, mayonaise maken in 10 seconden. Dus daar ging ik weer: eidooier, mosterd, azijn, zout, peper, olie, staafmixer, inschakelen, omhoogtrekken. Woedend worden. Wat moest transformeren tot een verleidelijke lichtgele zalf, eindigde steevast als vettig plasje, nauwelijks geschikt als slasaus.

lees verder

Even twijfelde ik over het onderwerp van deze week. Mag je in deze obesogene tijden je lezers aanzetten tot het eten van mayonaise? Waarschijnlijk vindt minister Klink van niet. Die heeft liever dat ik Coca-Cola Zero aanbeveel, Cup-a-soup met 30 procent minder zout, Slagroomijs Light en ander frankensteinvoedsel dat ons moet redden van een dreigende vetzuchtepidemie.

Maar waar hebben we het nu eigenlijk over? Een emulsie van eieren en olie. Eiwitten en vetten. Die hebben we toch dagelijks nodig? Oké, ik zal niet beweren dat mayonaise elke dag moet, maar zo af en toe, mits we er grondig van genieten, en niet per se altijd gecombineerd met frieten maar ook eens met groente of een gegrild visje, mag het best.

lees verder