Berichten met de tag Slagroom

Aardbeien mogen dan zomerkoninkjes worden genoemd, voor mij is en blijft de framboos de koningin van het bal. Prijzig zijn ze wel; zo’n mini-bakje donkerrode kussentjes kost je een rib uit je lijf, maar ik vind ze onweerstaanbaar. En hoewel mij vroeger geleerd is dat je niet mag eten op straat, zijn ze meestal op voor ik thuis ben.

 Dat er types zijn die het in hun hoofd halen om van frambozen coulis maken vind ik je reinste majesteitsschennis. Het genot van het eten van frambozen zit ‘m immers niet alleen in de smaak, maar zeker ook in de textuur. Een halsmisdaad is het, om zulke prachtige, fluwelige vruchtjes in een blender te gooien. Je kunt er hooguit -met veel egards- iets op, onder of naast leggen. 

lees verder

Mamma beer is altijd thuis / altijd achter ‘t kookfornuis. Deze zinnen spoken al twee dagen door mijn hoofd. Uit welk kinderboek ze afkomstig zijn weet ik niet meer, maar ze zijn me zo vaak voorgelezen dat ze onderdeel zijn geworden van mijn DNA. Dat deze wat ongeëmancipeerde regels nu ineens omhoog borrelen zal te maken hebben met mijn uithuizigheid van de afgelopen weken en de rust die nu is weergekeerd; Mamma beer mag eindelijk weer achter ‘t fornuis. Met de nadruk op mág. Want ik vind koken een voorrecht en ik heb het gemist de afgelopen tijd. Dat dagelijkse gehak, geroer en gekneed werkt ontspannend, inzicht verschaffend en stress-verlagend. Laat mij maar koken, dan scheelt therapie en yoga, dus tijd en geld.
lees verder

Ik lust geen chocola. Sterker nog, ik heb er sinds mijn kindertijd al een gruwelijke hekel aan. Vroeger weigerde ik tot groot ongenoegen van mijn moeder mijn boterhammen met chocoladepasta op te eten. Ik verstopte mijn bammetjes overal in huis of probeerde ze aan de hond te voeren (die mijn afschuw deelde en ze ook niet opvrat). Gelukkig kwam ze na een poosje tot het inzicht dat het hier niet om een tijdelijk probleem ging en kreeg ik jam of pindakaas op mijn brood.

Mijn afkeer voor het bruine goedje heeft destijds niet alleen mijn moeder, maar ook menig gastvrouw grijze haren bezorgd wanneer ik een zelfgemaakte chocoladetaart als monsterlijk smerig bestempelde. Tegenwoordig ben ik iets genuanceerder in mijn afwijzingen van chocoladebaksels, en zeg ik op een fatsoenlijke manier dat ik het echt niet lust. Dat is voor velen nog steeds niet te begrijpen, maar gelukkig heeft mijn omgeving deze ‘abnormale’ eigenschap inmiddels geaccepteerd. lees verder

Eens in de zoveel tijd ga ik met mijn gezin twee dagen naar een hotel met een binnenzwembad, in een van de natuurgebieden van Nederland. De combinatie van wandelingen, verkwikkende chloorbaden, grote hoeveelheden friet plus eindeloos toepen in de hotelbar, pakt over het algemeen verrassend goed uit.

Helaas hadden we afgelopen weekend pech. Het was gezellig hoor, daar niet van. Het zwembad was redelijk schoon, het ontbijt voorzag in meerdere soorten hagelslag en het bos was fotogeniek, maar het eten in het hotelrestaurant viel in de categorie ‘duur gedoe’. lees verder

Een vriend vroeg me laatst: als je maar tien gebruiksvoorwerpen mocht kiezen om de rest van je leven mee te koken, welke zou je kiezen? Buiten het fornuis en servies, het ging om de essentiële handelingen. Een oefening in pragmatisme.

Een goede koekenpan, natuurlijk. Een soeppan, daar kun je ook kleine dingen in koken. Een scherp koksmes. Dat is drie. Een grote zeef, die kun je als vergiet gebruiken. En als je goed mikt ook als kleine zeef. Maar dan. Een garde, daar is eigenlijk geen substituut voor. Dat is al vijf. En een rasp? De lol was er snel af. In gedachte ging ik door de lades en langs de rekjes en kwam tot conclusie dat ik heel veel hou van al mijn kleine one-issue keukengadgets, die ik eigenlijk nooit gebruik. lees verder

Laatst had ik een kleuter te eten. Aangezien mijn eigen huishouden uit louter volwassenen bestaat, ben ik altijd licht nerveus als ik voor kinderen moet koken. Angstdromen over spaghettislierten die door de kamer worden geslingerd en vlekken die nóóit meer uit de placemats gaan, of  – het ergste wat je als thuiskok kan overkomen  – dat je gast naar het bord kijkt en zegt (of huilt, of schreeuwt): „Dat lust ik niet!”

Gelukkig bleek de kleuter in kwestie een makkelijke eter. Van tevoren had ik even geïnformeerd naar allergieën of wensen. De antwoordmail van zijn moeder stelde gerust: „Er zijn geen allergieën. En hij houdt van vis. En van kip. En van worst. En van pannenkoek. En van ei. En van stokbrood. En van aardbeien!” lees verder

Ik ben een zzp’er; een Zelfstandige Zonder Personeel en moet in die hoedanigheid verplicht ingeschreven staan bij de kamer van koophandel. Zo’n inschrijving  kost een euro of veertig per jaar en in ruil daarvoor krijg je dan heel veel ongewenste post. Krantjes met opgewekt ondernemers nieuws, reclamefolders vol nietapparaten en fineliners en brieven van accountantskantoren die zich over mijn treurige administratie willen ontfermen.

Waarschijnlijk kan ik me – als ik enige moeite doe –  wel afmelden voor al dit ongewenste drukwerk, maar tot nu toe is dat er door tijdgebrek en laksheid niet van gekomen. Gelukkig maar, want tussen alle onzin trof ik recentelijk een brief van de directeur van de Makro aan. lees verder

Je kunt veel zeggen over crème brûlée. Dat het een briljante uitvinding is. Dat het contrast tussen zijdezachte eiervla en een flinterdun krokant suikerlaagje één van prettigste sensaties is die je al etend kunt ervaren. Dat vrijwel iedereen het lekker vindt en dat het daarom misschien wel het meest bestelde dessert in restaurants is. Maar niet dat het moeilijk is om te maken.
Het lijkt moeilijk ja, dat wil ik wel toegeven. Zelfs voor ervaren koks kan het, gegeven het aantal te warme, te koude, te verbrande of domweg niet lekkere crème brûlées dat doorgaans in de horeca wordt geserveerd, nog een tricky opgave zijn. Maar die mislukkingen zijn nergens voor nodig. lees verder

Het schijnt dat twee maandagen geleden officieel de depressiefste dag van het jaar was. Ik had het geluk dat ’s ochtends al in deze krant te lezen, dus vóór die dag begon, en gek genoeg stemde de wetenschap dat enkele miljoenen landgenoten minstens zo’n hekel aan januari hebben als ik, mij toen best vrolijk.

Maar nu is het februari. En februari vind ik persoonlijk veel erger nog dan januari. Qua kou, qua donker, qua kaal, qua somber. Zodra ik avond aan avond rond het 10 uurjournaal naar de keuken sluip om een of ander ad hoc suiker- en roomrijk toetje te maken, weet ik hoe laat is. Qua winterdepressie.

lees verder

Ik zou je graag nog wat meer vertellen over peren. Wist je dat ze in luttele uren overrijp kunnen worden? Bij aankoop zijn ze meestal nog iets onrijp – let er wel op dat ze een gave schil en geen zachte plekken hebben. Je kunt ze een paar dagen laten narijpen op de fruitschaal, maar houd ze goed in de gaten. Zijn ze eenmaal rijp, moeten ze binnen een etmaal op.

Het meest geteelde perenras in ons land is de Conference. Te herkennen aan hun langgerekte, slanke lijf en overwegend groene schil met roestige vlekken. Het is een sterke peer met een hoge opbrengst per boom. Als ik appels met peren mocht vergelijken, zou ik zeggen dat het de Elstar onder de peren is. Omdat hij zo goed bewaard kan worden – in zuurstofarme opslagruimtes – is de Conference het hele jaar door te koop. Je kunt hem uit de hand eten, maar hij kan ook worden gepocheerd of gebakken.

lees verder