Berichten met de tag Varkensvlees

Op bezoek in het zuiden van Spanje, in de streek rond Jabugo, de hoofdstad van de beroemde serranoham. Niet die beunhammen die de grootsuper hier laatst met Kerst aan de man bracht, maar echte – kijk hier fronsend en gedecideerd bij – jamón ibérico.

De leveranciers van deze prijzige vleeswaren – een tientje per ons is geen uitzondering – zijn de matzwarte varkens van het Ibérico-ras. Dat zijn nog eens schárrelvarkens: per hectare kurkeikbos loopt misschien een dozijn dieren rond. Beetje wroeten, beetje eikels opsmakken, beetje rug tegen eik schurken.  Wanneer je langs het hek loopt knorren ze gezellig naar je – ze moesten eens weten. lees verder

Erg hoog op mijn lijstje culinaire reisbestemmingen stond Griekenland niet. Ik ben er slechts één keer geweest, 12 jaar geleden, en herinner me weliswaar verrukkelijke mezedes, die we met gevaarlijke hoeveelheden ouzo wegspoelden op met wijnranken begroeide terrasjes, maar verder staat me vooral een zekere eentonigheid bij, waarin souvlaki de hoofdrol vervulde.
Nu ik me dezer dagen wat grondiger verdiep in de Griekse keuken, blijkt die een stuk rijker en gevarieerder dan verwacht. Nog steeds spreken de mezedes (kleine gerechtjes die je zou kunnen vergelijken met Spaanse tapas) me het meest aan, vanwege de eenvoud ervan en het creatieve gebruik van groente en goedkope vissoorten. Alleen gaat er bij nader inzien toch ook een zekere aantrekkingskracht uit van die souvlaki’s.

lees verder

In drukke tijden is het lastig loskomen van pastaatjes, salades en aardappelen/groenten/vlees.
Ze zijn vertrouwd, je hoeft er nauwelijks bij na te denken en ach, er is ook helemaal niks mis mee. Maar zou het niet heerlijk zijn je net zo thuis te voelen in de Aziatisch keuken als in de Europese? Net zo makkelijk na een lange werkdag de koelkast open te trekken om iets Indiaas of Vietnamees in elkaar te flansen?

Afgelopen week probeerde ik het weer eens en het viel me opnieuw niet mee. De basis van, bijvoorbeeld, de Italiaanse keuken een beetje kennen is één ding. Maar die van, laten we zeggen, de Chinese, is toch echt van een heel andere orde. Volgens mij is de enige manier om het in de vingers te krijgen eenvoudig beginnen en vaak oefenen.
Vandaag staat er varkensvlees op het menu, uit ‘De eenvoudige Chinese keuken’ van Ken Hom. Erbij: gekookte rijst en bimi in oestersaus. Dat laatste is geen klassiek Chinees gerecht, maar mijn eigen versimpeling daarvan. Het recept stelt niks voor. Ik zou het zelfs nauwelijks durven opschrijven, als het niet zo verdraaide lekker was.
 

lees verder

Schrijf een week over bonen, en je komt vanzelf in Mexico terecht. Daar lusten ze er wel pap van. Mijn Mexicaanse kookbibliotheek bestaat uit slechts twee boeken. Maar samen zijn De Mexicaanse Keuken van Elisabeth Lambert Ortizz (Fontaine Uitgevers) en The Art of Mexican Cooking van Diana Kenney (Potter) goed voor een schat aan bonenrecepten.

De meest basic bereiding van bonen in Mexico heet ‘frijoles de olla’. De bonen worden samen met pepers en kruiderij, soms ook met varkensvlees gekookt in een aardewerken schaal tot ze superzacht zijn en het kookwater soepig. Deze frijoles de olla kunnen vervolgens worden gebakken in reuzel en tot een dikke puree gestampt, luisterend naar de naam frijoles refritos. En van deze twee oer-bonenschotels kent iedere regio dan weer haar eigen versie.

lees verder

We eten Aziatisch uit de supermarkt deze week. Niet omdat het aanbod nou zo fantastisch is – de beste sushirijst, sojasauzen en noedels koop je nog altijd bij de toko – maar omdat het wel zo praktisch is voor doordeweeks. Vandaag is de Indonesische keuken aan de beurt. En bij Indonesisch en supermarkt denk je toch al snel aan Lonny.

Je weet wel, Lonny Gerungan, van het kookprogramma De Reistafel waarin hij geassisteerd door een dame met bloemen in het haar, kookte op de meest onhandige, maar exotische locaties en onvermoeibaar bleef herhalen dat het zelf maken van boemboes hartstikke simpel is. Dezelfde Lonny als van die schattige rieten mandjes met kant-en-klare Indonesische maaltijden.

lees verder

Zelf worst maken kost niet alleen veel tijd, erover schrijven vraagt om veel woorden. De week is voorbij gevlogen, en dan heb ik het alleen nog maar over verse varkensworst gehad. Ik heb geeneens bloedworst gemaakt – een project waarvan ik droom sinds ik het aanstekelijke relaas It takes a village to kill a pig las van de Amerikaanse culinair journalist Jeffrey Steingarten (uit: It must have been something I ate). Noch ben ik eraan toegekomen worst te drogen

lees verder

We maken verse worst deze week. Afgelopen dagen vertelde ik over de benodigdheden, de voorbereidingen en het productieproces. Vandaag is het dan eindelijk tijd voor recepten.

Net zoals het bij goed brood om de smaak van het graan gaat, gaat het bij goede worst om de smaak van het vlees. Er is daarom veel voor te zeggen om terughoudend te zijn bij het toevoegen van smaakmakers. Neem nu de saucisse de Toulouse. Grof gemalen varkensvlees met niets dan zout, peper, een snufje suiker en piment, maar als je het mij vraagt een van de meest verfijnde worsten op aarde.

lees verder

Iemand heeft als eerste honger, daarna volgt de rest. Er moet gegeten worden. Er is niets te eten, denk je.

Je trekt de koelkast open en ontdekt achterin, tussen twee diepe borden, een restje van het varkensgebraad van eergisteren. Je tilt het bovenste bord op, het vlees ziet er nog goed uit, op de bodem een plasje gestolde jus, je ruikt, als je het vandaag niet opmaakt moet je het weggooien. In de groentela vind je twee preien, de buitenste rokken beginnen al te schrompelen.

Nu heb je twee elementen. De basis voor een maaltijd.

lees verder