Afgelopen dinsdag schreef ik over de gargantueske T-bonesteak, een costata alla fiorentina, die De Hongerige Man en ik bij wijze van lunch verschalkten in een Umbrische osteria. Niet alleen wijzelf waren na afloop verbaasd dat we dat monstrum saampjes hadden weg gehakt. Zelfs de ober was onder de indruk. Hij had DHM immers voorafgaand aan de steak ook nog een bordje antipasta en een spaghetti pecorino e pepe (met schapenkaas en zwarte peper) geserveerd.
Toen we een week later weer binnen liepen, lachte hij ons breed toe. „Fiorentina?” Nee, nee, we houden het bescheidener vandaag, lachten wij terug. Van de dieetliteratuur uit de vorige eeuw – een leven lang fit, de methode Montignac – is me weinig bijgebleven, maar dat een mens er zo’n zes uur over doet om dierlijk spierweefsel te verteren, is om een of andere reden blijven hangen. Het was al tien uur in de avond, en het vooruitzicht tot vier uur ’s nachts zo’n halve koe te liggen verteren sprak ons niet erg aan. Dus bestelde DHM een ‘gewone biefstuk’ en ik een tagliata di vitello.



