Berichten met de tag Tuinbonen

Zouden de Grieken dankbaar zijn voor de 14,5 miljard euro die de EU vorige week op hun staatsrekening stortte? Enerzijds wel waarschijnlijk, want de nood is hoog. Anderzijds, fijn is het natuurlijk niet om je hand te moeten ophouden en dankbaar te zijn. Zoiets krenkt de nationale trots.

Maar je zou het ook om kunnen draaien. Wij – de rest van Europa, of, eigenlijk, de rest van de wereld – hebben op onze beurt veel aan de Grieken te danken. Ik noem hier maar even, in willekeurige volgorde en zeker niet uitputtend: het begrip democratie, het theater, de Olympische Spelen, de stelling van Pythagoras en het broodje gyros. Eigenlijk zouden wíj de Grieken dus dankbaar moeten zijn, en blij dat we nu eindelijk iets terug kunnen doen.
lees verder

De keuken van Valencia telt vele rijstgerechten, maar er mag er maar één paella Valenciana heten. De originele versie van dit beroemde gerecht bevat kip, konijn, gároffo (bleke reuzenbonen) en ferráura (een soort snijbonen). Soms, in de zomer, gaan er ook nog slakken door, en dan telt de paella nog net als traditioneel. Maar paella’s met vis, met zeevruchten, met eend of met artisjokken kunnen het schudden. Hoe lekker ook, ze blijven afgeleiden van de enige echte. lees verder

‘De ontdekking van een nieuw gerecht draagt meer bij tot het menselijk geluk dan de ontdekking van een nieuwe ster.’ Aan dit beroemde citaat van de 19e-eeuwse eetfilosoof Jean-Anthelme Brillat-Savarin moest ik denken tijdens het stoven van een kilo tuinbonen in de peul. In de peul, je leest het goed. Zonder doppen.

Lang geleden had ik Clarissa Dickinson Wright op de BBC zulke hele bonen zien bereiden. Op z’n Egyptisch, verklaarde zij. Buitengewoon vreemd, leek mij. Afgelopen dinsdag vroeg ik hier in de krant of iemand misschien het recept voor me had.

Diverse lezers postten links op het kookblog (dank jullie wel). Links naar recepten die er op leken, maar het toch net niet waren. Next-collega Hanina Ajarai  peuterde zelfs speciaal haar moeders recept voor couscous met lamsvlees en gestoofde tuinboonpeulen voor me los. (Lijkt me heerlijk Hanina, ga ik snel een keer maken). lees verder

Het fijne aan tuinbonen is dat je er zoveel kanten mee opkunt. Van uiterst verfijnd (zie het recept van afgelopen maandag) tot prettig boers (dinsdag). Van soep tot puree tot salade (gisteren). Van Hollands tot Italiaans tot Libanees. Ik eet ze graag. Ik eet ze veel. Ik eet ze overal en op alle soorten manieren. Maar de tuinbonen die het meeste indruk op me hebben gemaakt zijn de bonen met ham, bloedworst en koriander die tijdens het seizoen worden geserveerd in een eenvoudig eethuisje in het Portugese Almodovar.

Almodovar is een dorpje van niks op een berg in de Alentejo. Je loopt er in een half uur, drie kwartier omheen. Dat weet ik toevallig omdat ik er na die eerste keer favas com coentros eten verschillende keren ben teruggeweest – vanaf Faro anderhalf uur rijdend over kronkelende bergweggetjes, misselijk van het slingeren, maar dromend over die oh zo grove, maar goddelijke bonenschotel – en er behalve eten en om het dorp heen lopen niet zo vreselijke veel te doen valt in Almodovar.  lees verder

Een van de gerechten die ik in deze tijd van het jaar graag maak, is fave fresche e cicorie con acciughe marinata uit het River Cafe kookboek Groen (Kosmos uitgevers). Bij Rose Gray en Ruth Rogers gaat het om tuinbonen met spinazie en gemarineerde ansjovis. Maar als je de receptnaam letterlijk zou vertalen, moet er snijbiet in.

Nu is juni behalve tuinbonenmaand ook snijbietmaand en heb ik een zak van deze heerlijke, zwaar ondergewaardeerde bladgroente in de groentela liggen, eigenhandig door mijn zoon geoogst in zijn schooltuintje. Vanavond maak ik daar onderstaande warme salade van, mijn eigen vertaling van het recept van Rose en Ruth.

lees verder

Over de tuinboon valt veel te vertellen. Dat we uit opgravingen weten dat hij zesduizend jaar voor Christus al in Europa werd verbouwd bijvoorbeeld. Dat de tuinbonenplant behoort tot de vlinderbloemenfamilie – hij draagt werkelijk prachtige, pastelkleurige bloemen – waarvan de ranken zich met ongekende groeikracht al slingerend een weg omhoog zoeken. En, misschien wel het leukste weetje over de Faba vulgaris: dat hij dankzij die eigenschap de hoofdrol speelt in het sprookje Japie en de bonenstaak.

Maar liever dan in de bibliotheek, wil ik de komende dagen in de keuken doorbrengen. Met tuinbonen kun je zoveel lekkers maken. Op het kookblog wordt sinds gisteren gediscussieerd over dubbel- en enkeldoppen. Ikzelf houd het meestal op enkel, vooral zo aan het begin van het seizoen. De eerste tuinbonen, die nog piepjonge bleke boontjes, hebben nog geen spoor van rimpeling, taai- of bitterheid. Die kun je zelfs rauw eten. Gedipt in geurige groene olijfolie en knisperende zeezoutvlokken, is het moeilijk ervan af te blijven. Pas wel op, want van te veel rauwe bonen krijg je buikpijn.

lees verder

De tuinboon verdient het net zo gekoesterd te worden als de asperge. Als een delicatesse, iets om verlangend naar uit te kijken, en om zodra hij er is een ereplek te geven op het menu. Omdat ik het Jaapbeloofd heb, maar ook omdat ze het dubbel en dwars waard zijn: tuinbonenweek.

Alleen al de manier waarop ze verpakt zijn, met z’n vijven of z’n zessen op een rij in een met wit fluweel bekleed foedraal. Zo’n tuinbonenpeul is net een juwelenkistje. Je ritst hem aan de zijkant open met je nagel en wipt met je duim zo, 1, 2, 3, 4, 5, 6 zachtgroene edelstenen eruit. Jade met een klein versiersel van citrien. Dat is het naveltje dat bij jonge bonen nog felgeel is en bij oudere bonen zwart kleurt.

lees verder

Beklaagde ik me hier vorige week maandag dat ik tijdens mijn Umbrische vakantie zoveel vlees moest verstouwen, blijkt dat er zich op nog geen 30 kilometer van onze agriturismo een herbivoor bedevaartsoord bevond. Azienda Montali is het beste vegetarische hotel ter wereld. Althans, zo heet het op de cover van Vegeterranean, een recent in het Nederlands verschenen kookboek (Uitgeverij Karakter).

Als ik het eerder had geweten, was ik zeker bij Montali gaan eten. Nu moet ik het doen met de recepten en verhalen uit het boek. Ook niet vervelend. Er staan volop foto’s in van originele gerechten. Sformatino’s (puddinkjes) van groenten, soesjes met paddestoelenvulling, hartige taarten met kaas en room.

lees verder

‘Rust’, sprak mijn huisarts streng, ‘is het enige dat helpt bij een hersenschudding’. ‘Ja maar …’, probeerde ik nog. Ik haat rust. Rust is voor baby’s en bejaarden. Bovendien, kan ik wel gemist worden? Ik bedoel, wat moeten jullie elke dag eten als ik geen recept in de krant zet?

Helaas. Daar trapte de dokter niet in (en mijn geschudde hersens evenmin). Vandaar voorlopig dit compromis: wel een recept, geen column. En nu ik plots zeeën van tijd heb om te koken, doe ik de ene na de andere ontdekking. Zoals hoe waanzinnig lekker het is om tuinbonen te roosteren op de barbecue.

lees verder

Nu we het toch over de smaak van juni hebben, kan ik je mooi attenderen op de boerenmarkt die het Amsterdamse Slow Food-convivium morgen houdt op het terrein van de Westergasfabriek. Het wordt een echte proefmarkt, waar je kennis kunt maken met kleinschalig geproduceerde delicatessen. Denk aan de Opperdoezer Ronde aardappels, de aardbeien van Jan Robben, Amsterdams ossenworst, ham en eieren uit het Vechtdal, vruchtensappen uit de Beemster. Behalve geproefd kan er ook uitgebreid geluncht worden. En geshopt, dus neem je extra large boodschappentas mee.

lees verder