Berichten met de tag Sinaasappel

Ik woon in Utrecht en met Koninginnedag ontkom je dan niet aan de vrijmarkt. In mijn vorige buurt werd ik op de dag zelf al vroeg uit mijn huis gerookt omdat een buurman heel fanatiek onder mijn slaapkamerraam vis aan het bakken was voor alle rondscharrelende feestbeesten en koopjesjagers.

Nu ik verhuisd ben hoef ik me daar niet meer druk om te maken, maar daarmee is ook één van mijn potentiële inkomstenbronnen van die dag verdwenen. Ik heb namelijk de ambitie om ooit een keer actief mee te doen aan Koninginnedag en een goedlopende business starten. lees verder

Zoon en ik zijn allebei opgelucht dat de eerste, donkere maanden van het jaar voorbij zijn. En dat het weer licht is, als we ’s morgens ons bed uit moeten. Hij heeft mijn ochtendhumeurigheid geërfd en zat de hele winter als een boos, ineengedoken molletje aan het ontbijt. ‘Humeur’ is eigenlijk niet het goede woord. Het is meer dan dat. Het is ochtend-pijn. Ochtend-schmerz.
Ik weet nog goed hoe ik me voelde op die koude, donkere ochtenden, vroeger, in de keuken. Als er alleen oud brood was, met dingen erop die ik niet lekker vond. En keiharde boter waarmee je grote gaten trok in je overblijfboterhammen. Zo’n pesthekel had ik daaraan dat ik tot mijn moeders afschuw overstapte op Bona. Dat kon je tenminste smeren. Misschien was de overstap ook wel een eerste, puberale verzetsdaad. Roomboter was heilig thuis. En waarschijnlijk had het ook wel iets te maken met de reclame van Bona, waarin een dolgelukkige familie, na een rit met paard en wagen, knotsgezellig ging zitten picknicken in een weiland. lees verder

Net uitgevonden keukenapparatuur rent meestal het publicitaire podium op met schetterende beloftes van instant gezondheid en nooit vertoonde smaakbeleving. De prijzen zijn navenant, maar er is applaus. Die culinaire gadgets verdwijnen dan weer na x jaar via goedkope kopieën bij outlets en aanbiedingen in televisiegidsen – „snelle bestellers van de eeltvijl ontvangen tevens de gratis steengrill” – van het toneel. De racletoven, de tafelwok, het gourmetstel zijn inmiddels afgeserveerd. Waar bij u in huis staat de fonduepan te verstoffen? Precies.
Op dit moment zijn de stoomoven en de slowcooker aan het pieken. Maar, we kunnen nu wel nuffig doen over de vergankelijkheid van keukenapparatuur, ze hébben hun verdiensten.
lees verder

Vorige week plonsde een walvis langs de Nederlandse kust, een bultrug. De bemanning van een schip van Rijkswaterstaat zag het dier ergens ter hoogte van Domburg, net onzichtbaar voor duinwandelaars. Moet een mooi gezicht zijn geweest: thar she blows!

Verdwaald, zou je denken. Maar misschien was de walvis hier wel expres. Het wemelt nu van de sprot, een kleine haringachtige – volgens de tamtam klagen garnalenvissers over de grote bijvangst van deze moeilijk te vermijnen visjes. Twee en drie jaar terug vrat een bultrug er ook al zijn pens mee vol – misschien is het wel dezelfde. lees verder

Ik lust geen chocola. Sterker nog, ik heb er sinds mijn kindertijd al een gruwelijke hekel aan. Vroeger weigerde ik tot groot ongenoegen van mijn moeder mijn boterhammen met chocoladepasta op te eten. Ik verstopte mijn bammetjes overal in huis of probeerde ze aan de hond te voeren (die mijn afschuw deelde en ze ook niet opvrat). Gelukkig kwam ze na een poosje tot het inzicht dat het hier niet om een tijdelijk probleem ging en kreeg ik jam of pindakaas op mijn brood.

Mijn afkeer voor het bruine goedje heeft destijds niet alleen mijn moeder, maar ook menig gastvrouw grijze haren bezorgd wanneer ik een zelfgemaakte chocoladetaart als monsterlijk smerig bestempelde. Tegenwoordig ben ik iets genuanceerder in mijn afwijzingen van chocoladebaksels, en zeg ik op een fatsoenlijke manier dat ik het echt niet lust. Dat is voor velen nog steeds niet te begrijpen, maar gelukkig heeft mijn omgeving deze ‘abnormale’ eigenschap inmiddels geaccepteerd. lees verder

Qua mondgevoel houden ze het midden tussen een hap zand en een beschuitje. Er zit niet eens echte boter in, maar een of ander inferieur industrieel gehard smeermiddeltje. En toch zijn die familiezakken madeleines in de Franse supermarkt maar moeilijk te weerstaan. Iets aan de droge, schelpvormige cakejes met hun opgezwollen buik maakt ze bepaald verslavend, vooral als je eenmaal ontdekt hebt hoe heerlijk ze zich volzuigen wanneer je ze doopt in een kopje lindebloesemthee.

Het schijnt dat de madeleines die Marcel Proust bezingt in ‘Op zoek naar de verloren tijd’ ordinaire margarinedingetjes zijn geweest. Sommigen beweren zelfs dat Marcel, de verteller in het boek, helemaal geen madeleines at maar droge toast. Als bewijsvoering dienen de kruimels in de beroemde madeleine-scène: „De warme vloeistof vermengd met de kruimeltjes had nog niet mijn gehemelte aangeraakt of ik werd bevangen door een rilling en ik stopte, vol aandacht voor het buitengewone wat mij overkwam.’ Madeleines, hoe droog ook de structuur, kruimelen niet. Ergo, het ging om een geroosterd boterhammetje. lees verder

Voor een buitenlander mag het een willekeurig bonenstoofpot lijken, maar ‘de ziel van Brazilië in een pan’ zou een betere beschrijving zijn voor feijoada. Het gerecht is naar verluid afkomstig van Afrikaanse slaven die naar Zuid-Amerika werden verscheept om te werken op plantages.

De welgestelde plantagehouders voelden zich te goed om varkensoren, -staart en -poten te eten en gaven deze incourante delen aan hun onderdanen. Die wisten er wel raad mee. Het vlees werd gekookt met zwarte bonen tot een dikvloeibare brij die, samen met rijst en farofa (gebakken maniokmeel) een voedzame en aangename maaltijd bood. lees verder

Konfijten. Het is een verwarrende bezigheid. Er zijn namelijk twee bereidingswijzen die deze naam dragen en het zijn ook nog allebei conserveermethoden. De één conserveert door middel van suiker, de ander door middel van vet. Vruchten konfijt je met suiker, terwijl vet gebruikt wordt voor vlees en gevogelte (ook wel confit genoemd). Haal die twee dus maar liever niet door elkaar, alhoewel het misschien wel onverwacht spannende nieuwe gerechten oplevert. Ter afsluiting van de week beschrijf ik ze allebei. Dan kun je kiezen waar je het komend weekend mee vult. Beide conserveermethoden zijn namelijk tamelijk tijdrovend. lees verder

Een goed diner bestaat niet uit een aantal willekeurige gerechten die je na elkaar serveert. Er moet een onderlinge samenhang zijn, die ervoor zorgt dat je gasten na afloop huppelend naar huis gaan. Met het oog op het aanstaande kerstdiner, vandaag een cursus menuleer in vier stappen.
De eerste regel betreft de ingrediënten. Een van de wetten uit de klassieke menuleer eist dat een ingrediënt nooit twee keer mag voorkomen (met uitzondering van truffel). En die wet snijdt hout. Het is gewoon saai wanneer je tijdens een diner twee keer kerstomaatjes op je bord krijgt, of wanneer alles smaakt naar vanille.
Ten tweede is het belangrijk ook de bereidingswijze af te wisselen. Om een voorbeeld te geven: achtereenvolgens tempura, friet en gefrituurde filodeegflapjes serveren is geen goed idee. Hoe lekker al deze gerechten los van elkaar ook zijn, je wilt niet als voor-, hoofd- en nagerecht iets gefrituurds eten.

lees verder

Sinaasappel en eend vormen een klassiek setje. Maar de frisse, aromatische smaak past ook goed bij kip. Schil en sap zorgen in onderstaande kipmarinade voor de nodige zuren en een subtiel bittertje. De sinaasappelpartjes in de salade voor een friszoete echo.

  • 1 (onbespoten) handsinaasappel
  • 1 eetlepel olijfolie
  • een snuf cayennepeper
  • 2 (biologische) kippenpoten
  • 1 rijpe avocado
  • sap van ½ limoen
  • 3 trostomaten, in kwarten
  • 2 eetlepels extra vergine olijfolie
  • 1 eetlepel fijngeknipte bieslook

lees verder