Berichten met de tag Sherry

De voorstelling waarin ik momenteel speel (Augustus, Oklahoma) begint al om zeven uur. Dat betekent dat er vanaf half zes wordt geschminkt en  – dus –  om klokslag 5 uur wordt gegeten. Niemand heeft dan nog erg veel trek, iedereen zit lusteloos wat in zijn salade te prikken of met de pasta te spelen. Rampzalig gevolg: tijdens de tweede pauze, als we nog een heel bedrijf te gaan hebben, worden we allemaal bevangen door de gillende geeuwhonger.

Dan begint het grote snaaifestijn. Op de gang bij de kleedkamers staat een tafel waarop elke avond iets eetbaars wordt neergezet, zodat iedereen die even ‘af’ is snel wat in zijn mond kan stoppen. Het begon  – een paar weken geleden –  met een simpel zakje chips. Maar ja, die is natuurlijk  snel leeg, als je er met z’n dertienen in gaat staan graaien. lees verder

Ik zal het maar meteen eerlijk zeggen: ik ben niet echt een kerstliefhebber. Zo iemand die al ver vóór Sinterklaas fantaseert over menukaarten, en welke kleur ballen hip is dit jaar. Niet dat ik een kersthater ben (ik ken iemand die 2 dagen binnen blijft met de gordijnen dicht en een pan stamppot, dat gaat mij ook weer te ver). Het is best gezellig, de feestdagen. Maar omdat ik nu eenmaal een moeilijk te onderdrukken neiging tot luiheid heb, vind ik veel van de dingen die in deze tijd van je verwacht worden vooral een hoop gedoe.
Kersttijd, zo aan het eind van het werkjaar, zou rusttijd moeten zijn. Lekker op de bank onder een fleecedeken met dat boek waar je steeds niet aan toe kwam, een glas wijn binnen handbereik en misschien een geurig kippetje in de oven. In plaats daarvan ren je de dag voor Kerst door de supermarkt op zoek naar oesterzwammen, of sta je op kerstochtend de ramen te lappen (want je moeder komt op bezoek). En op de achtergrond knaagt een vaag schuldgevoel omdat je nog stééds de kerstkaarten niet hebt gepost.

lees verder

Ieder jaar, ergens begin december, stroomt mijn mailbox vol kerstmenu’s. Slagerijen, restaurants, supermarkten, allemaal willen ze hun culinaire plannen wereldkundig maken. Het worden er steeds meer. En wat maken ze ons het leven toch makkelijk. We hoeven komende Kerst nog geen kwartier de mouwen op te stropen om onze gasten toch te verrassen met een kerstdiner uit eigen keuken. Dat wil zeggen: in eigen keuken opgewarmd, op schalen gedrapeerd en voorzien van een toefje peterselie.
Voor wie graag kookt is de verlokking van die schalen zalmmousse, de voorgemarineerde kalkoenrollades  en plastic glaasjes tiramisu moeilijk te begrijpen. Maar mensen die een hekel hebben aan koken, beschouwen dit kant- en klaaraanbod als een zegen. Wel het gezellig samenzijn rond een feestelijk gedekte, goedgevulde tafel, geen stress. Prima.

Alleen tegen wie wél van koken houdt maar het met Kerst simpelweg niet durft – omdat er veel mensen komen eten, en alles perfect zou moeten zijn en je daarvan bij voorbaat al doodzenuwachtig wordt – zou ik willen zeggen: ontspan. Een kerstdiner koken is helemaal niet zo zenuwslopend als al die slagerijen, restaurants en supermarkten ons met hun traiteursmenu’s willen doen geloven. Laat je niks wijsmaken; iedereen kan koken.
lees verder

Verhuizingen en verbouwingen zijn niet leuk. Er hangt dagenlang metselschorrie, schildermorrie en ander bestelbusgeboefte in je huis rond. Vooral die keer dat een paar mannetjes van het vloerengilde een dagje voor een slordige vier mille stond te verpopnagelen, staat helder voor de geest. Voordat de heren de deur achter zich dichttrokken, draaide een van de trekhaaktronies zich om en zei, duimwijzend op de stapel houtschroot, grit en kromme, voetzoekende schietnieten: „So, u hep wel wat op te ruimen.”
Het gebruik van de keuken is dan meestal ook onmogelijk. Zoals toen dat, zich – noot voor de geluidsman: hier moet hysterisch gelach onder – ‘monteur’ noemend fornuistuig zei toch pas een week later de beloofde nieuwe apparatuur te kunnen leveren – en de oude natuurlijk al had gesloopt. Dan kan je kiezen: óf je veroordeelt jezelf die week tot bremzoute, vette afhaalmeuk, óf je kookt iedere dag een eenpansmaaltijd uit de elektrische magnetrongrill – die met die jaarringen in het interieur.
lees verder

Gort. Dat klinkt niet erg sexy, ik weet het. Helpt het als ik zeg dat Nigella Lawson, toch nog steeds met stip de meest verleidelijke keukenprinses, er dol op is? Of dat het (in de vorm van gerstemout) het belangrijkste ingrediënt vormt voor de alcohol die nodig is om whisky te stoken en bier te brouwen? Waarschijnlijk niet. Zo droog als gort, daar denk je aan. Iets aan gort slaan. Karnemelkse pap met gortjes bij oma.

Dwars door alle vooroordelen heen wil ik een pleidooi houden voor gort. Zacht van smaak, interessant ‘anders’, en bovendien gezegend met de mooie eigenschap dat het niet snel te gaar kan worden. Ideaal als je, zoals ik, wel eens een pan op het vuur vergeet omdat je ‘even’ je mail gaat lezen. Bij gort maakt dat niks uit. De korrels worden bij het koken een soort wolkige kussentjes – zacht en romig van buiten, maar de kern houdt altijd een lekkere, beetje taaiige bite. lees verder

Het lijkt veelzeggend dat in sommige andere talen de incourante delen van een beest, gewoon regelrecht ‘afval’ worden genoemd: offal in het Engels en abats in het Frans. Maar dat schijnt niet zozeer te duiden op ‘goed om weg te gooien’, maar op dat het de delen zijn die van het karkas afvallen bij het verwerken van het geslachte dier.
In de tijd dat men nog zelf hele dieren verwerkte in de huisslacht werden al die delen juist gretig gebruikt en gegeten, nu wordt er vaak een beetje raar moeilijk over gedaan, behalve over lever.
Sinds slagerijen geen halve karkassen meer hebben hangen is vlees als het ware ‘enger’ geworden. In andere landen zie je vaak veel meer liggen: koppen of trosjes ingewanden aan haken. Wij vinden dat nu bijna obsceen, maar menige Fransman, heb ik wel eens gelezen, vindt onze slagerijen met al dat voorgesneden roze vlees, obsceen. En bovendien verkeerd ten opzichte van het vlees, dat gewoon ter plaatse afgesneden zou moeten worden.

lees verder

,,Twee geloven op één kussen”, verzuchtte mijn übergereformeerde oma toen ik mijn katholieke vriendje aan haar voor kwam stellen, „daar slaapt de duivel tussen, kind”.  Ze kreeg gelijk, hoewel ik betwijfel of de duivel er iets mee te maken had. Volgens mij sneuvelen relaties niet op het mompelen van een weesgegroetje of het dragen van een hoofddoek. Weet je wat pas stress oplevert tussen geliefden? Als de één overtuigd carnivoor is en de ander rabbiaat vegetariër.

Moet je voorstellen: dagelijks strijd in keuken, misprijzende gezichten aan tafel, discussies op familie-etentjes, gedoe in restaurants. Of valt dat wel mee? Ik weet het niet hoor, heb er zelf geen ervaring mee. De Hongerige Man eet braaf alles op wat ik hem voorzet. Geheel toevallig was dat vorige week louter vegetarisch voer (pasta met tomatensaus, risotto met pompoen, succotash). Volgens mij had die arme schat het niet eens door. Maar hij zou het ook niet in zijn hoofd moeten halen te gaan klagen. Of vlees te eisen. Zo zijn wij niet getrouwd.

Nee, serieus. Ik wil wel eens weten hoe je dat doet als vega/vlees-stel. Het ging er een tijdje geleden over op het kookblog, en toen beloofde ik erop terug te komen in de krant.  In de aanloop naar Dierendag, lijkt dit me er een prima week voor. Praat mee op www.nrcnext.nl/koken, vertel over je ervaringen, de dilemma’s (met wie eten de kinderen mee?) en jullie favoriete vega/vlees-recepten.

Voor alle huishoudens waar de duivel tussen slaapt, vandaag een geheel plantaardig recept: aardappels en paddestoelen uit de oven. Boleten (eekhoorntjesbrood) hebben zo’n hartige smaak dat zelfs de grootste carnivoor er door voldaan zal raken. Geef er een groene salade met nootjes (of, maar dan eet niet meer veganistisch, schilfers Parmezaanse kaas) bij en geniet van de harmonie aan tafel.
 
Voor 2 personen:

  • 500 gram vastkokende aardappelen, schoon geboend, in schijfjes van zo’n 1,5 mm dik
  • 250 gram boleten (of andere paddestoelen), schoongemaakt, in plakjes
  • 2 tenen knoflook, in schijfjes
  • 1 eetlepel verse tijmblaadjes
  • een half glas droge sherry
  • een half glas extra vergine olijfolie
  • een flinke snuf grof zeezout
  • een paar druppels citroensap
     
    Verwarm de oven op 220 graden. Doe alle ingrediënten behalve het citroensap in een grote ovenschaal. Hussel en zorg dat de aardappelen en paddestoelen goed verspreid over de bodem van de schaal komen te liggen. Dek af met aluminiumfolie en schuif 35 minuten in de oven. Verwijder het folie en schakel de ovengrill in. Laat de schotel nog 5 – 10 minuten staan, tot de aardappels mooi krokant en goudbruin zijn. Druppel op het laatst nog een klein beetje citroensap en wat olijfolie over de aardappels en paddestoelen. Bestrooi royaal met versgemalen zwarte peper.

Vorige week was de Engelse televisiekok Rick Stein een etmaal in Nederland; een mooie aanleiding om een aantal van zijn visrecepten te maken. De Cambodjaanse vispuddinkjes van gisteren bleken net zo lekker als ze eruit zaken op de foto in Steins Far Eastern Odyssey.

Ik was rijkelijk laat met het aanvragen van een interview en bijna was de kans hem te ontmoeten me ontglipt. „Misschien kan ik je een half uurtje geven”, mailde zijn Nederlandse uitgever, „maar dat gaat wel van zijn lunchtijd af.” „Mag ik hem dan misschien mee uit lunchen nemen?” schreef ik terug. En warempel, dat mocht. lees verder

De Ronde van Spanje is een mooie aanleiding de Spaanse keuken eens te verkennen. Terwijl de koers vandaag van Tarragona naar Vinaròs gaat, fietsen wij alvast door naar het zuiden: Andalucia.
De keuken van Andalusië is gevormd door de enorme diversiteit van het landschap en klimaat, maar ook sterk beïnvloed door de Moren die er gedurende achthonderd jaar de dienst uit maakten. In mijn herinnering ruikt het op alle Andalusische pleinen naar amandel- en sinaasappelbloesem, maar ik ben er dan ook alleen maar tijdens het voorjaar geweest.
Behalve fruit worden er ook veel olijven verbouwd, waaronder een ras genaamd Hojiblanca. Hojiblanca-olijven geven een verfijnde olie met een sterk parfum, heerlijk om bijvoorbeeld een eenvoudige salade van plakjes sinaasappel met olijven mee te besprenkelen. (De liefhebber gebruikt ook nog een drupje oranjebloesemwater.) Lenie schreef afgelopen maandag op het kookblog over deze olie  – volgens haar de beste olijfolie van Spanje – dat hij te koop is bij Xenos.
Zo warm als in Zuid-Spanje is het hier niet, maar rondom een vuurtje is het nog prima buiten zitten. Laten we daarom vanavond nog wat nazomeren met pinchos morunos, Moorse spiesjes met de warme smaak van specerijen, knoflook en sherry.

lees verder

Vandaag is de keuze aan De Hongerige Man. Wat wil je vanavond eten, lief? „Is dat wokding er al?” Dat wokding is een wokring, een gietijzeren opstaande ring die ik in plaats van een van de gebruikelijke pannendragers op mijn nieuwe fornuis kan plaatsen. Met zo’n ring staat de wok stevig boven, of om precies te zijn bijna ín het vuur, zodat hij gelijkmatig en rondom wordt verhit. Voorbij zijn de tijden van de onhandige wiebelende wok waarvan slechts de bodem echt heet genoeg wordt om fatsoenlijk te kunnen roerbakken. De wokring bleek bij levering van het fornuis helaas vergeten en zou per post worden nagestuurd. Gisteren, dank u Sinterklaasje, werd hij bezorgd. „Dan wil ik iets wokkerigs. Iets met noedels en sojasaus en garnalen of zo.”

lees verder