Ik heb een hekel aan fruit. Niet aan frambozen en aan aardbeien natuurlijk. En ook niet aan mango of druiven. Maar je zult me niet voor m’n lol naar een appel zien grijpen of een peertje zien schillen. En bananen vind ik een verschrikking. Ik koop ze wel voor mijn kinderen maar ze mogen niet in mijn bijzijn worden opgegeten. Wie er zo nodig een wil, gaat maar even in de tuin staan. Of op de gang. Want het is bovenal de geur die me tegenstaat. Die weeïge, treurige lucht van een iets te oude banaan.
Waar mijn fruit-afkeer vandaan komt weet ik niet, maar ik heb ’m al heel lang. Als ik vroeger bij mijn grootouders op bezoek ging werd ik door oma volgestopt met heerlijkheden als hazelnootschuimtaart, borstplaat en wit brood met veel roomboter en rookvlees. Opa meende daar iets gezonds tegenover te moeten stellen en schilde altijd een peertje voor zijn kleindochters. Ik zie het roestige mesje waarmee hij het fruit schoonmaakte nog voor me en zijn benige, magere vingers, nat van het perensap. Brrr. lees verder›



