Berichten met de tag Serranoham

Mijn dochter heeft op haar leeftijd (7) meer interesse in het witte paard, dan in de prins. Gelukkig maar:  voor je het weet zit zo’n prins bij jou thuis op jouw bank alvast de koning uit te hangen. Maar nadelen kleven er ook aan. Zo kun je dus bijvoorbeeld nooit eens met paardenvlees thuiskomen. De keer dat het pakket van www.wildernisvlees.nl  met overigens fantastisch Konikvlees uit de Blauwe Kamer op het aanrecht landde, kwam me op  een week minachting te staan.

Die zwak voor paarden is niet beperkt tot kinderen. Een kennis die wat overgeschoten Konik-rosbief  uit datzelfde pakket overnam, vertelde voorzichtigheidshalve aan zijn vrouw dat het hier het Konik-rúnd betrof.
Mijn zoon van bijna vier heeft minder mededogen met wat voor grote grazers dan ook. Zijn favoriete dieren zijn tijgers, panters en jachtluipaarden, en dan vooral die met bloed bedropen bekken. Hij heeft het op YouTube nu zo vaak bij de leeuwen afgekeken, dat hij nu best zelf met blote knuistjes een gnoe tegen de grond denkt te kunnen werken – iets wat in zijn Spiderman-pyama niet kán mislukken. lees verder

Kookprogramma’s. Je hebt er niet zo veel aan. Leuk zijn ze wel. Neem het Britse MasterChef. Daarin komt een fantastische reeks, vaak originele gerechten langs, in oplopende kwaliteit – het is immers een afvalrace. Voor het opdoen van ideeën – of beter: het gappen daarvan – leent de dagenlange kookwedstrijd zich dus wel. Maar doordat zoveel gerechten in zo weinig zendtijd worden gepropt, word je niets wijzer over hóe die kandidaten al dat lekkers klaarmaken.

Een program op een Nederlands commercieel kanaal leek dit probleem te ondervangen door één slecht kokende man tijdens een kookles een half uurtje te volgen. Hij was ‘aangegeven’ door zijn gezin dat tabak had van zijn abominabele keukenkunsten. Waarvan akte: het gezinshoofd verbrandde gehaktballen, kookte aardappelen beetgaar en liet zelfs pakjessaus klonteren. Een montere presentatrice wist raad. Na de aanschaf van kip bij een slager en sla bij een groenteboer, toog het tweetal plus camerateam naar de supermarkt. Pakt ze godbetert Chicken Tonight. Blijkt het hele program door Unilever gekocht. Weggezapt. lees verder

Op de kop af vier jaar geleden ging het in dit hoekje van de krant een week lang over dressings. Dressings als in vinaigrettes, citroen- en oliemengseltjes, mayonaise-achtige sauzen en wat je al niet meer door de sla kunt husselen om er samenhang aan te geven en extra smaak.

Omdat we het nu over maaltijdsalades hebben, zocht ik mijn columns van toen nog eens op, en schrok van wat ik las: ‘Ik maak mijn doordeweekse dressings deprimerend vaak op dezelfde manier. Sjalotje raspen of persen in de knoflookpers, theelepeltje mosterd, eetlepel azijn en drie keer zoveel olijfolie.’ Mijn schrik gold niet deze bekentenis an sich. Wat kan mij het schelen dat iedereen weet hoe fantasieloos mijn dressing toen waren.

Veel schokkender was de constatering dat er in die vier jaar niets is veranderd. Nog steeds maak ik mijn salades vaak  op dezelfde manier aan. Olie, azijn of citroensap, zout, peper, hooguit een keertje mosterd en honing of sojasaus en gembersiroop. Kortom, saai, saai, saai. lees verder

De eerste keer – een zomer of twee geleden – trapte ik er nog in. Wat zijn dat, groenteboer? Wilde perziken, mevrouw. De oervruchten  zagen eruit als blozende bagels; vanzelfsprekend kocht ik er direct een paar.
Inmiddels struikel je over de platte perzik. Ze worden nog steeds als ‘wild’ aangeprezen, terwijl er toch echt weinig wilds aan is. Het is gewoon een designperzik, bedacht door een of andere perzikenprofessor in een perzikenlab. Geeft niks. Ze zijn evengoed lekker en prachtig in een design-lunchsalade.
  lees verder

Ter ere van de start van het Zeeuwse mosselseizoen elke dag een mosselrecept. Vandaag gegratineerde mosselen, met een knoflokerige tomatensaus en rauwe ham.
Je kunt ze serveren als voorgerecht voor 2 personen, maar ook als borrelhap voor minstens 4.
 

  • 2 teentjes knoflook
  • 1 kilo mosselen, afgespoeld en geïnspecteerd op kapotte exemplaren
  • 1 glas droge witte wijn
  • 1 ui, gesnipperd
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • een handje platte peterselie, fijngehakt
  • een dikke plak (75 – 100 gram) serranoham, in blokjes
  • 3 trostomaten, ontveld en grof gehakt
  • (liefst vers, zelfgemaakt) paneermeel

lees verder

Het fijne aan tuinbonen is dat je er zoveel kanten mee opkunt. Van uiterst verfijnd (zie het recept van afgelopen maandag) tot prettig boers (dinsdag). Van soep tot puree tot salade (gisteren). Van Hollands tot Italiaans tot Libanees. Ik eet ze graag. Ik eet ze veel. Ik eet ze overal en op alle soorten manieren. Maar de tuinbonen die het meeste indruk op me hebben gemaakt zijn de bonen met ham, bloedworst en koriander die tijdens het seizoen worden geserveerd in een eenvoudig eethuisje in het Portugese Almodovar.

Almodovar is een dorpje van niks op een berg in de Alentejo. Je loopt er in een half uur, drie kwartier omheen. Dat weet ik toevallig omdat ik er na die eerste keer favas com coentros eten verschillende keren ben teruggeweest – vanaf Faro anderhalf uur rijdend over kronkelende bergweggetjes, misselijk van het slingeren, maar dromend over die oh zo grove, maar goddelijke bonenschotel – en er behalve eten en om het dorp heen lopen niet zo vreselijke veel te doen valt in Almodovar.  lees verder

Ik heb er veel te veel.

Ik heb er nooit genoeg.

Ik heb er veel te veel.

Ik heb er nooit genoeg.

Veel te veel.

Nooit genoeg.

Veel te veel….

Nu ik ze in verhuisdozen aan het pakken ben ‘cadanst’ het door mijn hoofd, veel te veel, veel te veel. Mijn kookboeken, ik tel ze niet, maar het moeten er honderden zijn die door mijn handen gaan. De stofdoek volstaat niet, noch het vochtige vaatdoekje. Het vette stof laat zich er alleen met Cif afschuren. Dat krijg je wanneer je kantoor houdt in de keuken, de bibliotheek recht tegenover het fornuis.

lees verder

Afgelopen zomer gaf ik een etentje voor mensen die ik niet heel goed kende, die elkaar totaal niet kenden, maar die wel heel veel wijnen van dichtbij kenden. Zo’n etentje dus. Het eten had ik zorgvuldig uitgedacht, nu de drank nog. Om zeker van mijn zaak te zijn raadpleegde ik het plaatselijke filiaal van De Gouden Ton, toch niet de meest obscure wijnhandel.

Als aperitief wilde ik prosecco, een licht mousserende, droge Italiaanse wijn schenken. Altijd goed voor een feestelijke ontvangst. Het voorgerecht zou bestaan uit gazpacho en crostini met serrano, een gedroogde ham uit het zuiden van Spanje. Daarbij past een fino sherry, extra dry. Dat waren ik en mijn kritische gasten van die avond helemaal met de wijnhandelaar eens.

lees verder