Berichten met de tag Saucijzen

Paasontbijt op school. De instructies op de paaskuikentjesgele Paasonbijtbrief lieten weinig aan duidelijkheid te wensen over. Al vorige week dienden twee bordjes, twee bekertjes, twee bestekjes en twee eierdopjes te worden ingeleverd. Vanmorgen moesten mijn zonen zich melden in pyjama met in hun rugzakjes ‘gewone kleren’ en ‘een mooi versierd ei’.

Dat laatste waren we glad vergeten, zodat gisterenavond na het eten nog in allerijl eieren moesten worden gekookt en gedecoreerd. Terwijl Tijn en Pep ijverig zaten te verven zocht ik me een ongeluk naar twee pyjamasetjes die daadwerkelijk ooit bij elkaar hadden gehoord en waar geen gaten in of chocoladevlekken op zaten. Tevergeefs overigens. lees verder

De Berlijnse Muur viel. Ik keek ernaar op televisie, samen met mijn Duitse Geliebte. Hij kwam uit Noordrijn-Westfalen, en was net als ik nog nooit in Berlijn geweest. Later verhuisde hij naar deze stad, omdat het voor jonge architecten een paradijs was, een belofte van hoop en vernieuwingsdrang.
Nog veel later zocht ik hem er op. Hij woonde in Prenzlauerberg, een wijk die ooit deel uitmaakte van Oost-Berlijn. Er was een biologische markt op een zonovergoten pleintje, en het stikte er van de jonge mensen die zich, gezeten aan houten picknicktafels, tegoed deden aan Frühstück mit Sekt.

Ondanks de grauwe woonkazernes en ondanks de vele afbraakterreinen („Kijk, hier zouden ze iets neer moeten zetten à la Le Corbusier”, zei mijn ex-vriendje), kon ik mij maar moeilijk voorstellen hoe het er ooit was geweest, voor die 9e november 1989.

lees verder

Ik bracht mijn zomervakantie door in Engeland en dezer dagen doe ik culinair verslag. Een van de dingen die me daar opvielen is de preoccupatie met voedsel van eigen bodem.

Op de versafdeling van de supermarkt prijkte op bijna elk doosje frambozen, elke zak aardappels en elke lamsbout een stickertje met de Britse vlag. Langs snelwegen vonden we farmer’s markets waar boeren uit de regio hun oogst te koop aanboden. En op menukaarten in restaurants werd bij elk stukje vlees of vis een uittreksel uit het lokale geboorteregister geleverd.

lees verder

Natuurlijk weet ik wel dat jij allang pasta kunt koken, eerstejaarsstudent. Met drie vingers in je neus. Maar lukt-ie ook altijd even goed? Of komt er af en toe een dikke kluwen ongare deegslierten uit de pan? Dat overkomt mij namelijk nog wel eens. Ben ik iets te nonchalant bezig en vergeten in de pan te roeren.  Hoe dan ook, het kan geen kwaad zo aan het begin dit studiejaar je vaardigheden wat op te vijzelen.

Pasta koken doe je zo: zet een grote pan met water op hoog vuur (ongeveer 1 liter water per 100 gram pasta). Voeg per liter water een volle theelepel zout toe. Wacht tot het water flink borrelt en voeg de pasta toe. Lange pasta, zoals spaghetti, duw je zodra de slierten slap worden onder water. Roer de pasta na een minuut even om, zodat de boel niet gaat kleven. De kooktijd gaat in wanneer het water opnieuw kookt; draai op dat moment het vuur laag. lees verder

Voor 4 personen:

750 g verse doperwten

350 g korte pasta (penne, farfalle)

4 (Italiaanse) saucijzen

1 teentje knoflook

een paar takjes verse tijm

1 (onbespoten) citroen

een scheut extra vergine olijfolie

een stukje Parmezaanse kaas

Dop de doperwten. Kook de pasta beetgaar volgens de instructies op de verpakking. Voeg ruim zout toe. Doe, als de pasta nog 8 minuten te koken heeft, de doperwten erbij. Zet een koekenpan op middelhoog vuur, knijp er het worstvlees boven uit en bak het rul (het mag wel een beetje grof blijven). Pel de knoflookteen en snijd fijn. Ris de blaadjes van de takjes tijm. Voeg de knoflook en tijm toe aan het worstvlees en fruit een minuut of 2–3 mee. Giet de pasta en doperwten af, en vang daarbij een beker van het kookvocht op. Voeg de pasta, samen met het opgevangen pastakookvocht toe aan het worstvlees. Rasp de gele schil van de citroen erboven, maal flink met de pepermolen en voeg ook een scheut olijfolie toe. Warm de pasta nog even goed omscheppend door. Proef of er nog zout bij moet. Laat iedereen aan tafel zelf Parmezaanse kaas over de pasta raspen.

lees verder

Omdat ik nooit eerder in New York was geweest, had ik me voor vertrek de nodige adresjes laten influisteren. Door mensen met verstand van New York én van eten. H. vond dat ik in elk geval naar Dominick’s moest. „Italiaans restaurant in de Bronx. Niet zelf heen lopen: taxi nemen en voor de deur af laten zetten. Doe de deur open en je bent in een film. Menu hebben ze er niet en heb niet het lef ernaar te vragen. Het is niet naast de deur (als je op Manhattan bent), maar absoluut de omweg waard.”

lees verder

Als hij moe thuiskomt na een lange dag kostwinnen en ik sta met krulspelden in mijn haar en mijn zelfgebreide schortje voor te koken, het kroost in gesteven pyjamaatjes aan het hoedje-wippen, roept hij al vanaf de voordeur: „Wat eten we? Pasta?” Fijn, zo’n man die duidelijk aangeeft wat hij wil. Heerlijk, dat ik precies weet hoe ik hem gelukkig kan maken. Maar wanneer ik net een op de huid gebakken stukje vis uit de pan haal, een klont boter door de pilav roer en een dressing door de sla hussel, is dat niet het eerste wat er door me heen gaat.

lees verder

We eten al fresco deze week, lekker in de buitenlucht. Dinsdag gaf ik tien tips voor een perfecte picknick. Vandaag krijg je er vijf voor koken op de camping. Ze zijn niet van mij, deze tips. Ik ga mijn lezers niet voor de gek houden door te schrijven over de superculi maaltijden die ik in elkaar flans op een gammel butagasstelletje in de Ardèche, terwijl ik gewoon thuis achter mijn zespitter met twee wokbranders, twee ovens en een grillplaat sta. Nee, deze adviezen komen uit De nieuwe Kampeerkeuken, een vrolijk kookboek geschreven door Daan Faber en Maarten Hoekstra.

lees verder