Zelf je eigen cider of bramenwijn maken is leuk, maar zoals eerder uitgelegd zal je thuisbrouwsel nooit meer dan ongeveer 15 procent alcohol bevatten. Meestal mag je met een procentje of 10 zelfs al heel tevreden zijn. Daar doet de Dorstige Drinker het natuurlijk niet voor. Gelukkig bestaat er een methode om van een beetje alcohol veel alcohol te maken. De Chinezen (daar zijn ze weer) hadden namelijk al een paar duizend jaar geleden door dat afgekoelde damp van verwarmde babymuizenwijn meer alcohol bevatte dan het origineel. Eureka, riep men, en doopte het proces met de typisch Chinese naam ‘destilleren’. Het duurde overigens nog wel een aantal eeuwen voor men erachter kwam dat er door middel van hetzelfde proces ook Bacardi-Cola en Passoa-Jus gemaakt kon worden. Men beschouwde alcohol toen nog voornamelijk als medicijn.
De truc van het destilleren zit hem in de verschillende kookpunten van alcohol en water. Alcohol kookt, en verdampt, bij een lagere temperatuur dan water, namelijk 78 graden. Dat betekent dat als je een alcoholhoudende vloeistof zoals wijn verhit, de alcohol als eerste verdampt. Wanneer je deze dampen vervolgens afkoelt, bevat je destillaat naast wat van de geurstoffen uit de wijn, al snel zo’n 30 tot 40 procent alcohol. Mik je dit in een eikenhouten vaatje dan heb je een paar maanden later cognac. Het is allemaal zo makkelijk. Zo maak je calvados van gestookte cider, rum van gestookte suikerrietwijn en jenever van gestookte graanwijn (moutwijn) opgeleukt met een handje jeneverbessen. lees verder›



