Sorry hoor, maar het valt toch ook nauwelijks meer bij te houden met al die nationale themaweken en -dagen? Zo kwam ik er precies zes dagen na de Week van het Gebed, twee dagen voor het einde van de Nationale Voorleesdagen en 17 dagen voor aanvang van de Week van de Nestkast, op Gedichtendag dus, achter dat het de Week van de Vleesverlater was.
Had ik dat eerder geweten, dan zou ik er in de krant van vorige week maandag beslist een stukje aan hebben gewijd. Ik zou een recept hebben gegeven voor een dikke gegrilde entrecote met een vetrandje en erbij hebben geschreven: beste vleesverlater, eet dit, laat de rode sappen langs je kin druipen, geniet van ieder vezeltje, en word daarna vegetariër.
Want wat is dat nou voor ambivalent gedoe, vlees verlaten? Je eet vlees, of je eet het niet. En als je het eet, doe het dan met smaak. Dat is het minste bewijs van respect dat je zo’n koeienbeest kunt tonen. Wil je minder vlees eten? Eet het dan gewoon af en toe, of in kleinere porties. Maar vleesverlaters lijken mij toch iets te veel op mensen die willen stoppen met roken, het niet kunnen, en dan bij elk sigaretje zeggen: „Eigenlijk is het heel vies, maar ja…”



