Ik heb lang moeten wennen aan het woord cheesecake. En ik moet me altijd ergens overheen zetten voor ik een hap neem van zo’n stuk zoete, kazige taart. Dat heeft simpelweg te maken met de naam. In mijn bekrompen, rechtlijnige wereld hoort een kaastaart naar kaas te smaken en als dat niet zo is komen zowel mijn smaakpapillen als mijn taalcentrum in opstand. lees verder›
Berichten met de tag Ricotta
Als ik ergens heel erg slecht in ben, dan is het hardlopen. Vroeger ging ik paardrijden en stijldansen, maar mezelf afbeulen is iets van de laatste tijd. Zeker drie keer per week trek ik mijn hardloopschoenen aan en ben ik een uur weg van huis.
Als bij thuiskomst de bouwvakkers in de straat mij complimenteren met mijn uithoudingsvermogen doe ik maar net alsof ik het hele uur aan één stuk heb gerend terwijl ik eigenlijk stiekem meer dan de helft in de eerste versnelling heb gelopen.
Drie jaar geleden zat ik op m’n top. Via mijn opleiding rende ik mee voor een stichting die geld ophaalt voor kinderen met kanker. Ik liet de echte marathon links liggen en melde me aan voor het spek-en-bonen-parcours van vijf kilometer. Mijn uitputtingsslag duurde exact 32 minuten en 34 seconden, een persoonlijk record.
Ik kreeg een medaille, een rood hoofd en een T-shirt. Waarom ik gepiekt heb die dag weet ik niet. Misschien dat de gedachte aan de zieke kinderen waar ik voor liep me op de been hield, maar het pastadiner van de dag ervoor zou er ook mee te maken kunnen hebben.
lees verder›
Wanneer is de kindertijd voorbij en begint het volwassen leven? Zo’n leeftijdsgrens van achttien zegt me niet zoveel. Daarvoor ken ik teveel kleuters van drieënvijftig en bejaarden van zeven. Als we ons rijbewijs halen? Op onszelf gaan wonen? Woorden beginnen te gebruiken als ‘bedachtzaam’ en ‘beheerst’? Inzien dat onze ouders ook mensen zijn, met verlangens, ambities en een gevoelsleven?
Of zijn we onherroepelijk volwassen op de dag dat we pannenkoeken niet meer accepteren als volwaardige maaltijd? Waarop we vinden dat daar iets ‘bij’ moet. Iets hartigs. Iets gezonds. Mijn kinderen klagen altijd als ik ze – voor de flensjes op tafel komen – nog even snel wat sperziebonen of pompoensoep in de maag probeer te splitsen. Terecht. Hoog tijd dat ik ophou met dat laag-bij-de-grondse gedoe. Eens in de zoveel tijd kan een mens best een avondje zonder die opdringerige schijf van vijf.
Toen ik zeven jaar geleden verhuisde naar IJburg, een vinexwijk bij Amsterdam, waren er nog geen trams, geen geldautomaten en geen winkels. Dat had aanvankelijk een zekere charme, maar na een half jaar werd het toch vervelend dat je voor elk pak luiers een half uur moest rijden. Uiteindelijk vestigde een dappere ondernemer zich op het nieuw opgespoten land. In een klapperende tent opende hij een supermarkt, waar acht soorten diksap en ligakoek te koop waren, maar waar de sla er altijd wat sneu bij lag. Inmiddels heeft IJburg een heus winkelcentrum, met een visboer en een biowinkel, maar toch verlang ik nog vaak naar de groenteman waar ik de broccoli haalde toen ik nog in De Grote Stad woonde. Zo’n norsige Amsterdammer was het, die goed wist te verbergen hoe aardig hij eigenlijk was. Zijn sperziebonen smaakten naar sperziebonen en hij verkocht verse, ongekookte krieltjes die hij ter plekke voor me in de schrapmachine wierp. Heerlijke aardappeltjes waren dat, die helemaal niets te maken hadden met die geel geverfde, rubberen balletjes die in de supermarktschappen liggen.
lees verder›
Mijn oma serveerde vroeger op feestdagen steevast een garnalencocktail. Onder in een wijnglas legde ze een blad botersla, daarop schepte ze een flinke hoeveelheid Hollandse garnalen en daarover lepelde ze wat zelfgemaakte mayonaise. Aan de rand van het glas hing een feestelijk schijfje citroen. Heerlijk. Nadat er jarenlang nogal misprijzend is gedaan over de garnalencocktail, kom ik ‘m tot mijn grote plezier ineens weer in allerlei restaurants tegen en is ‘ie weer helemaal hip. Gerechten kunnen blijkbaar net zo in of uit zijn als schoudervullingen en soulpijpen. lees verder›
We koken deze week met onbekend en onbemind graan. En als één graan het verdient om uit het macrobiotische verdomhoekje bevrijd te worden, dan is het wat mij betreft gierst. Waarom is polenta trendy, maar wekt gierst alleen associaties met vogelvoer? Komt dat omdat in de culinaire wereld alles mooi en lekker is, als het maar uit Italië komt? Nieuwsflits: de Italianen aten al gierst (en boekweit, en spelt, en gort) lang vóórdat maïs de oversteek naar Europa maakte.
Op de foodtrendwatch-website www.Talkinfood.nl staat polenta trots in het lijstje met dingen die ‘in’ zijn (in gezelschap van, om maar iets te noemen, Madeira, koolzaadolie en sardines). Gierst staat niet eens in het lijstje ‘out’ (zoals: Prosecco, koffiepads, Sonjabakkeren). Gierst is niet in én niet uit de mode. Gierst is gewoon helemaal niks.
De week staat in het teken van pasta, en aangezien morgen een vrije dag is, dacht ik: kom, laten we weer eens verse pasta maken. Aan onderstaande ravioli gevuld met spinazie, ricotta en geitenkaas heb je een voorgerecht voor 6 tot 8 personen, of een hoofdgerecht voor 4.
lees verder›
Een eenvoudige pastagerecht vandaag, met pijnboompitten, citroen, ricotta en rucola. De saus is net zo snel klaar als de (liefst verse) pasta, dus langer dan 10 minuten hoef je niet in de keuken te staan.
We spelen restaurantje deze week. Een mooi vijfgangen-zomermenu samengesteld door Sander Overeinder van restaurant As en Ronald Kunis van restaurant De Kas. Onderstaand voorgerecht is gemaakt van zo’n beetje alles wat de courgetteplant te bieden heeft. De bloemen, de vrucht zelf, maar ook de stelen en het blad. Bloemen kun je bestellen bij groentewinkels, en soms liggen ze bij de Turkse groenteboer of op de biomarkt. Voor blad en stelen heb je een eigen moestuin of connecties nodig. En anders maak je de tartaar gewoon van een jonge, malse courgette.
Hoera, mijn kinderen lusten spinazie. Het heeft lang geduurd, maar begin dit jaar was er opeens witte rook. Deze winst werd in de afgelopen maanden gecashed in de vorm van een ovenschotel met macaroni, bio-diepvriesspinazie en kaas die, vanwege het voorbereidinsgemak, nogal eens op dinsdag na zwemles op tafel kwam.
Maar nu is er verse Hollandse spinazie, zo van het land. En wilde spinazie, met nog meer spinaziesmaak en enge, vlezige nerven. De grootste fout die ik nu kan maken, is om dat gebladerte meteen in al zijn glorie op tafel te zetten. Roergebakken bijvoorbeeld, met knoflook en rode peper. Of met rozijnen en pijnboompitten.



