Berichten met de tag Spek

Tientallen grote kabeljauwen vingen we – zeg maar gerust: kábels van jauwen – ergens halverwege Vlaanderen en Engeland. De vier bemanningsleden van de visboot van het Gilde van Beroepsmatige Handlijnvissers hadden, een paar maanden terug, hun vangst nauwelijks aan dek of schipper Fred Klapwijk mepte ze met een knuppel op de kop. „Dat is tegen de stress”, grijnsde hij en bedolf de vissenlijken meteen onder het schaafijs. Een crue grap, dacht ik. Mis: het was superieure warenkennis.

lees verder

Ik had nog nooit van Jonathan Waxman gehoord, tot ik twee jaar geleden op de kookboekenafdeling van een New Yorkse boekhandel op een ladder stond en vertwijfeld om me heen keek. Ik zocht een boek dat me de essentie van de Amerikaanse keuken zou kunnen leren. Maar er stonden er duizenden, en wat was kaf en wat koren?

Op goed geluk sprak in een man aan die al een tijdje stond te snuffelen in een stapel tweedehands materiaal. „Kunt u mij misschien een goed Amerikaans kookboek aanbevelen?”  De man bleek een wijnschrijver uit Oregon en voor enkele dagen in New York om wat hoofdstedelijke gastronomie op te snuiven. Tot ons beider verbazing hadden we de avond ervoor allebei bij Babbo’s gegeten. We praatten een poosje, waarbij hij me nog enkele restauranttips gaf (Balthazar’s, Prune) en toen zei hij: „Jonathan Waxman, die moet je hebben.”

lees verder

Stamppot, hutspot, rodekool met draadjesvlees, curry, pasta, zuurkool met casselerrib en tomatensoep met tosti’s. Ziehier wat wij op dinsdag eten. Tenminste, als we af mogen gaan op de reacties op het kookblog, die in grote getale binnen kwamen nadat ik hier had gevraagd wat de nextlezer op een doordeweekse dag zoal op tafel zet.

Opvallend veel Hollandse pot zat ertussen. En maar liefst drie recepten voor PSS: pasta met spekjes en spinazie. Nu is dat ook weer niet zo verrassend, want ik had een voorzetje gegeven door te suggereren dat dinsdag me daar echt een dag voor leek. „Raak!” reageerde Frank prompt. „Als er gewoon gegeten moet worden ga ik altijd voor pasta met spekjes en spinazie.”

lees verder

We eten gewoon. Dat had ik me althans voorgenomen bij wijze van kookthema deze week. Maar wat is gewoon? De andijviestamppot met gehaktballen van gisteren, die was echt gewoon, toch? Of was-ie alweer iets te ongewoon door de knoflook en ketjap in de ballen? Of door het tomaatje in de jus?

Het zou eigenlijk best interessant zijn te weten wat nou echt het gewoonste eten van Nederland is, of, om het iets overzichtelijker te houden, het gewoonste januari-eten. Is dat inderdaad stamppot? Witlof met ham en kaas? Erwtensoep? Of is het pasta met spekjes en spinazie? Als ik het goed heb wordt dinsdag beschouwd als de gewoonste dag van de week. Doordeweekser dan de dinsdag schijnt er niet te zijn. Dus: Wat eten jullie op dinsdag? Je kunt erover meepraten op het kookblog, nrcnext.nl/koken. lees verder

Puur en poedelnaakt, zonder smaakverdoezelende reut erdoor, zo zie ik sla het liefste. Maar, ik schreef het al eerder deze week, voor spek maak ik graag een uitzondering. Spek en sla, dat is net zoiets als Sam en Moos. Jip en Janneke. Ginger en Fred. Of als die twee oude mannetjes op het balkon in de Muppetshow. Setjes die de tand des tijds spijkerhard hebben doorstaan.

Naar aanleiding van mijn recept voor slasoep met spek schreef Maarten op het kookblog over molsla met uitgebakken spekjes, en dat je zo’n salade tiède (lauw) moet eten. Ik moest meteen denken aan een salade waar ik jarenlang van genoten heb, en volgens mij velen met mij, maar die de eenentwintigste eeuw desondanks niet lijkt te hebben gehaald. lees verder

Gaan we het nu de hele week hebben over sla? Jazeker, wen alvast maar aan het idee. Met sla kun je meer dan er spekjes doorheen husselen. Hoewel, het moet gezegd, spek en sla vormen wel een ideaal setje. Daar heb je geen hogere culi-school voor nodig, dat wist mijn opa al.

Gek. Hij is meer dan twintig jaar dood, maar als ik mijn ogen dicht doe zie ik mijn opa zitten, aan de tafel in de achterkamer waar het altijd schemerde, zelfs tussen de middag, wanneer hij uit zijn werk naar huis kwam om warm te eten. Mijn oma legde dan een mintgroen tafelkleed over het Perzische kleedje dat een meer permanente positie bekleedde als bedekker van het oude, bekraste tafelblad. lees verder

Ooit waren sigaretten zo salonfähig dat je ze bij een feestje in glazen op tafel zette. Bosbes herinnerde ons eraan op het nextkookblog. Toen ik het las ging meteen een luikje open, ergens op de afdeling jaren zeventig van mijn geheugen: 3 juni 1978.

Mijn ouders waren twaalfeneenhalfjaar getrouwd, een prestatie die gevierd moest worden. Een zaaltje was te duur, dus het feest was thuis, in onze donkerbruine woonkamer. De feestjurk van mijn moeder was er niet minder mooi om. De mijne ook niet trouwens; mijn moeder had hem zelf genaaid in een stofje waarvan we ook een tafelkleed hadden.

lees verder

Laat ik deze bonenweek beginnen je te vertellen over het lekkerste bonengerecht dat ik ooit at. Dat was op de Boqueria, de grote overdekte markt in het centrum van Barcelona. Als je er binnenkomt vanaf de Ramblas ga je meteen rechts. Ergens halverwege, op de kop van een rij viskramen, vind je Pinotxo. Je kunt het eigenlijk niet missen, het is daar waar de meeste mensen staan te wachten. Geduldig, desnoods drie kwartier, een glas cava in de hand.

Bij dit onooglijke barretje op die reusachtige markt at ik een bord boterzachte witte boontjes, gestoofd in sepia-inkt. Ertussen zwommen xipirones, baby-inktvisjes. Het was 11 uur in de ochtend en heel even dacht ik dat ik dood was gegaan en in de hemel beland. Sapristi!

lees verder

Koud hè. Het is ouderwets stamppot-en-erwtensoep-weer. Dat betekent dat de baas van Unox zich vast voorzichtig begint te verheugen op zijn bonus over 2009. Dit wordt een topjaar.

Ik las dat het personeel van de worstfabriek al warmdraait voor de Tocht der Tochten. Mocht ie er komen, staan ze straks met 25 posten langs de route om ons erwtensoep en rookworst door de strot te duwen. Vijfentwintig posten langs tweehonderd kilometer, das elke acht kilometer zo’n marketingmonstrum. Willen wij dat?

lees verder

Het gastronomische aanbod van Californië is net zo onrepresentatief voor de doorsnee Amerikaanse keuken als dat van New York. Je vindt er werkelijk alles op culinair gebied, tot en met de piepkleinste etnische splinterkeukentjes. Niet voor niets is de Sunshine State bakermat geweest van talloze trends op culinair gebied, van health food tot fusion.

Californië heeft een aantal belangrijke wijngebieden (je hebt vast wel eens zo’n typische, vette Californische Chardonnay gedronken). Maar er worden ook tafeldruiven verbouwd, waarvan een belangrijk deel als rozijn eindigt (in de bekende rode doosjes van SunMaid). In het zuiden van de staat is het klimaat subtropisch. Daar worden gewassen verbouwd als citrusvruchten, dadels, mango’s en, niet in de laatste plaats, avocado’s. De Verenigde Staten zijn nummer drie op de lijst van avocado-producerende landen; 95 procent van die productie vindt plaats in Californië. Het meest geteelde ras daar is de Hass.

lees verder