Berichten met de tag Pancetta

Dochter (7) en ik lezen momenteel voor de zevende keer De Fantastische Meneer Vos van Roald Dahl. We houden allebei erg van het het verhaal over de vos die de gemene boeren Bits, Bolus en Biet altijd te slim af is. Terwijl zij wachten bij de uitgang van het hol tot hun vijand – door honger gedreven – tevoorschijn zal komen, graaft meneer Vos ondergrondse gangen naar hun voorraadschuren en steelt daar eten voor al zijn dierenvrienden. 

 
 Tegenwoordig worden de boeken van Roald Dahl geïllustreerd door Quentin Blake. Een geweldige tekenaar die  Dahls zwarte kant goed aanvoelt en aanvult. De illustraties in mijn oude druk zijn gemaakt door Donald Chaffin en veel romantischer en schattiger. Ook best weer eens fijn, in deze weken waarin we continu getrakteerd worden op die weeë blik van Robert M., boven dat smotsige oranje hemd. Het allermooist vinden dochter en ik de tekening bij het slothoofdstuk.  Daarop zitten alle keurig aangeklede vosjes, dassen en konijntjes rond een tafel vol gebraden ganzen, worteltjes en kruikjes brandewijn. Allemaal door meneer Vos gestolen van de inmiddels bloedchagrijnige boeren die nog steeds met geladen geweren zitten te wachten.

lees verder

Voor een goed pastaatje heb je weinig nodig. Het voornaamste ingrediënt, het enige eigenlijk dat er werkelijk toe doet is: goede pasta.

De beste gedroogde pasta’s (morgen maken we verse) zijn gemaakt van topkwaliteit durumtarwe, tarwe met een hoog glutengehalte. De allerbeste soorten zijn bij lage temperatuur gedroogd. De allerallerbeste soorten zijn bovendien door bronzen mallen geperst in plaats van door roestvrijstalen. Dat brons geeft de pasta een ruw oppervlak, waaraan de saus zich makkelijker hecht. Als het goed is kun je kwaliteit aan de pasta afzien. Deegwaren van harde tarwe zijn meer gelig dan wittig. Langzaam gedroogde pasta, en pasta gemaakt in bronzen mallen glimmen niet, maar zien er dof uit. Vaak staat het ook op de verpakking: ‘pasta di semola di grano duro’, ‘esseccata lentamente’ en ‘trafilati in bronzo’.

lees verder

Voor minestrone bestaan zoveel recepten als er Italiaanse mamma’s zijn. Het maakt eigenlijk weinig uit wat je er precies instopt, als het maar een paar verschillende soorten groente zijn, bonen en pasta. Als ik minestrone in de zomer maak, gaan er vaak sperziebonen en courgettes door. In de winter gebruik ik liever kool.

Hoe dan ook, schroom dus niet om aan onderstaand recept je eigen draai te geven. Een van de lekkerste variaties die ik er zelf ooit op maakte, was toen een aardige Italiaanse traiteur mij een Parmaham-been meegaf. 99 procent van de ham was er weliswaar afgesneden, maar wat er nog aan vlees aanzat gaf de minestrone een goddelijk rijke smaak.

Minder fijn was dat ik die smaak daarna nooit meer heb kunnen evenaren, eenvoudigweg omdat ik nooit meer een traiteur bereid heb gevonden zijn been aan mij af te staan. Die gebruikt een beetje Italiaan lekker zelf voor zijn soepen en sauzen. Maar wie weet heb jij betere connecties dan ik, en als het je lukt zo’n been te bemachtigen, moet je het zeker proberen (maar laat de bouillonblokjes dan weg.)

lees verder

Het is weer om dicht bij de kachel te zitten, of, zoals ik de afgelopen dagen deed, bij een warme oven. De verwarming was stuk, en dit was het enige plekje in huis waar mijn vingers niet al na een kwartier zo gevoelloos werden dat ik niet meer kon typen. Het probleem is opgelost. Mijn werkkamer is weer lekker warm. Maar op de oven ben ik ben nog lang niet uitgekeken.

Vandaag een recept voor winterse plaatpizza met aardappel, pancetta en rucola. lees verder

Kalfsvlees heeft lang het verdomhoekje gezeten, vanwege de dieronterende praktijken in de kalfsvleesindustrie. Gelukkig zijn er steeds meer fokkers die hun kalveren níet met opzet bloedarmoede bezorgen enkel en alleen om hun vlees wit te houden. Kalfsvlees mag dus weer. Mits blozend roze van kleur. Deze kalfschnitzeltjes met pancetta, rozemarijn en citroenboter staan binnen 10 minuten op tafel. De takjes rozemarijn zijn niet bedoeld om in hun geheel op te eten, maar geven een heerlijk aroma aan het vlees.
lees verder

Kinderen die bij het eerste dreinende ‘lus-ik-nie’ een boterham krijgen. Ouders die elk geweigerd hapje opvatten als een persoonlijke belediging. Klierende kinderen met lakse ouders. Dreigende ouders met halsstarrige kinderen. Ga op een doordeweekse dag rond etenstijd bij een jong gezin langs, en vette kans dat je je ergert aan de manier waarop het er aan tafel aan toe gaat.

Niet dat elke maaltijd bij jou thuis zo vlekkeloos verloopt. Je eigen kinderen blijven ook niet altijd netjes op hun stoel zitten. Jij bent ook vaak te moe om ze terecht te wijzen. De jouwe lusten heus niet alles. En ook jij sluit compromissen, smeekt, dreigt, chanteert, en smeert tenslotte zuchtend een boterhammetje met pindakaas want dat kind moet toch íets binnen krijgen. Maar zo erg als bij je buren, je vrienden, je familie….

lees verder

Het gerecht heeft zijn naam niet mee. Fagioli al fiasco. Ik ken dit Toscaanse bonengerecht al jaren, maar stond niet te springen om het uit te proberen. Slaat nergens op natuurlijk, want fiasco betekent in deze gewoon ‘fles’. Bonen die langzaam gaar worden gekookt in een fles, meer is het niet. En toch. Ik had er weinig fiducie in.

In mijn Italiaanse kookboeken waren meerdere recepten te vinden. Ik besloot er twee te testen, uit mijn betrouwbaarste bronnen: The Complete Book of Florentine Cooking van Paolo Petroni, en Giuliano Bugialli’s The Fine Art of Italian Cooking. Fagioli in fiasco, zo schrijft Petroni, werd oorspronkelijk ’s nachts bereid in de nog nagloeiende as van houtovens. Tegenwoordig mag de fles ook in een pan met kokend water. Bugialli rept niet eens van dat sluimerende houtvuurtje en geeft alleen de au-bain-mariebereiding.

lees verder

Stel, je fietst door de Amsterdamse Sarphatistraat. Het is kwart over twaalf, je zou wel iets lusten. Hee, daar zit een lunch-tentje. De Buren. Dat ziet er vrolijk uit. Je stapt binnen, gaat zitten aan een van de tafeltjes gedekt met boerenbonte zeiltjes, of op een van de al even kleurige bankjes langs de muur.

Je bestudeert het schoolbord met het menu. Broodje VJ – pesto, zalm en mozzarella. Broodje bouwvakker – ossenworst, ei en kappertjes. Broodje Gerry – geitenkaas, honing en pijnboompitten. Je bestelt een cappuccino, een smoothie en een broodje De Buren bij een aardige jongeman met een jaloersmakende bos krullen. „Zonder pancetta graag”, zeg je erbij.

lees verder

Deze zomer verwonderde ik mij er weer eens over hoe buitengewoon lokaal de Italiaanse keuken is. Zo heette een op het oog identieke handgemaakte pasta in ieder dorp weer anders, en andersom leverde precies dezelfde bestelling in de ene osteria een bord pastaschelpjes op, en in de volgende een bord sliertjes. Zo was de ragù nergens hetzelfde: weinig vlees, veel tomaten; veel vlees, nauwelijks tomaat; wel of geen selderij. En zo was er zodra je je verder dan tien kilometer van kust of oever begaf, nergens meer een stukje vis te vinden.

lees verder