Kon ik dichten, schreef ik vandaag iets moois over de lente. Een ode van vederlichte woorden geweven in dartele regels, iets met tintellichtluchten, bevende witte vlinders en experimenten in groen.
Maar een mens moet zijn beperkingen kennen; de naam is Gorter noch Gerhardt noch Dickinson. Een prozaïsche ode dan, een eerbetoon in romig, zachtgolvend pastel: risotto met jonge prei, saffraan, kalfsbouillon en een gepocheerd ei. lees verder›



