Malambejam uit Malawi, amaranth uit Argentinië, baru-noten uit Brazilië, kip uit Chaam, je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb het geproefd. Tijdens de Salone del Gusto was Turijn voor enkele dagen het culinaire centrum van de wereld. Maar hoe internationaal ook de ambities van Slow Food, de beurs blijft toch overwegend Italiaans.
„Waarom komen al die piepkleine producentjes uit Puglia en Sardinië hiernaar toe?”, vroeg ik mijn vriend Fabio, met wie ik de Salone bezocht. „Het kost ze handenvol geld aan reis- en verblijfskosten en het levert niks op omdat ze te klein zijn om hun productie te verhogen.”



