Onthutsend culinair nieuws in een actualiteitenrubriek op de Franse zender TV5. Onderzoek van het program wijst uit dat zeven op de tien Franse restaurants gebruik maken van kant-en-klaar maaltijden. Zeventig procent! Een chef zag je een plastic zakje boeuf bourguignon in een magnetron doen, boven een bord leegdrukken en voorzien van een takje peterselie: voilà. „De tijd dat een kok van zeven uur ’s ochtends, tot elf uur ’s avonds in de keuken bezig is, is voorgoed voorbij”, legde hij uit. En van de voedselinspectie mochten ze de pannen trouwens toch niet te lang meer laten pruttelen, zei hij. Iedereen doet het, was de teneur – én het excuus.
Er was maar één leverancier van dit soort maaltijden, zoals paella’s en stoofschotels, die de cameraploeg een kijkje in de keuken gunde. Het was een orgie van kunstsmaken uit bussen en jerrycans. De andere leveranciers hadden geen trek in publiciteit: de argeloze restaurantbezoeker moest wel argeloos blíjven. Zou het in Nederland anders zijn? Vast niet.



