De week staat in het teken van Indiase curry’s. Dat komt omdat ik vorige week niet alleen Mama Tandoori las, een roman van Ernest van der Kwast over zijn Indiase moeder, maar ook Madhur Jaffrey’s Ultimate Curry Bible en Camellia Panjabi’s 50 great curries of India.
Uit dat laatste boek kwam de basiscurry van gisteren, een saus van uien, knoflook, gember en tomaten en een handvol specerijen waarin vlees, vis, of groente wordt gegaard. Wie deze basis onder knie heeft kan gaan experimenteren. Houd je van komijn of kardemom, voeg je daarvan iets toe aan de specerijenmix. Bij een vis- of garnalencurry kun je kokosmelk nemen in plaats van water. Of je maakt er een en-en-curry van, vlees én groente.
Vandaag gaan we een stapje verder met een viscurry waarvoor je eerst een kokos-kruidenpasta maakt. Het gerecht heet ras chawal en staat in het curryboek van Panjabi. Zij noemt het Parsi-stijl, naar de Parsi, een Indiase bevolkingsgroep die oorspronkelijk uit Perzië komt. Je kunt de curry zo mild of heet maken als je wilt. Ik maakte hem met twee groene pepers zonder zaadlijsten, een hoeveelheid die volkomen childproof bleek.
Vegetariërs kunnen overigens dezelfde curry maken zonder vis, met 500 gram kleingesneden groenten en iets meer water.



