Voor een buitenlander mag het een willekeurig bonenstoofpot lijken, maar ‘de ziel van Brazilië in een pan’ zou een betere beschrijving zijn voor feijoada. Het gerecht is naar verluid afkomstig van Afrikaanse slaven die naar Zuid-Amerika werden verscheept om te werken op plantages.
De welgestelde plantagehouders voelden zich te goed om varkensoren, -staart en -poten te eten en gaven deze incourante delen aan hun onderdanen. Die wisten er wel raad mee. Het vlees werd gekookt met zwarte bonen tot een dikvloeibare brij die, samen met rijst en farofa (gebakken maniokmeel) een voedzame en aangename maaltijd bood. lees verder›



