Berichten met de tag Wortel

Onthutsend culinair nieuws in een actualiteitenrubriek op de Franse zender TV5. Onderzoek van het program wijst uit dat zeven op de tien Franse restaurants gebruik maken van kant-en-klaar maaltijden. Zeventig procent! Een chef zag je een plastic zakje boeuf bourguignon in een magnetron doen, boven een bord leegdrukken en voorzien van een takje peterselie: voilà. „De tijd dat een kok van zeven uur ’s ochtends, tot elf uur ’s avonds in de keuken bezig is, is voorgoed voorbij”, legde hij uit. En van de voedselinspectie mochten ze de pannen trouwens toch niet te lang meer laten pruttelen, zei hij. Iedereen doet het, was de teneur – én het excuus.

Er was maar één leverancier van dit soort maaltijden, zoals paella’s en stoofschotels, die de cameraploeg een kijkje in de keuken gunde. Het was een orgie van kunstsmaken uit bussen en jerrycans. De andere leveranciers hadden geen trek in publiciteit: de argeloze restaurantbezoeker moest wel argeloos blíjven. Zou het in Nederland anders zijn? Vast niet.

lees verder

De Joodse Keuken was mijn eerste Claudia Roden. Ik las het van kaft tot kaft en daarna nog een keer, en in de loop der jaren maakte ik er talloze recepten uit. Nog steeds is het boek een feest om door te bladeren, en telkens opnieuw te blijven hangen bij een van de vele anekdotische terzijdes, over het ontstaan van de bagel, over hilbeh (een schuimige gelei van fenegriekzaad; geweldig spul) of over traditionele maaltijden op Joodse bruiloften.
Zoals Roden schrijft over eten is maar weinigen gegeven. Ieder gerecht wordt zorgvuldig ingebed in de cultuur waaruit het voortgekomen is, ieder recept voorzien van een persoonlijke inleiding plus praktische tips. En dat alles op een bijzonder aangename toon, die nooit belerend is of verveelt.
lees verder

Ik kan er niet omheen: mijn dochter heeft een onwaarschijnlijk slechte smaak. Een paar jaar geleden zat ze in de zogenoemde ‘prinsessenfase’ en lag het huis vol monsterlijke, paarse glitterwaaiers, Barbie-lipgloss en My Little Pony-balletpakken. De opluchting was groot toen deze roze storm eindelijk ging liggen.
Inmiddels bevinden we ons in fase twee: die van de babychihuahua. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat stroopt dochter het internet af op zoek naar beeldmateriaal van deze mormels. Het allerliefst vindt ze een ras  dat ‘teacup’ genoemd wordt. Ze heten zo, kwam ze me kwispelend vertellen, omdat ze niet groter zijn dan een theekopje; ze passen in de palm van je hand.

lees verder

Een paar weken terug stond hier een recept voor Zeeuwse rijsttafel, een gerecht waarin spek, rijst en kapucijners zijn verwerkt. Iemand reageerde daarop dat het beter is om ervoor te zorgen dat in een gerecht met Zeeuwse signatuur zoveel mogelijk ingrediënten zitten met wortels in die provincie. En dat betekende in dit geval volgens hem: geen kapucijners maar Walcherse kogelbonen. lees verder

In koken kun je heel veel creativiteit kwijt en daarom is het zo’n hele leuke hobby. De ingrediënten zijn de verf en de pan is het doek. Te veel zout kan funest zijn voor je stoofschotel, net als te veel zwart dat kan zijn voor een houtskooltekening. Met een talent voor tekenen en schilderen wordt je meestal geboren, maar ik ben er van overtuigd dat iedereen die een beetje zijn best doet kan leren koken. Het is een kwestie van geduld en vooral veel proberen en experimenteren.

Toen ik op kamers ging vond ik het moeilijk om creatief te zijn in de keuken. Vooral aardappelen vond ik erg lastig. In mijn eerste week op mezelf kocht ik een grote zak piepers van vijf kilo, precies zoals mijn moeder altijd deed. Ik begon enthousiast met het maken van stamppot en gebakken aardappeltjes (iets anders kon ik nog niet bedenken), maar omdat vijf kilo wel erg veel was voor een meisje als ik, duurde het niet lang voor er schattige plantjes uit de aardappelen begonnen te groeien. lees verder

De afgelopen jaren heb ik geprobeerd om   – geleidelijk aan – wat minder vaak vlees op tafel te zetten. Liever af en toe een biologische kip, dan iedere dag dat eeuwige tartaartje. Makkelijker gezegd dan gedaan, want mijn zoon blieft graag speklappen en mijn echtgenoot eet het liefst biefstuk of entrecote.
Ik zal even voor je uittekenen wat er gebeurt als ik vanavond deze linzenburgers op tafel zet. Mijn dochter kijkt vies, mijn zoon houdt het bij een simpel: ‘yek’ en mijn man mompelt ‘Goh, jeetje, wat is dat nou voor bijzonders?’ Hij heeft namelijk geleerd zich op een sociaal aanvaardbare wijze te gedragen. Maar er loopt onmiskenbaar een rilling langs zijn ruggengraat.
Ik kan hem zijn reactie niet kwalijk nemen, want mijn echtgenoot gaat gebukt onder een zwaar post macrobiotisch trauma. In zijn jeugd heeft hij jarenlang uitheemse graansoorten, tofoeblokken en rauwe groente voorgezet gekregen. Sindsdien werkt het woord ‘gierst’ bij hem als een rode lap op een stier en alles wat riekt naar peulvruchten kan op zijn achterdocht rekenen.
lees verder

Komt een konijn bij de bakker: ‘Heeft u ook woffeltjestaaft?’ Bakker: ‘Nee, dat hebben we niet.’ Week later, konijn weer bij de bakker: ‘Heeft u ook woffeltjestaaft?’ Bakker, nu licht geïrriteerd: ‘Nee, dat hebben we niet.’

Een week later stapt het konijn andermaal binnen bij de bakker: ‘Heeft u ook woffeltjestaaft?’ ‘Neehee, dat hebben we niet.’ En geloof het of niet, nog een week later stapt het konijn doodleuk opnieuw binnen bij de bakker. ‘We hebben worteltjestaart’, roept die opgetogen. Zegt dat konijn: ‘Vief hè’. lees verder

Op een balkonnetje kan het. In een piepkleine tuin kan het. Moestuinieren. Zelfs als je géén tuin en géén groene vingers hebt en lui van aard bent, kun je prima je eigen groente kweken. Dat schrijven Marian Flint, Claudette Halkes en Annemarieke Piers in het voorwoord van hun boek Zelfgeoogst (uitgeverij Snor).

Kijk, dat geeft de luie, groenevingerloze stadstuinbezitter moed. Wie droomt er nu niet over worteltjes uit eigen tuin, en tere jonge sla, en aardappeltjes die onder de modder zitten en een bedje met bietjes en een met radijs. Ik wel in ieder geval, al zou je het aan die 60 vierkante meter woestenij achter mijn huis niet zeggen. lees verder

Toegegeven, er zijn grotere mysteriën in het leven, maar deze heeft me toch jaren dwars gezeten: waarom heet coleslaw coleslaw? Kool is cabbage in het Engels. En slaw? Wat is slaw in godsnaam voor woord? Nu ik de hele week over rauwe groenten en fruit schrijf – vorig week werd uit een onderzoek van de Universiteit Wageningen duidelijk dat een dagelijkse portie van bijna drie ons de kans op een beroerte met ruim een derde vermindert – besloot ik het voor eens en voor altijd uit te zoeken. lees verder

Snoep is net goud. Het is vanzelf al erg aantrekkelijk, maar wordt nog begerenswaardiger als je het omsmelt tot iets anders. Het meest omgesmolten snoepgoed is uiteraard chocolade. Je hoeft een in stukken gebroken reep chocola alleen maar zachtjes te verwarmen in een kom die je bovenop een pan met kokend water hebt gezet, en daarna kun je ermee doen wat je wilt.
Ongezouten pinda’s erdoor, kleine bergjes maken op een vel bakpapier, af laten koelen en je hebt pindarotsjes. Datzelfde kan met rozijnen en hazelnoten, maar ook met cornflakes of met cruesli. Of je doopt reepjes gekonfijt sinaasappel voor de helft in de gesmolten chocolade. Of een stukje noga op een stokje.
Met Snickers en Marsen, maar ook met After Eight, kun je trouwens een supersnelle dessertsaus maken. Snijd grote repen eerst in stukjes en laat ze daarna op een laag vuurtje smelten in slagroom. Roer tot je een mooie saus hebt en giet hem warm over vanille-ijs.

lees verder