Berichten met de tag Prei

Kon ik dichten, schreef ik vandaag iets moois over de lente. Een ode van vederlichte woorden geweven in dartele regels, iets met tintellichtluchten, bevende witte vlinders en experimenten in groen.

Maar een mens moet zijn beperkingen kennen; de naam is Gorter noch Gerhardt noch Dickinson. Een prozaïsche ode dan, een eerbetoon in romig, zachtgolvend pastel: risotto met jonge prei, saffraan, kalfsbouillon en een gepocheerd ei. lees verder

Wie loopt er nog warm voor een pasteitje?
Ja, een pittige Surinaamse of een samosa, die doen het nog wel. Maar wanneer is de laatste keer dat je iemand hoorde zeggen: vandaag heb ik écht trek in zo’n ouderwets pasteitje.

Er is ook weinig hip  en sexy  aan zo’n flets deegbakje met van die beige brei erin.

Maar het is zo verdomd leuk om zelf ragout te maken. Al die verschillende technieken en stadia waarbij je de smaak in laagjes op kunt opbouwen. En een eetbaar bakje heeft toch nog altijd iets kinderlijks magisch. Je moet je gasten gewoon niet van te voren vertellen dat je ze pasteitjes gaat voorschotelen. Want lekker zijn uiteindelijk echt wel. lees verder

Ieder jaar, ergens begin december, stroomt mijn mailbox vol kerstmenu’s. Slagerijen, restaurants, supermarkten, allemaal willen ze hun culinaire plannen wereldkundig maken. Het worden er steeds meer. En wat maken ze ons het leven toch makkelijk. We hoeven komende Kerst nog geen kwartier de mouwen op te stropen om onze gasten toch te verrassen met een kerstdiner uit eigen keuken. Dat wil zeggen: in eigen keuken opgewarmd, op schalen gedrapeerd en voorzien van een toefje peterselie.
Voor wie graag kookt is de verlokking van die schalen zalmmousse, de voorgemarineerde kalkoenrollades  en plastic glaasjes tiramisu moeilijk te begrijpen. Maar mensen die een hekel hebben aan koken, beschouwen dit kant- en klaaraanbod als een zegen. Wel het gezellig samenzijn rond een feestelijk gedekte, goedgevulde tafel, geen stress. Prima.

Alleen tegen wie wél van koken houdt maar het met Kerst simpelweg niet durft – omdat er veel mensen komen eten, en alles perfect zou moeten zijn en je daarvan bij voorbaat al doodzenuwachtig wordt – zou ik willen zeggen: ontspan. Een kerstdiner koken is helemaal niet zo zenuwslopend als al die slagerijen, restaurants en supermarkten ons met hun traiteursmenu’s willen doen geloven. Laat je niks wijsmaken; iedereen kan koken.
lees verder

Als ik later groot ben, wordt ik niet alleen een bekroond journalist, maar ook een keukenprinses. Aan beide dromen wordt momenteel hard gewerkt. Met de journalistiek zit het wel snor, maar mijn transformatie tot keukenprinses gaat niet helemaal zonder slag of stoot; sommige van mijn keukenavonturen eindigen desastreus.

Mijn ergste mislukking ooit was een cake met bosbessen. Ik had al eens succesvol bosbessenmuffins gebakken en besloot samen met een vriendin een cakevariant te produceren. Wat we twee uur later uit onze oven toverden is het best te omschrijven als  smurfencake: een zompig, blauwgroen uitgeslagen stuk gebak. Achteraf bleek dat we veel te veel bosbessen door het beslag hadden gedaan. We beloofden elkaar  nooit meer een poging te wagen. lees verder

Eens in de zoveel tijd ga ik met mijn gezin twee dagen naar een hotel met een binnenzwembad, in een van de natuurgebieden van Nederland. De combinatie van wandelingen, verkwikkende chloorbaden, grote hoeveelheden friet plus eindeloos toepen in de hotelbar, pakt over het algemeen verrassend goed uit.

Helaas hadden we afgelopen weekend pech. Het was gezellig hoor, daar niet van. Het zwembad was redelijk schoon, het ontbijt voorzag in meerdere soorten hagelslag en het bos was fotogeniek, maar het eten in het hotelrestaurant viel in de categorie ‘duur gedoe’. lees verder

Een vriend vroeg me laatst: als je maar tien gebruiksvoorwerpen mocht kiezen om de rest van je leven mee te koken, welke zou je kiezen? Buiten het fornuis en servies, het ging om de essentiële handelingen. Een oefening in pragmatisme.

Een goede koekenpan, natuurlijk. Een soeppan, daar kun je ook kleine dingen in koken. Een scherp koksmes. Dat is drie. Een grote zeef, die kun je als vergiet gebruiken. En als je goed mikt ook als kleine zeef. Maar dan. Een garde, daar is eigenlijk geen substituut voor. Dat is al vijf. En een rasp? De lol was er snel af. In gedachte ging ik door de lades en langs de rekjes en kwam tot conclusie dat ik heel veel hou van al mijn kleine one-issue keukengadgets, die ik eigenlijk nooit gebruik. lees verder

Mijn oma serveerde vroeger op feestdagen steevast  een garnalencocktail. Onder in een wijnglas legde ze een blad botersla, daarop schepte ze een flinke hoeveelheid Hollandse garnalen en daarover lepelde ze wat zelfgemaakte mayonaise. Aan de rand van het glas hing een feestelijk schijfje citroen. Heerlijk. Nadat er jarenlang nogal misprijzend is gedaan over de garnalencocktail, kom ik ‘m tot mijn grote plezier ineens weer in allerlei restaurants tegen en is ‘ie weer helemaal hip. Gerechten kunnen blijkbaar net zo in of uit zijn als schoudervullingen en soulpijpen. lees verder

Als ik hier schrijf dat mijn leesclub laatst kwam eten, klinkt dat een stuk cultureel verantwoorder dan het was. Mijn eetclubje kwam een boek bespreken ligt net zo dicht bij de waarheid. Of eigenlijk: er kwamen drie vrienden eten met wie ik kortgeleden in een opwelling besloten had een leesclub op te richten, eentje waarbij goed eten en drinken integraal onderdeel zou zijn van elke bijeenkomst.

Afijn, omdat niemand van ons ooit eerder in een leesclub had gezeten, hadden we geen idee wat te doen. Een boek bespreken ja, maar hoe? Daar zaten we aan mijn keukentafel, ieder met z’n eigen exemplaar van Knut Hamsun’s Mysteriën (uitgeverij De Geus) voor z’n neus. Eerst maar wat eten, riep ik, en zette een schaal gravad lax op tafel. En bubbelwijn, want in Mysteriën wordt voortdurend en liederlijk champagne gedronken en we moesten tenslotte een beetje in de stemming komen. lees verder

Tarwebloem, geharde plantaardige olie, zetmeel, maltodextrine, zout, melksuiker, aroma, paddestoelen (3%), melkeiwitten, champignonextract, wortel, smaakversterker (E621, E631, E627), ui, bieslook, voedingszuur (E331, E270), gistextract, witte peper.

Je mag drie keer raden wat dit is. Neem ik intussen nog even de tijd om terug te komen op de Amerikaanse journalist/activist Michael Pollan waar ik hier afgelopen woensdag over schreef. Pollan maakt zich al jaren publiekelijk zorgen over ons westerse voedselsysteem, dat gedomineerd wordt door een te machtige industrie. In zijn boek Een pleidooi voor echt eten breekt hij een lans voor een natuurlijker voedingspatroon: Eet echt eten. Vooral planten. En niet teveel. lees verder

Deze week geen recepten van mij in de krant, maar Other People’s Recipes. Gewoon, omdat er zo veel mooie recepten in de wereld zijn die het verdienen gekookt en genoten te worden. Daarbij zou ik je graag eens voorstellen aan een aantal kookschrijvers die ik bewonder en wiens werk in Nederland niet zo heel bekend is.

De eerste dat het rijtje nodig-te-ontdekken-en-omarmen auteurs is Simon Hopkinson. ‘Het 21ste eeuwse antwoord op Elizabeth David’, schreef de Britse krant Telegraph ooit over hem. Hij werkte jaren als chefkok en is, samen met Terence Conran, eigenaar van het gerenommeerde Londense restaurant Bibendum.

In 1994 bracht hij zijn eerste kookboek uit, Roast Chicken and Other Stories, en dat was zo’n succes dat hij zijn koksbuis inruilde voor een carrière als culinair publicist. Sindsdien schreef hij nog vier kookboeken en had acht jaar lang een column in The Independant.

lees verder