Berichten met de tag Taugé

Sorry hoor, maar het valt toch ook nauwelijks meer bij te houden met al die nationale themaweken en -dagen? Zo kwam ik er precies zes dagen na de Week van het Gebed, twee dagen voor het einde van de Nationale Voorleesdagen en 17 dagen voor aanvang van de Week van de Nestkast, op Gedichtendag dus, achter dat het de Week van de Vleesverlater was.

Had ik dat eerder geweten, dan zou ik er in de krant van vorige week maandag beslist een stukje aan hebben gewijd. Ik zou een recept hebben gegeven voor een dikke gegrilde entrecote met een vetrandje en erbij hebben geschreven: beste vleesverlater, eet dit, laat de rode sappen langs je kin druipen, geniet van ieder vezeltje, en word daarna vegetariër.

Want wat is dat nou voor ambivalent gedoe, vlees verlaten? Je eet vlees, of je eet het niet. En als je het eet, doe het dan met smaak. Dat is het minste bewijs van respect dat je zo’n koeienbeest kunt tonen. Wil je minder vlees eten? Eet het dan gewoon af en toe, of in kleinere porties. Maar vleesverlaters lijken mij toch iets te veel op mensen die willen stoppen met roken, het niet kunnen, en dan bij elk sigaretje zeggen: „Eigenlijk is het heel vies, maar ja…”

lees verder

’s Ochtends een kwartier eerder opstaan om jezelf rond lunchtijd te verwennen; ik hoef het niet omdat ik thuis werk, maar ik zou het vermoedelijk ook niet op kunnen brengen. Mijn bewondering voor mensen die echt iets van weten te maken van hun broodtrommeltje is dan ook groot. En toen ik voor het eerst de website van Gnoe bezocht (www.gnoegnoe.wordpress.com) , voelde ik zelfs iets wat verdacht veel leek op diep ontzag.

Gnoe maakt namelijk bento’s. En bento’s zijn het nec plus ultra van de broodtrommeltjeswereld: ‘a carefully prepared and packed meal (often lunch), which should both be balanced and appealing to the eye (usually done by using different colours, cutting techniques and accessoires)’, zoals Gnoe het omschrijft.

Deze hogere vorm van lunchkunst stamt oorspronkelijk uit Japan, waar het nog steeds deel uitmaakt van het cultureel erfgoed – het zal wel vloeken in de Japanse kerk zijn als ik hier opper dat je het zou kunnen vergelijken met ons broodje kaas – maar als we Gnoe mogen geloven verovert de bento inmiddels de wereld.

lees verder

Oké, ik had dus in de krant geschreven dat ik geen rijst kan koken. Ruim vijftig lezers schoten te hulp, op het kookblog, per email en per post. Het is nu drie maanden later en ik heb een goed deel van hun rijstkookmethodes uitgeprobeerd. Sommige vond ik niks. Over andere was ik zeer te spreken, zoals over de stoomtechniek van Sophie.

En toen kreeg ik nog meer post. Dit keer geen envelop maar een doosje met daarin een hemelsblauwe kom, een dito deksel met allerhande gleufjes en gaatjes, plus oren om hem stevig op de kom te klemmen, en een helgroen tussenschotje. De Microwave Rice Maker, met vriendelijk groet van Tupperware Nederland. lees verder

Verhongeren is niet meer nodig, beste eerstejaarsstudent; als het goed is kun je na afgelopen week aardappelen, pasta en rijst koken. Vandaag een paar simpele, goedkope manieren om daarvan een lekkere maaltijd te maken. De recepten zijn voor 1 persoon, maar mocht je al nieuwe vrienden hebben opgedaan tijdens de kennismakingstijd, kun je de hoeveelheden vermenigvuldigen.

Aardappel-tonijnsalade:

  • 300 – 400 gram geschilde en gekookte aardappelen (warm of koud)
  • ½ ui of 1 sjalotje
  • 2 – 3 zure augurkjes
  • 1 theelepel scherpe mosterd
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 blikje (Albacore) tonijn op olie
  • 1 zakje veldsla of rucola

lees verder

Pan-aziatisch en lekker makkelijk eten we deze week. Easy does it. Vandaag een roerbak met eiernoedels, broccoli, taugé en biefreepjes. Alle ingrediënten zijn te krijgen in een gemiddelde supermarkt, behalve de Shaoxing.

Deze kookrijstwijn koop je bij Chinese toko’s. Ik ben dol op Shaoxing vanwege het rokerige, typisch Chinezige smaakje dat het geeft aan wokgerechten. Maar heb je het niet in huis, gebruik dan wat je wél hebt, bijvoorbeeld sherry of cognac, of desnoods gewoon witte wijn. lees verder

Er is veel voor te zeggen om stamppotten zo eenvoudig mogelijk te houden. Juist dat doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-Hollandse maakt ze immers zo geliefd. Het heeft iets vertroostends om de ene na de andere identieke hap van zo’n warme zalf naar binnen te schuiven, terwijl een krokant en zoutig stukje spek het enige kauwen vereist. Maar als je vegetarisch eet, wordt stamppot toch wel snel monotoon. Vandaar dat ik me in deze paksoistamp iets meer frivoliteiten veroorloof.

Voor 2 personen:

lees verder

Behalve de zondag die ik doorbracht met een strooptocht langs Bangkoks streetfood hotspots, bestond er geen betere kennismaking met de Thaise eetcultuur dan de kookles die ik volgde in Phang Nga. Als er iets duidelijk werd, die ochtend met zes collega’s in de keuken van Aleenta Resort, is het dat koken in Thailand een serieuze aangelegenheid is.

Ken je die kipsateetjes die zo gezellig rond een serehstengel zijn gekneed en gefrituurd? Daar gebruiken ze dus echt geen kipgehakt met kipkruiden voor. Alles, maar dan ook alles aan dit soort gerechten is zorgvuldig handgesneden, vervolgens handgehakt en daarna handgevijzeld met een zware houten stamper. Tiph, de kokkin die ons de vele handelingen geduldig voordeed, had een hakritme als een mitrailleur en bijbehorende spierballen (plus een snor, die haar in dit kader geenszins misstond).

lees verder

Op mijn verlanglijstje ‘landen waar ik nog nooit ben geweest en waar ik naartoe wil om te eten’ – een lijstje waarop onder andere ook China, Vietnam, Marokko en Georgië elkaar verdringen, stond Thailand tot voor kort met stip bovenaan. Na mijn reis heb ik dat lijstje aangepast. Thailand staat nu op een heel andere plaats: bovenaan het rijtje met ‘landen waar ik al eens ben geweest en waar ik naar terug wil om te eten’.

Toegegeven, de tempels zijn indrukwekkend, de stranden van aangenaam rul zand, het klimaat heerlijk en de mensen buitengewoon vriendelijk. Thailand heeft, zoals Harry Betist van het Thais Verkeersbureau het uitdrukt, een hoog aaibaarheidsgehalte. Maar al was het hele land van beton gemaakt, inclusief de stranden, al was het er tien graden onder nul en alle inwoners even chagrijnig, dan nog wilde ik erheen. Om te eten.

lees verder

Nu begrijp ik het. Waarom Sonja zo’n succes heeft met haar dieet, bedoel ik. Talloze krantenartikelen heb ik erover gelezen. Bijna uitsluitend kritische en sceptische artikelen, waaruit ik maar niet kon opmaken wat nou toch die x-factor is. Maar nu ik De Hongerige Man zo bezig zie, is het mij volkomen duidelijk. „Eens even kijken wat ik van Sonja mag ontbijten”, zegt hij opgewekt, om vervolgens braaf 1 volkoren boterham met appelstroop, 1 glas jus d’orange, 1 plak ontbijtkoek en 1 glas water te nuttigen. Tot hij vorige week vrijdag begon te sonjabakkeren, had hij nog nooit appelstroop op zijn brood gegeten. Maar nu moet het van Sonja, dus wie is hij om niet van appelstroop te houden?

lees verder

Reizen in Azië, koken in Nederland. Zo heet het boek van reisjournalist Alexander Bakker. Die titel dekt de lading perfect. Het is een reisboek én een kookboek. Alexander leerde koken van Pilek, Happiness, Lucky en Pinky, Thaise dames waarvan alleen de eerste van onbesproken gedrag was.

Zijn verhalen zijn kleurrijk en doorspekt met culinaire observaties. Een van de mooiste anekdotes gaat over zijn hospita in Jakarta. Tante Loes dreef een pension en twee restaurants in Menteng. ’s Ochtends, wanneer zij op de veranda haar administratie deed, kwamen er af en aan verkopers langs. De een met vis, de ander met vlees of groente.

lees verder