Mijn man vindt het een wijvendrankje. Dat zal iets met de kleur te maken hebben, die teer is en roze als de dageraad, maar allicht heeft ’t ook met smaak van doen. Rabarber en likeur zijn vrouwendingen, zoals grote stukken gebraden vlees en bier mannendingen zijn.
En zoals het concept beer can chicken (een complete kip gespiest op een halfleeg bierblikje, geroosterd op de barbecue) slechts aan een mannenbrein kan zijn ontsproten, zo moet het een vrouw zijn geweest die voor het eerst op het idee kwam om alcohol te infuseren met rabarber. Mars en Venus liggen lichtjaren uit elkaar.
Geen sprake van dus, dat ik rabarberwodka zelf zou hebben uitgevonden: het idee lag al generaties lang vast in mijn vrouwelijk DNA. Toen ik op een dag een rabarberstengel overhield na het maken van een crumble, kon ik niet anders dan hem in stukken snijden, in een glazen pot stoppen en overgieten met wodka, om hem een week te laten macereren, te zien hoe de schil de vloeistof langzaam naar poederig roze deed verkleuren en te proeven hoe het kostelijke aroma zich nestelde in het vocht.
lees verder›
Berichten met de tag Wodka
Het probleem is – zoals zo vaak – maatvoering. Want op zich is het natuurlijk leuk, koken met de seizoenen. En het gaat ook een beetje vanzelf. De zomer smeekt om bittere sla en in de lente dringen de zuiglammeren zich, geflankeerd door asperges, aan je op.
En de herfst, hmmmm, die heerlijke herfst. Die vraagt vooral om duistere, warme, smaken. En om langzaam, lekker langzaam. Als de oktoberstormen opsteken, gaan wij sudderen, stoven en stampen. En nog meer sudderen, weer stoven en doorstampen.
Tot-het-je-neus-uitkomt.
Niet dat het niet lekker is, maar het is niet bepaald tintelende kost, die potten vol dikke, verstrengelde smaken. En ook in de herfst zijn er gelegenheden waarbij je wel eens wat pzazz, zzing, kick-ass etcetera kunt gebruiken. Alles immers, is communicatie. Ook eten. Een coq-au-vin, dat zet je bijvoorbeeld een oude vriend voor die een goed gesprek verwacht. Stamppot aan je fietsvrienden na een stevig rondje polder. De sudderlappen zijn voor de huisgenoten die de hele middag al konden voorsnuiven.
Bananen, Bloody mary’s, vitamine B, amandelen, kippensoep, rauwe kool, ei en een kransje van peterselie om je nek. Allemaal vermeende remedies om het grootste nadeel van het drinken van alcohol (vooruit: naast dik worden, verslaving, en spijtveroorzakende aankopen, auto-ongelukken en onenightstands) te bezweren.
Want de kater, die komt inderdaad later. Hoe zit dat? De houten kop en aanverwante klachten hebben meerdere oorzaken. Allereerst zijn het ordinaire ontwenningsverschijnselen. Jij en je lichaam moeten het harde leven weer aan, zonder de zoete verdoving van de alcohol. Dat doet fysiek pijn. Daarom helpt een laatste glaasje bij het opstaan ook zo goed. Levensgevaarlijk natuurlijk. lees verder›
De afgelopen dagen hier waren gewijd aan het recyclen van de laatste paaseieren. Voor wie er nu nog over heeft heb ik maar één advies: zonder pardon wegpleuren. Niet meer aan denken ook, want dan wordt alleen maar sneuer. Gaat dat lukken? Mooi. Kunnen we over tot de orde van de dag.
Omdat de nextweek nog maar twee dagen telt, lijkt het me niet nodig nog een speciaal weekthema te introduceren. Laten we vandaag en morgen liever beschouwen als blessuretijd. En laat ik die dan gebruiken om twee verzoeken in te willigen. Morgen een recept voor een Braziliaans gerecht genaamd arroz com broccolis, waar Liesbeth op het kookblog herhaaldelijk om verzocht. Vandaag, op aandringen van Lena en Q, het recept voor de citroenmousse met wodka die een dag of veertien geleden voorbij kwam. lees verder›
Deze soep van watermeloen met wodka en munt is een ideaal voorgerecht voor een zomerfeestje. Serveer hem in kleine glaasjes, met een ijsblokje en de stemming zit er meteen in.
Voor 1 liter soep:
- 500 gram watermeloen
- 500 gram mooie, rijpe trostomaten
- 4 blaadjes verse munt
- 1 teen knoflook
- ½ theelepel grof zeezout
- 2 eetlepels wodka
- ongeveer 2 eetlepels sherryazijn
- ongeveer 4 eetlepels extra
- vergine olijfolie
New Yorkers noemen hun favoriete adresjes graag een New York Institution. Om voor die koosnaam in aanmerking te komen moet een zaak het enkele decennia, liefst zelfs een eeuw volhouden. En ze moeten er uitzonderlijk goed zijn in één ding. Zo is Katz’s deli, waarover ik vorige week schreef, een NYI vanwege zijn pastramisandwich en zijn Tal Bagels (Upper East Side) en Peter Luger’s Steak House (Brooklyn) NYI’s om redenen die ik denk ik niet hoef te noemen.
Ook een New York Institution, en afkoersend op zijn honderdste verjaardag, is de Grand Central Oysterbar. Sinds 1913 gevestigd in de onderste gewelven van het monumentale stationsgebouw. Wanneer je er binnenloopt kun je ze zo zien zitten, de vermoeide reizigers van weleer in hun stoffige kleren. Het halve, immense land doorkruist. Na dagen en nachten van lichamelijk ongemak aangekomen op hun bestemming. New York. De stad waar ze het gaan maken. Eerst maar eens een oestertje slurpen.
Op mijn weblog bleek een klein misverstand te bestaan over het thema van deze week. Hoewel ik het de afgelopen dagen had over onverwachte eters, was het niet per se mijn bedoeling te koken uit de voorraadkast. One-stop-shopping, schreef ik maandag. Waarmee ik bedoelde dat je even snel naar de dichtstbijzijnde winkel fietst om een paar verse spullen in te slaan. Want wie heeft er nu te allen tijde eten in huis voor tien personen?
Toegegeven, (aangevuld met) vers is altijd lekkerder. Maar niet iedereen heeft Turkse buurtsupers en avondwinkels om de hoek. En het kán wel, een grote groep iets smakelijks voorzetten uit de voorraadkast. Het is niet eens moeilijk.
Wie wat bewaart heeft wat, placht mijn moeder te zeggen wanneer ze een zoetgeurende pasgebakken cake linea recta in de vriezer stopte. Of wanneer ze een doos chocolaatjes die ze net van mijn oma had gekregen op de bovenste plank van de servieskast legde, zodat wij kinderen er niet bij konden.
Ik vond dat destijds crimineel, en nog steeds zie ik niet in waarom je instant genot voor een of ander in de vage toekomst gelegen doel zou opofferen. Maar bij onderstaand recept denk ik daar anders over.
Op mijn weblog staan enthousiaste verhalen over avonturen met ijsmachines. Maar mensen zonder zo’n apparaat hebben het ook warm dezer dagen. Daarom drie verkoelende recepten voor meloenijs uit de vriezer. Een luie granita maak je door alcohol, in dit geval wodka, toe te voegen aan gepureerd fruit. De alcohol verlaagt het vriespunt van de vloeistof en daardoor bevriest het nooit keihard. Je hoeft dus niet steeds tussendoor te roeren en kunt het blok bevroren watermeloen tot gruis malen in een keukenmachine. De Sauternes-ijsjes zijn chic, volwassen ijsjes, snel gemaakt en geinig als tussengerechtje in een uitgebreid diner. De honingmeloen lijkt net een echte meloen als je hem in schijven snijdt en is heel verfrissend als zomerontbijt.



