Berichten met de tag Tomaat

Toen ik aankondigde dat ik een paar weken in Thailand zou verblijven, leek het mijn omgeving een goed idee om mij vol te proppen met goedbedoelde adviezen en wijze raad.

Volgens vriendinnen kon ik het beste naar eiland zus en eiland zo, want daar waren de mooiste stranden. Via via hoorde ik dat ik op zoek moest naar dat ene kleine dorpje waar de toeristen nog niet in de meerderheid zijn. Mijn moeder drukte me op het hart niet met vreemden mee te gaan, en de vrouw die mijn vaccinaties in mijn arm spoot waarschuwde me om vooral niet in binnenlandse wateren te zwemmen en dat ik absoluut geen kraanwater mocht drinken. lees verder

Als we de weersvoorspellingen moeten geloven, gaat deze week de eerste sneeuw van het seizoen vallen. Vorig jaar heb ik weken kou geleden toen ik als verslaggever voornamelijk buiten aan het werk was en van een herhaling van dit scenario word ik niet vrolijk.

Ik houd echt heel veel van Nederland en sneeuw is ook best leuk voor even. Maar omdat mijn winterspirit (overdosis sneeuw), mijn fiets (doorgeroest) en drie paar schoenen (aangekoekt strooizout) onherstelbaar verwoest zijn, heb ik besloten om een deel van deze winter door te brengen in warmere regionen. lees verder

Eén dag in Valencia en alweer zoveel ontdekt. Kleine en grote culinaire ontdekkingen, maar allemaal de moeite waard om over te berichten, en dat doe ik deze week, vanaf mijn ligstoel op een zonovergoten terras met uitzicht op de Middellandse zee.

Vanzelfsprekend behoort paella tot de grotere ontdekkingen. Niet dat ik nooit eerder paella at, maar dat waren in retrospectief toch allemaal slappe aftreksels van de enige echte paella Valenciana. Hier, tussen de rijstvelden, is het gerecht ontstaan, en hier wordt hij nog steeds gemaakt volgens de regels der traditie. Met kip en konijn en diepgoud van kleur, dankzij saffraan uit La Mancha en pimentón de la Vera.

Later deze week een recept voor paella, uiteraard. Vandaag eerst iets over één van die kleinere ontdekkingen, pepito, een lokale tapa waarvan ik nog nooit gehoord had. Ik at het bij een barretje aan een naar sinaasappelbloesem geurend plein in het oude centrum van de stad.

Fundada en 1917, staat er boven de menukaart van Bar Pilar, en verdomd, het lijkt wel of de tijd er sindsdien gestold is. Alle Valencianen zijn het erover eens dat dit de beste plek is om clochinas, een regionale mosselsoort, te eten. Dat wil zeggen, tijdens het mosselseizoen, want rond deze tijd van het jaar werken de schelpdiertjes aan hun voortplanting en mogen ze niet worden gevangen.

lees verder

Drie is in India een ongeluksgetal, zo schrijft Ernest van der Kwast in Mama Tandoori, de roman over zijn Indiase moeder die kortgeleden verscheen en de inspiratie vormde voor een potje Indiaas koken in deze krant.  „Drie is een voorteken van onheil, van verderf. Als kind kregen we altijd twee óf vier boterhammen mee naar school, we mochten nooit boter-kaas-en-eieren spelen.”

En of het met deze volkswijsheid te maken heeft is de vraag, maar een Indiase maaltijd lijkt altijd te bestaan uit minimaal vier of vijf, en soms nog wel veel meer componenten. Je neemt een hapje van dit, een klein proefje van dat, een lepel curry, een stukje brood, alle onderdelen van de maaltijd keurig uitgestald in aparte bakjes op een ronde schaal, de thali. Dat is beslist geen onprettige manier van eten.

lees verder

Ik had nog nooit van Jonathan Waxman gehoord, tot ik twee jaar geleden op de kookboekenafdeling van een New Yorkse boekhandel op een ladder stond en vertwijfeld om me heen keek. Ik zocht een boek dat me de essentie van de Amerikaanse keuken zou kunnen leren. Maar er stonden er duizenden, en wat was kaf en wat koren?

Op goed geluk sprak in een man aan die al een tijdje stond te snuffelen in een stapel tweedehands materiaal. „Kunt u mij misschien een goed Amerikaans kookboek aanbevelen?”  De man bleek een wijnschrijver uit Oregon en voor enkele dagen in New York om wat hoofdstedelijke gastronomie op te snuiven. Tot ons beider verbazing hadden we de avond ervoor allebei bij Babbo’s gegeten. We praatten een poosje, waarbij hij me nog enkele restauranttips gaf (Balthazar’s, Prune) en toen zei hij: „Jonathan Waxman, die moet je hebben.”

lees verder

Voor minestrone bestaan zoveel recepten als er Italiaanse mamma’s zijn. Het maakt eigenlijk weinig uit wat je er precies instopt, als het maar een paar verschillende soorten groente zijn, bonen en pasta. Als ik minestrone in de zomer maak, gaan er vaak sperziebonen en courgettes door. In de winter gebruik ik liever kool.

Hoe dan ook, schroom dus niet om aan onderstaand recept je eigen draai te geven. Een van de lekkerste variaties die ik er zelf ooit op maakte, was toen een aardige Italiaanse traiteur mij een Parmaham-been meegaf. 99 procent van de ham was er weliswaar afgesneden, maar wat er nog aan vlees aanzat gaf de minestrone een goddelijk rijke smaak.

Minder fijn was dat ik die smaak daarna nooit meer heb kunnen evenaren, eenvoudigweg omdat ik nooit meer een traiteur bereid heb gevonden zijn been aan mij af te staan. Die gebruikt een beetje Italiaan lekker zelf voor zijn soepen en sauzen. Maar wie weet heb jij betere connecties dan ik, en als het je lukt zo’n been te bemachtigen, moet je het zeker proberen (maar laat de bouillonblokjes dan weg.)

lees verder

We koken deze week uit Specerijen, een inspirerend naslagwerk van de Australische Jane Lawson (uitgeverij Unieboek). Behalve ruim veertig individuele specerijen behandelt ze ook een aantal specerijenpasta’s (chermoula, Spaanse peperpasta, Aziatische currypasta’s en harissa) en
een vijftiental specerijenmengsels.

Voor elk van die specerijenmengsels geeft Lawson een ingrediëntenlijstje, plus een aantal recepten om ze in te verwerken. Die ingrediëntenlijstjes zijn handig want hoewel je de meeste mengsels kant- en klaar kunt kopen, verliezen specerijen eenmaal gemalen snel hun aroma en dus  zijn dit soort mixen altijd het lekkerst wanneer je ze zelf, vers bereidt. lees verder

Ik heb een nieuwe liefde. Er kwamen bepaald geen bliksemschichten aan te pas. Het was niet alsof de aarde in tweeën splitste. Integendeel. Bij onze eerste kennismaking vond ik hem verre van aantrekkelijk. Bleekjes, onuitgesproken, om niet te zeggen saai. En ook een beetje, nou ja, alternatief.

Gek dat je er twintig jaar over kunt doen om iemands ware aard te ontdekken. En dat wanneer je als het ware langzaam naar diegene toe gegroeid bent, je open stelt voor zijn karakter – dat plots helemaal niet onuitgesproken lijkt, maar juist enorm veelzijdig – je gewoon alsnog kriebels in je buik kunt krijgen bij alleen maar de gedachte aan hem. Of is het haar? Zelfs nu ik stapelverliefd ben, weet ik nog niet of tofu een mannetje of een vrouwtje is.

Doet er niet toe. Laat me je hem of haar eerst maar eens netjes voorstellen. Tofu – je mag ook tofoe zeggen, of tahoe (Indonesisch) of doufu (Chinees) – is kaas gemaakt van sojabonen. Kortweg worden de sojabonen gedroogd, geweekt, gekookt, geperst en gefilterd tot sojamelk, en vervolgens wordt die melk gestremd en geperst.

lees verder

Carnivoren die het doen met vegetariërs, delven binnenshuis het onderspit, zo blijkt uit de reacties op het kookblog deze week. Buitenshuis wordt de schade echter vrolijk ingehaald. Nou ja, vrolijk. Uit eten met de vegetarische medemens is niet altijd even lollig.
Op het kookblog schrijft ervaringsdeskundige Erik hoe jammer het is dat de meeste restaurants geen fatsoenlijke vegetarische gerechten op het menu hebben. Altijd weer die salade met geitenkaas… „Dat is dan toch vervelend als je een leuk avondje uitgaat.”
Inderdaad, Erik. Het is triest gesteld met de vegakeuken in Nederlandse restaurants. Staan er 15 vlees- en visgerechten op de kaart, kun je als dierenvriend kiezen uit pasta met pesto en pasta met pesto. En stort jij je als tafelgenoot maar eens vol overgave op je sappige chateaubriand, als je lief aan de overkant lusteloos in zijn of haar bordje zit te prikken.
lees verder

Met de route van de Ronde van Spanje als kompas toeren we door de Spaanse keuken. We fietsen sneller dan de Vuelta-renners en arriveren vandaag al, twee weken voor het peloton, in Castilla-La Mancha. Hier, in het onherbergzame hart van Spanje, ruikt het indringend naar knoflook.
Dit is het land van Cervantes. Het land ook van Federico Bahamontes, de Adelaar van Toledo.
In 1957 werd hij tweede in het eindklassement van de Vuelta. In 1959 won hij de Tour de France. Een wielerlegende wil dat de Spaanse klimmer tijdens de Tour van 1954 bovenop de Col de la Romeyere van zijn fiets stapte en doodgemoedereerd een ijsje ging zitten eten in de berm. Het peloton haalde hij moeiteloos weer in.

lees verder