Berichten met de tag Oesters

Zoals de schrijver een writersblock kent, ziet de (thuis)kok zich weleens geconfronteerd met een cookersblock. Het schrijven van een kookcolumn maakt je vatbaar voor beide.

Waar writersblock kan leiden tot slaapproblemen, depressiviteit of ontslag, leidt cookersblock hooguit tot twee dagen Turkse pizza. Dat is ook direct de beste remedie voor cookersblock: twee dagen Turkse pizza.
Maar als je nou vanavond gasten krijgt? Dan kan cookersblock verdomd vervelend zijn. Een luxeprobleem is aan het eind van de dag nog steeds een probleem.

Je hebt beloofd om te koken, maar je weet niet wat. Gewoon niet echt trek in iets specifieks. Iets met vis? Hadden we gisteren al. Biefstukje dan maar? Nèh… lees verder

Een goed diner bestaat niet uit een aantal willekeurige gerechten die je na elkaar serveert. Er moet een onderlinge samenhang zijn, die ervoor zorgt dat je gasten na afloop huppelend naar huis gaan. Met het oog op het aanstaande kerstdiner, vandaag een cursus menuleer in vier stappen.
De eerste regel betreft de ingrediënten. Een van de wetten uit de klassieke menuleer eist dat een ingrediënt nooit twee keer mag voorkomen (met uitzondering van truffel). En die wet snijdt hout. Het is gewoon saai wanneer je tijdens een diner twee keer kerstomaatjes op je bord krijgt, of wanneer alles smaakt naar vanille.
Ten tweede is het belangrijk ook de bereidingswijze af te wisselen. Om een voorbeeld te geven: achtereenvolgens tempura, friet en gefrituurde filodeegflapjes serveren is geen goed idee. Hoe lekker al deze gerechten los van elkaar ook zijn, je wilt niet als voor-, hoofd- en nagerecht iets gefrituurds eten.

lees verder

Vorige week was de Engelse televisiekok Rick Stein een etmaal in Nederland; een mooie aanleiding om een aantal van zijn visrecepten te maken. De Cambodjaanse vispuddinkjes van gisteren bleken net zo lekker als ze eruit zaken op de foto in Steins Far Eastern Odyssey.

Ik was rijkelijk laat met het aanvragen van een interview en bijna was de kans hem te ontmoeten me ontglipt. „Misschien kan ik je een half uurtje geven”, mailde zijn Nederlandse uitgever, „maar dat gaat wel van zijn lunchtijd af.” „Mag ik hem dan misschien mee uit lunchen nemen?” schreef ik terug. En warempel, dat mocht. lees verder

Het leven in Rungis komt successievelijk op gang. Als een sluimerend nachtmonster dat eerst zijn ene oog opent, daarna zijn andere, vervolgens een been strekt en zo verder. De vishal is de eerste die ontwaakt, om twee uur ’s nachts. Daarna volgen vlees en gevogelte om drie uur, de zuivel en traiteurswaren om vier uur en groenten en fruit om half zes in de ochtend.

Wij, een groep van dertig journalisten, bezochten de markt – wereldwijd de grootste in zijn soort – in diezelfde volgorde. Alleen de groentehal, die ruilden we in voor een vroeg ontbijt. Of was het een laat souper? De oesters en witte wijn smaakten in elk geval opperbest en stonden garant voor een melige terugreis. (Ik zal geen namen noemen, maar tijdens een spelletje ‘vineuze hints’ bleken enkele collega’s vreemd bedreven in het fysiek uitbeelden van woorden als Malbec en Chateau Mouton Rothschild.)

lees verder

New Yorkers noemen hun favoriete adresjes graag een New York Institution. Om voor die koosnaam in aanmerking te komen moet een zaak het enkele decennia, liefst zelfs een eeuw volhouden. En ze moeten er uitzonderlijk goed zijn in één ding. Zo is Katz’s deli, waarover ik vorige week schreef, een NYI vanwege zijn pastramisandwich en zijn Tal Bagels (Upper East Side) en Peter Luger’s Steak House (Brooklyn) NYI’s om redenen die ik denk ik niet hoef te noemen.

Ook een New York Institution, en afkoersend op zijn honderdste verjaardag, is de Grand Central Oysterbar. Sinds 1913 gevestigd in de onderste gewelven van het monumentale stationsgebouw. Wanneer je er binnenloopt kun je ze zo zien zitten, de vermoeide reizigers van weleer in hun stoffige kleren. Het halve, immense land doorkruist. Na dagen en nachten van lichamelijk ongemak aangekomen op hun bestemming. New York. De stad waar ze het gaan maken. Eerst maar eens een oestertje slurpen.

lees verder

Zo langzamerhand zal ik er toch aan moeten geloven. Vorige week maakte ik nog een schaal vol melanzane alla Parmigiana – een ovenschotel van laagjes aubergine met tomatensaus, mozzarella en Parmezaanse kaas, een van mijn favoriete nazomergerechten.

Maar daar kom ik hier in de krant niet meer mee weg. Al eind augustus begon op mijn weblog de roep om herfstige recepten. Jullie willen paddestoelen en pompoenen zien, peren, noten, kastanjes, wild. Jullie willen recepten voor draadjesvlees, hachee en appeltaart. Kortom, nu jullie het te koud vinden om in de tuin te zitten, willen jullie een huis dat ruikt naar gezelligheid.

lees verder

Het grote gevaar van soep serveren tijdens een meergangen diner is dat iedereen voor het hoofdgerecht al vol zit. Daar hoef je met dit elixer niet bang voor te zijn. De soep is heel licht en je serveert hem in kleine porties. Je kunt de basis van de soep, de bloemkoolpuree, een dag van tevoren maken. Wanneer je een uurtje voor het diner de oesters openmaakt, maak je de soep af met het oestervocht.

15g roomboter

het witte deel van 2 bosuitjes, in ringen

300 g bloemkoolroosjes

lees verder

Mijn eigen Hongerige Man reisde ooit een maand door China en at daar dagelijks Chinees. Hij heeft alleen geen flauw idee wát. Ik laat hem de lijst van Floris-Jan zien. Noedels in jeneversaus? Gefrituurde lotusschijfjes? ‘Zou best kunnen’, zegt hij, ‘ik liep gewoon de restaurantkeuken binnen en wees op een paar pruttelende pannen. Dan ging ik zitten en kreeg te eten. Misschien waren het wel geblancheerde apenhersenen of gebakken hond. Het was in ieder geval altijd veel en altijd lekker.’

Ik ben jaloers. Ik wil ook écht Chinees eten. In Nederland.

lees verder